Zeven zijn er nu nog over. Zeven van de elf helden die in de WK-finale van 1966 Engeland zijn enige wereldbeker schonken. Vier zijn er al overleden. Na Ray Wilson in mei vorig jaar zocht de legendarische Gordon Banks vorige week de eeuwige voetbalvelden op.
...

Zeven zijn er nu nog over. Zeven van de elf helden die in de WK-finale van 1966 Engeland zijn enige wereldbeker schonken. Vier zijn er al overleden. Na Ray Wilson in mei vorig jaar zocht de legendarische Gordon Banks vorige week de eeuwige voetbalvelden op. Van 1963 tot 1972 was hij de onbetwiste titularis tussen de palen bij de Three Lions. De man uit Sheffield werd beschouwd als een van de beste keepers van de 20e eeuw, samen met onder meer Lev Jasjin en Dino Zoff. Banks bleef vooral in het collectieve geheugen gegrift door zijn parade op een kopbal van Pelé tijdens het WK'70, die als 'de redding van de eeuw' betiteld werd. Zoals in alle goeie keepersverhalen hangt ook het lot van Banks af van een flinke portie toeval. Wanneer hij in 1955 een amateurwedstrijd bijwoont, wordt hij door een van de coaches gevraagd om onder de lat plaats te nemen na het uitvallen van zijn doelman. Die coach heeft de jonge Gordon zien spelen bij het schoolelftal. Twaalf keer moet hij die dag de bal uit zijn net vissen, maar hij wordt wel opgemerkt door een scout van Chesterfield. Een jaar later speelt hij de finale van de FA Youth Cup met de Spireites, maar hij verliest die tegen het Manchester United van een zekere Bobby Charlton. In 1958 maakt hij zijn debuut in de A-ploeg. Leicester City geraakt onder de indruk en neemt hem over, voor acht seizoenen. Nadien speelt hij nog zes jaar voor Stoke City. Zoals veel voetballers van zijn generatie was Gordon Banks een echte working class hero. In die tijd was een briljante carrière echter nog niet voldoende om een fortuin te vergaren. In 2001 verkocht hij zelfs zijn gouden WK-medaille per opbod, zodat hij zijn kinderen kon helpen een huis te kopen. De voetbalwereld betuigt hem nu alle eer, maar toen hij nog leefde uitte hij vaak kritiek op de FA omdat ze te weinig deed voor de helden van 1966 die met problemen kampen.