Ik ben er vorige week nog eens uitgebreid voor gaan zitten, de oefenwedstrijden van onze Rode Duivels. Dat het tweeluik Roemenië / Frankrijk ons niet echt veel wijzer ging maken, konden we eigenlijk vooraf wel bedenken. Het was vooral 'scorebordjournalistiek' die ons naderhand voorgeschoteld werd en eigenlijk moet dat ons ook niet echt verbazen. Het belangrijkste is nu immers om dat goeie gevoel - kan dat wel na alweer een uitschakeling voor een groot toernooi?! - vast te houden tot we er in september echt aan kunnen beginnen. Toen ik in het Stade De France de bal van de ene Arsenalspeler naar de andere Benficarots-in-de-branding zag gaan met als tussenstation vaak iemand die bij Manchester City, Bayern München of Lille speelt, zat ik te denken dat we hiermee toch een heel eind kunnen of bijna moeten komen. Deze bedenking leverde meteen ook het grappigste moment van deze twee avonden op toen Gert Verheyen in de studio door de presentator van dienst gewezen werd op de kwaliteiten van deze groep. Ook en vooral de opmerking dat sommige technische hoogstandjes niet te zien waren tijdens wedstrijden van zijn (en tegelijk mijn) generatie. Je zag in een fractie van een seconde het brein van Gert een inschatting maken van een of andere slangachtige passeerbeweging en de gevolgen daardoor op zijn meniscussen en bijhorende kruisbanden. Een glimlach verscheen op zijn lippen. Ootmoedig gaf hij toe dat hij daartoe nooit in staat was geweest, rekening houdend met de in zijn gedachten opgekomen gevolgen. Hij zou het volgens mij ook nooit geprobeerd hebben. Weten wat je kan en niet kan, is immers ook een, zelfs heel belangrijke, kwaliteit. Eentje die je zowaar nog verder kan brengen, zelfs tot in Japan.

Over Japan en het toenmalige wereldkampioenschap werden wij, ex-deelnemers, trouwens vorige week regelmatig aangesproken. Het is immers exact tien jaar geleden dat wij in een dubbele confrontatie met Tsjechië onze kwalificatie hiervoor afdwongen. Nadat we in onze laatste groepsfasewedstrijd tegen Kroatië onze eerst en enige (!) nederlaag van de hele voorronde opliepen, zou een barrage tegen Pavel Nedved en getrouwen ons alsnog in Tokio moeten doen landen. Dat zij in hun laatste wedstrijd Bulgarije met 5-0 van de mat geveegd hadden, deed dit vooraf nog meer op een mission impossible lijken. Die novemberavond in Brussel slaagden we erin om met 1-0 te winnen, doelpunt gescoord door eerder genoemde Gert Verheyen. Een paar dagen later kostte het in Praag bloed, zweet en tranen om overeind te blijven. De Belgen waren een toonbeeld van onverzettelijkheid en een strafschop na een fout in de eindfase op, ja alweer, Gert werd feilloos omgezet door onze skipper Marc Wilmots. De kwalificatie was een feit en het feest duurde voor sommigen tot de vroege uurtjes.

Een paar maanden later wachtte het land van de rijzende zon ons op. Het eiland met zijn hardwerkende, getrouwe bevolking. Zichzelf wegcijferend voor de natie. De vergelijking met onze toenmalige selectie was treffend. Wat Jacky Peeters, Yves Vanderhaeghe en andere Eric Van Meirs daar toen presteerden, deed zelfs Ronaldo en zijn Braziliaanse vrienden even twijfelen.

Als onze huidige generatie Rode Duivels erin slaagt om haar missie tot een goed einde te brengen wacht datzelfde Brazilië hen op. Het land van carnaval, de Copacabana en vooral: sambavoetbal! Als je het mij vraagt, een land hun op het lijf geschreven. Go for it, zou ik zeggen!

GEERT DE VLIEGER

Een glimlach verscheen op de lippen van Gert Verheyen.

Ik ben er vorige week nog eens uitgebreid voor gaan zitten, de oefenwedstrijden van onze Rode Duivels. Dat het tweeluik Roemenië / Frankrijk ons niet echt veel wijzer ging maken, konden we eigenlijk vooraf wel bedenken. Het was vooral 'scorebordjournalistiek' die ons naderhand voorgeschoteld werd en eigenlijk moet dat ons ook niet echt verbazen. Het belangrijkste is nu immers om dat goeie gevoel - kan dat wel na alweer een uitschakeling voor een groot toernooi?! - vast te houden tot we er in september echt aan kunnen beginnen. Toen ik in het Stade De France de bal van de ene Arsenalspeler naar de andere Benficarots-in-de-branding zag gaan met als tussenstation vaak iemand die bij Manchester City, Bayern München of Lille speelt, zat ik te denken dat we hiermee toch een heel eind kunnen of bijna moeten komen. Deze bedenking leverde meteen ook het grappigste moment van deze twee avonden op toen Gert Verheyen in de studio door de presentator van dienst gewezen werd op de kwaliteiten van deze groep. Ook en vooral de opmerking dat sommige technische hoogstandjes niet te zien waren tijdens wedstrijden van zijn (en tegelijk mijn) generatie. Je zag in een fractie van een seconde het brein van Gert een inschatting maken van een of andere slangachtige passeerbeweging en de gevolgen daardoor op zijn meniscussen en bijhorende kruisbanden. Een glimlach verscheen op zijn lippen. Ootmoedig gaf hij toe dat hij daartoe nooit in staat was geweest, rekening houdend met de in zijn gedachten opgekomen gevolgen. Hij zou het volgens mij ook nooit geprobeerd hebben. Weten wat je kan en niet kan, is immers ook een, zelfs heel belangrijke, kwaliteit. Eentje die je zowaar nog verder kan brengen, zelfs tot in Japan. Over Japan en het toenmalige wereldkampioenschap werden wij, ex-deelnemers, trouwens vorige week regelmatig aangesproken. Het is immers exact tien jaar geleden dat wij in een dubbele confrontatie met Tsjechië onze kwalificatie hiervoor afdwongen. Nadat we in onze laatste groepsfasewedstrijd tegen Kroatië onze eerst en enige (!) nederlaag van de hele voorronde opliepen, zou een barrage tegen Pavel Nedved en getrouwen ons alsnog in Tokio moeten doen landen. Dat zij in hun laatste wedstrijd Bulgarije met 5-0 van de mat geveegd hadden, deed dit vooraf nog meer op een mission impossible lijken. Die novemberavond in Brussel slaagden we erin om met 1-0 te winnen, doelpunt gescoord door eerder genoemde Gert Verheyen. Een paar dagen later kostte het in Praag bloed, zweet en tranen om overeind te blijven. De Belgen waren een toonbeeld van onverzettelijkheid en een strafschop na een fout in de eindfase op, ja alweer, Gert werd feilloos omgezet door onze skipper Marc Wilmots. De kwalificatie was een feit en het feest duurde voor sommigen tot de vroege uurtjes. Een paar maanden later wachtte het land van de rijzende zon ons op. Het eiland met zijn hardwerkende, getrouwe bevolking. Zichzelf wegcijferend voor de natie. De vergelijking met onze toenmalige selectie was treffend. Wat Jacky Peeters, Yves Vanderhaeghe en andere Eric Van Meirs daar toen presteerden, deed zelfs Ronaldo en zijn Braziliaanse vrienden even twijfelen. Als onze huidige generatie Rode Duivels erin slaagt om haar missie tot een goed einde te brengen wacht datzelfde Brazilië hen op. Het land van carnaval, de Copacabana en vooral: sambavoetbal! Als je het mij vraagt, een land hun op het lijf geschreven. Go for it, zou ik zeggen! GEERT DE VLIEGEREen glimlach verscheen op de lippen van Gert Verheyen.