'Ik ben eigenlijk een geadopteerde fan, sinds ongeveer 2008. Want mijn roots liggen in Rekkem, niet zo ver van Menen. Ik voetbalde vanaf mijn tiende voor WS Lauwe. Ik was gescout door de meester van het zesde leerjaar, die afgevaardigde was bij de White Star. Hij loodste een aantal beloftevolle jongens naar zijn club. Bij de knapen had ik zelfs Hein Vanhaezebrouck als trainer. ( lacht) Niet veel muzikanten kunnen dat zeggen, hé! Tot mijn dertiende of veertiende had ik de indruk over wat voetbaltalent te beschikken. Ik was een heel goede loper en wij beschikten over een laatste man met een sterke lange pass (de broer van Hein). Daar profiteerde ik als snelle rec...

'Ik ben eigenlijk een geadopteerde fan, sinds ongeveer 2008. Want mijn roots liggen in Rekkem, niet zo ver van Menen. Ik voetbalde vanaf mijn tiende voor WS Lauwe. Ik was gescout door de meester van het zesde leerjaar, die afgevaardigde was bij de White Star. Hij loodste een aantal beloftevolle jongens naar zijn club. Bij de knapen had ik zelfs Hein Vanhaezebrouck als trainer. ( lacht) Niet veel muzikanten kunnen dat zeggen, hé! Tot mijn dertiende of veertiende had ik de indruk over wat voetbaltalent te beschikken. Ik was een heel goede loper en wij beschikten over een laatste man met een sterke lange pass (de broer van Hein). Daar profiteerde ik als snelle rechtsbuiten van, want ook het afwerken lukte wel aardig. Maar vanaf het moment dat die explosiviteit minder begon door te wegen als belangrijke factor en we aangewezen bleken op techniek, werd ik - vooral door mijn inzicht - een 'degelijke' speler. Ik bleef steken bij de junioren. ( grijnst) Er ging eerder een voetbaltalent verloren aan mijn drie jaar jongere broer Thijs. Die was rap, maar ook technisch bedreven. Op zijn zestiende liep hij een cruciale liesblessure op, waardoor zijn goesting verdween. Later werd hij schrijver, columnist en sportjournalist. 'Voetbal kwam binnen via de vriendjes en de school. Mijn eerste herinnering is het WK'82 in Spanje, als zesjarige. Met de openingsgoal van Erwin Vandenbergh, toen ik in mijn pyjama met knuffel in de zetel stond te springen. Tien jaar geleden verhuisden we naar Mechelen, op amper 200 meter van het stadion. Kort daarna kreeg ik telefoontje van Tom Kestens, die als project voor de jeugd een album wilde maken met alle supportersliederen voor de KV, maar in een modern jasje gestoken. Mark Uytterhoeven had er voor gezorgd dat ook De Laatste Showband er bij betrokken was geraakt. Dat was dus zo'n beetje mijn introductie bij deze club. Net als Günther Neefs, Kristof Uittebroek van Customs en Patrick Riguelle gaven wij, als muzikanten die een link hadden met Mechelen, één of twee songs een nieuwe versie. Ik was vereerd en moest niet lang nadenken over het aanbod, waarvoor ik een ingetogen versie maakte van een normaal uitbundig lied. Want als twaalfjarige beleefde ik in 1988 ook die Europese periode bewust mee. Nog altijd ga ik ervan uit dat de meest neutrale voetbalfans een bovengemiddelde sympathie vertonen voor ploegen zoals KV Mechelen. Ik hoor de gezangen en zie vanuit mijn tuin de lichtpilonen. Dan ga je, als je vrij bent, automatisch naar het stadion. 'De passie zit heel diep. Vorig seizoen, in volle degradatiestrijd, betrapte ik er mezelf op dat ik tussen de show en de bisnummers door constant mijn gsm zat te checken. Die spanning was te snijden, mijn drang veel te groot. Het duel tegen Eupen, een match op leven en dood die we wonnen, was een even sterk adrenalinemoment als dat ik zelf op het podium stond. Je kunt dat niet uitleggen. Onze pianist snapt dat niet, hoe nerveus ik dan kan zijn. Ik kan daar letterlijk van wakker liggen. Het is ook een ander soort stress, omdat je goed beseft wat degradatie voor de club, haar aanhang en de stad hier teweegbrengt. Van zodra de kalender bekend wordt gemaakt, noteer ik die in mijn agenda. Om al te kijken welke duels ik gedwongen moet missen door geplande concerten.'