Er zitten die zomeravond iets meer dan tien mensen in Caffetteria del Borgo in hartje Bergamo. De tv staat aan, een voetbalwedstrijd van Atalanta. Mondmaskers dragen de cafégangers niet en ze houden ook amper afstand. Maar ze gaan wel tevreden naar huis, Atalanta heeft gewonnen. Nog maar eens. Bergamo oogt zorgeloos op een avond als deze. Maar dat was niet altijd zo in de afgelopen maanden.
...

Er zitten die zomeravond iets meer dan tien mensen in Caffetteria del Borgo in hartje Bergamo. De tv staat aan, een voetbalwedstrijd van Atalanta. Mondmaskers dragen de cafégangers niet en ze houden ook amper afstand. Maar ze gaan wel tevreden naar huis, Atalanta heeft gewonnen. Nog maar eens. Bergamo oogt zorgeloos op een avond als deze. Maar dat was niet altijd zo in de afgelopen maanden. Vanaf de bar in de Via Borgo Palazzo kijk je uit over een Essotankstation. Hier reed in maart nog een konvooi militaire vrachtwagens met lijkwagens voorbij. De beklijvende beelden gingen de wereld rond. Omdat het aantal covid-19-doden hier zo hoog opliep, konden de plaatselijke crematoria de toevloed niet aan. De kisten stonden opgestapeld, ook in de kerken. Geschat wordt dat alleen in deze provincie 6000 mensen overleden aan het virus. De hevige covid-19-uitbarsting viel samen met het succes van de plaatselijke voetbalclub. Voorheen was Atalanta een provincieclub, een eeuwige liftploeg tussen tweede en eerste klasse, die in 1981/82 zelfs een seizoen in derde uitkwam. Met maar één trofee in de prijzenkast: de beker van 1963. Tot het vier jaar geleden plots vierde eindigde, een half mirakel voor een stadje van amper 120.000 inwoners. Toen Atalanta vorig jaar derde werd en daarmee rechtstreeks geplaatst was voor de Champions League, wreven niet alleen de bewoners maar ook de clubmensen zich de ogen uit. Tot vorig jaar antwoordde voorzitter Antonio Percassi op de vraag naar de ambitie voor het nieuwe seizoen immers altijd hetzelfde: 'Zo snel mogelijk het behoud veiligstellen.' Dit jaar werd Atalanta opnieuw derde. Pas op de laatste speeldag moest het de tweede plaats aan Inter laten, na een fantastische reeks sinds de hervatting, met maar één nederlaag, drie gelijke spelen en negen zeges. Intussen bereikte het ook als enige Italiaanse club de kwartfinales van de Champions League. Zo bezorgde de club met de mythologische figuur Atalanta in het embleem (vandaar de bijnaam La Dea, de godin) de zwaar getroffen stad een beetje troost. Stefano Corsi, voorheen leraar Italiaans en Latijn en vandaag dichter, schrijft in de plaatselijke krant Eco di Bergamo, die tot een paar maanden geleden voor de helft vol stond met doodsberichten, odes aan de club. Een van zijn bekendste lofzangen is een poëtische vergoddelijking van de architect van het sportieve succes, trainer Gian Piero Gasperini. 'Gasperini is voor ons, die al voor Atalanta supporterden toen het nog in derde klasse speelde, de man die alles veranderd heeft', zegt hij. 'Dit jaar was een droom.' Het is de paradox waar Bergamo mee leeft: van een nachtmerrie naar een droom. In het eigen stadion, de Gewiss Arena, waar KV Mechelen zich ooit plaatste voor de finale van de Europabeker voor Bekerwinnaars, zijn geen toeschouwers toegelaten, maar toch hoor je in het stadje luid gejuich wanneer Atalanta scoort. Dat komt omdat bijna iedere inwoner voor zijn tv zit wanneer de lokale helden voetballen. 'Zelfs grootmoeders willen tegenwoordig weten wat Atalanta gedaan heeft', zegt Corsi. Toen een paar maanden geleden voor het eerst in het stadion de nieuwe hymne van zanger Roby Facchinetti gespeeld werd, een lied over de heropstanding van zijn stad, kreeg de Braziliaanse verdediger Rafael Toloi de tranen in de ogen, net als vele inwoners van Bergamo. 'Atalanta kan de stad Bergamo helpen om opnieuw aan de slag te gaan', meent trainer Gasperini. Tijdens de lockdown bleven de spelers allemaal in de stad. Dat was zwaar, want in Lombardije mocht je je huis of appartement niet uit, ook niet om te gaan sporten, enkel om inkopen te doen. Dat de lockdown ook op het mentale aspect woog, toont het verhaal van de Sloveense aanvallende middenvelder Josip Ilicic, samen met de Argentijnse spits Papu Gómez dé man om wie alles draaide op het veld. Na de competitiehervatting was de Sloveen nog maar een schim van zichzelf. Hij zonk zo diep dat de club hem na de wedstrijd op Juventus naar huis stuurde, naar Slovenië, om zichzelf terug te vinden. Ook de trainer kwam niet ongeschonden uit die moeilijke tijden. De 62-jarige had zelf covid-19, net als tweede doelman Marco Sportiello. Bij de heenwedstrijd tegen Valencia op 19 februari, waarvoor bijna 45.000 fans uit de regio naar Milaan trokken, waar Atalanta wegens de verbouwingen van de eigen arena zijn CL-wedstrijden afwerkte, voelde hij nog niets. Achteraf noemden virologen en Bergamo's burgemeester Giorgio Gori die wedstrijd een 'biologische bom' die de uitbreiding van het coronavirus in een kleine gemeenschap als Bergamo bespoedigd had. Ook verschillende spelers van Valencia bleken bij een test na die wedstrijd positief. Tijdens de terugwedstrijd op 10 maart in Valencia zat Gasperini doodziek op de bank. Pas dagen later drong het tot hem door waar hij aan leed: covid-19. De trainer uit Piemonte werkt al vier jaar bij de club, een eeuwigheid in het moderne voetbal. Hij arriveerde in 2016 en probeerde meteen zijn 3-4-1-2-systeem uit. Met weinig succes, want na vijf wedstrijden stond Atalanta voorlaatste en werd al gespeculeerd over zijn opvolger. Vijf jaar eerder was Gasperini bij Inter al eens ontslagen na vijf matchen zonder zege. Maar voorzitter Antonio Percassi, die als verdediger met Atalanta zelf 131 wedstrijden in eerste en tweede klasse speelde en vandaag een geslaagd ondernemer is, geloofde in zijn aanpak. Gasperini's werkwijze vergt wat tijd en geduld, tot de automatismen komen. 'Ik heb de indruk dat mijn spelers vandaag geen trainer meer nodig hebben', stelde hij onlangs vast. Het succes van de ploeg zit 'm niet in een paar vedetten, maar in de organisatie. Voor ze met Atalanta succes kenden, waren de Zwitser Remo Freuler, de Nederlanders Hans Hateboer en Marten de Roon, de Duitser Robin Gosens en onze Timothy Castagne nobele onbekenden in het topvoetbal. Maar samen zijn ze sterk. Gasperini's spelers zetten vroeg druk en zijn fysiek zo tiptop in orde dat ze hun tegenstanders op den duur gewoon voorbijlopen. Voor het oog is het voetbal van Atalanta, altijd zoekend om een goal meer te maken dan de tegenstander, een lust, voor de tegenstander een drama. 'Tegen Bergamo spelen is als naar de tandarts gaan', vond Pep Guardiola, die Atalanta in november bekampte. 'Je weet op voorhand dat het pijn gaat doen.'