Geen club waar journalisten vroeger zo hartelijk werden ontvangen als SV Waregem. Er werd aan de Gaverbeek volop geprofiteerd van het leven, een wedstrijd was een ontmoetingsplaats, een sociaal gebeuren, de receptieruimte puilde uit van het volk, de drank vloeide rijkelijk en sommige mediamensen wilden zich voor de wedstrijd al eens in het gewoel storten. Eén enkele keer was een journalist zo beneveld dat hij pal voor de match de kleedkamer binnen stapte en de heren even wilde toespreken hoe ze dienden te voetballen. Hij werd door de toenmalige trainer Hans Croon vriendelijk maar kordaat buitengezet.
...

Geen club waar journalisten vroeger zo hartelijk werden ontvangen als SV Waregem. Er werd aan de Gaverbeek volop geprofiteerd van het leven, een wedstrijd was een ontmoetingsplaats, een sociaal gebeuren, de receptieruimte puilde uit van het volk, de drank vloeide rijkelijk en sommige mediamensen wilden zich voor de wedstrijd al eens in het gewoel storten. Eén enkele keer was een journalist zo beneveld dat hij pal voor de match de kleedkamer binnen stapte en de heren even wilde toespreken hoe ze dienden te voetballen. Hij werd door de toenmalige trainer Hans Croon vriendelijk maar kordaat buitengezet. Ook de spelers van de club waren stuk voor stuk levensgenieters die eigenlijk pasten in het totale beeld. Zoals bijvoorbeeld Jean-Marie Abeels, de pijlsnelle Limburgse rechtsbuiten die als een pallieter door het leven stapte. Niettemin kwam hij bij SV Waregem in aanvaring met de strenge trainer Paul Theunis,die hem op een bepaald moment uit de ploeg zette. Omdat hij te veel op stap ging. Jean-Marie Abeels verhuisde naar Germinal Ekeren en kort na die overgang interviewden we hem, thuis in het Limburgse Herderen, nu precies twintig jaar geleden. Zelden een speler gehoord die het SV Waregem van toen zo, al dan niet met gevoel voor overdrijving, karakteriseerde. Je hoorde in die tijd veel wilde verhalen over spelers die zich in het nachtleven stortten, maar ze bleven hangen in de beslotenheid van de kleedkamer. Maar Abeels vond dat het weleens verteld mocht worden. Er was helemaal niets mis met het stapgedrag. Want, zei hij, het stappen, het samen op café gaan, dat had de ploeg gewoon nodig om te presteren. Omdat je op zulke momenten een groepsgevoel kweekte dat volgens hem leidde tot het belangrijkste in het voetbal: dat de ene bereid is om een gat toe te lopen voor de andere. Verschillende keren, vertelde Abeels, had hij het meegemaakt dat de spelers op training liepen te zwemmen omdat ze de avond voordien te stevig hadden gedronken. Maar dan sleurden de anderen hen gewoon mee. Op een gegeven moment maakte de groep het zo bont dat Paul Theunis hen verbood om op café te gaan. Daar begreep Abeels niets van. Omdat je dan tot een situatie kwam waarin je iedereen verplichtte om tegennatuurlijk te leven. De spelers kregen bijvoorbeeld te horen dat ze na Waregem Koerse, een hoogdag in deze stad, om elf uur thuis moesten zijn. Daar moest Abeels eens mee lachen, want het seizoen daarvoor waren er een paar spelers direct van Waregem Koerse naar de training gegaan. En dat gebeurde weleens meer. Zo had Waregem eens met 2-5 op Anderlecht gewonnen en hielp een aantal spelers 's morgens om zes uur om de marktkramen op te zetten. Maar de week nadien veegde de ploeg wel AA Gent met 6-1 van de grasmat. Eén enkele keer, zo vertelde Abeels, leefde de hele groep een aantal weken serieus, in het vooruitzicht van een Europese wedstrijd. Maar dat resulteerde in een één op acht. Toen werden de koppen bij elkaar gestoken en was de conclusie: laten we maar snel weer pinten gaan pakken. Vervolgens begon de ploeg weer te presteren. Zo althans vertelde Jean-Marie Abeels het, een hele namiddag lang. Zijn vrouw serveerde koffie, er kwamen koekjes en pralines op tafel, de sfeer was hartelijk, ook al maakte het gezin een moeilijke periode door omdat hun toen zesjarige zoontje ernstig ziek was. Dat was ook de reden van Abeels' vertrek naar Ekeren: drie dagen voor de eerste competitiewedstrijd in Lommel moest hij voor de raad van bestuur verschijnen en die zei dat hij 'de kleine' uit zijn kop moest zetten. Zo lichtte hij zijn besluit om naar Germinal Ekeren te gaan toe. En tussendoor vertelde Abeels ook nog eens over zijn vriend Florian Urban, een Hongaar met de kracht van een buffel. Met Urban kon je beter geen ruzie krijgen. En je moest hem zeker niet verbieden om op café te gaan, want dan dronk hij gewoon thuis. Dat gebeurde trouwens zelden. In zijn kroegtochten wilde Jean-Marie Abeels hem wel eens begeleiden. Het waren andere tijden. En het is maar hoe je het allemaal inkleedt. Of hij nog iets uit Waregem, de ploeg die zo goed aan elkaar klitte, hoorde, vroegen we Abeels bij het afscheid. Neen, moest hij toegeven. Maar, voegde hij er berustend aan toe, zo zat de voetbalwereld nu eenmaal in elkaar. JACQUES SYS