Zondagavond zit EURO 2016 erop. Lang staat het interlandvoetbal niet stil, want vanaf 6 september beginnen de Europese kwalificaties voor het WK 2018 in Rusland. In andere werelddelen zijn die trouwens al volop bezig.
...

Zondagavond zit EURO 2016 erop. Lang staat het interlandvoetbal niet stil, want vanaf 6 september beginnen de Europese kwalificaties voor het WK 2018 in Rusland. In andere werelddelen zijn die trouwens al volop bezig. In 2020 viert de UEFA zestig jaar EK. Omdat er door de uitbreiding van het aantal deelnemers naar 24 meer stadions nodig zijn voor een eindronde - de Fransen gebruiken er tien - komen stilaan haast alleen nog grote landen in aanmerking voor de organisatie. Of combinaties van landen, zoals België-Nederland indertijd, of Zwitserland-Oostenrijk in 2008 en Polen-Oekraïne in 2012. Fiscaal waren dat telkens zeer moeilijke oefeningen. In mei 2012 moesten de kandidaturen voor EURO 2020 binnen zijn. Eén land wilde het alleen proberen: Turkije. Georgië wilde dat eerst ook, maar ging uiteindelijk samen met Azerbeidzjan, toen het IOC de kandidatuur van Bakoe voor de Spelen van 2020 liet vallen. Wales en Schotland gingen ook samen, in extremis zelfs aangevuld met Ierland. In het hoofd van toenmalig UEFA-baas Michel Platini speelde evenwel een ander idee: een verjaardag waar heel Europa bij betrokken was. Op 30 juni, de dag voor de finale in Kiev, liet de Fransman dat een eerste keer vallen. In december 2012 kreeg hij het idee algemeen aanvaard. Er kwam een nieuwe vraagstelling vanuit de UEFA. Dertien steden - en niet langer landen - werden gezocht voor de organisatie van de 51 wedstrijden. De kandidaten konden op twee pakketten bieden: drie groepswedstrijden en een achtste (of een kwart-)finale aan de ene kant, twee halve finales en de finale aan de andere kant. Op 20 september 2013 hadden 32 steden zich gemeld. Meestal één per land, maar er waren ook uitzonderingen. In Oekraïne wilden Charkov, Donetsk en Kiev nog eens Europees voetbal. In Spanje Barcelona, Valencia, Madrid én Bilbao. In Italië wilde zowel Rome als Milaan wedstrijden, in Polen Chorsow (vlakbij Katowice) en Warschau. Op 25 april 2014 werd de lijst gereduceerd tot 19. Eén per land. Polen viel helemaal weg, Oekraïne, inmiddels met oorlogsproblemen, ook. In Spanje won Bilbao het pleit, in Italië Rome. Twee steden, Londen en München, boden op het pakket halve finale en finale. Uiteindelijk hakte de UEFA op 19 september 2014 in Genève de knoop door. De finaleweek was voor Wembley en Londen, nadat München zich terugtrok. Drie poulematchen en één kwartfinale worden gespeeld in Rome, München, Sint-Petersburg en Bakoe. Acht andere steden mogen drie poulewedstrijden en één achtste finale organiseren: Amsterdam, Dublin, Brussel (dat op basis van zijn status als hoofdstad van Europa de openingswedstrijd claimt, maar concurrentie krijgt van Amsterdam - dit najaar wordt die knoop doorgehakt), Glasgow, Bilbao, Boedapest, Boekarest en Kopenhagen. Kregen geen wedstrijden: Solna, Cardiff, Sofia, Minsk, Jeruzalem en Skopje. Opvallend is ook de afwezigheid van Frankrijk, dat van plan was Lyon naar voor te schuiven, maar dat uiteindelijk niet deed. Voor de fans is het toernooi een logistieke nachtmerrie, met vliegtuigen die binnen een paar dagen duizenden fans van oost naar west en omgekeerd moeten brengen. Binnen één land je team volgen kost al een pak moeite, laat staan over heel Europa. Het is wel de bedoeling dat een groot land, als het zich plaatst, twee van zijn drie groepswedstrijden in de eigen speelstad mag afwerken. Spanje gaat twee keer in Bilbao spelen, de Rode Duivels twee keer in Brussel. Dat is ook de reden waarom de KBVB achter het Europese EK staat. Zelf organiseren is nagenoeg onmogelijk geworden, vanwege de stadioneisen. Bijkomend voordeel: het basiskamp mag ook in eigen land worden gehouden, wat qua beleving nieuwe mogelijkheden schept. Op zich kan je daar wel sportieve vraagtekens bij stellen. Als de grote landen twee van de drie matchen thuis mogen afwerken, is dat een sportief voordeel. Een opvallende aanwezige in het lijstje steden is Bakoe, Azerbeidzjan, een land dat 138e staat op de wereldranking. Afstand vanuit Brussel: 3662 km vliegen, 4468 km rijden. Maar wel: drie groepswedstrijden en een kwartfinale. Verrassen mag dat niet. Sinds 2012 probeert de regering in het land de weg naar het verre Europa en zijn euro's open te breken. Azeri's halen op dit moment ongeveer de helft van hun inkomsten uit oliewinning en gas, maar weten dat die natuurlijke bronnen ooit opdrogen. Daarom proberen ze andere investeringen binnen te halen en naambekendheid te verwerven. Ook via de sport. Er is de GP Formule 1 en sinds 2012 is er in het voetbal een samenwerkingsakkoord met Atlético Madrid. Ook RC Lens werd recent voor vier jaar overgenomen door een zakenman uit Azerbeidzjan. SOCAR, de staatsmaatschappij voor oliewinning die gerund wordt door de familie van president Ilham Aliyev, is al sinds mei 2013 sponsor van alle organisaties van de UEFA. De kwalificaties voor EURO 2020 gaan er ook anders uitzien dan tot nu gebeurde. Na het WK in 2018 start een nieuwe landencompetitie, de Nations League. In jaren dat er geen WK of EK is, wil de UEFA een nieuwe trofee laten winnen. Officieel omdat de belangstelling voor vriendschappelijke wedstrijden mager is. Maar nu de UEFA - naar het voorbeeld van de Champions League - zelf de marketing- en televisierechten voor interlands beheert, is het duidelijk: een nieuwe bron van inkomsten. Op basis van de Europese ranking in de zomer van 2018 worden alle Europese landen ondergebracht in vier poules. De beste 12 in poule A, de volgende 12 in B, 14 in C en 16 kleinsten in D. In elke poule komen er groepen van 3 (of 4), met heen- en terugwedstrijden die worden afgewerkt tussen september en november 2018. De vier groepswinnaars van poule A gaan naar een final 4 in juni 2019, waar gestreden wordt voor een trofee van Nations League Champion. Er is ook stijgen en dalen. Wie slecht presteert, zakt een reeks, wie het goed doet, promoveert. Heeft dit invloed op EURO 2020? Ja. Eén: de kalender ziet er anders uit. Kwalificatiewedstrijden voor Euro 2020 beginnen straks pas in maart 2019 en moeten afgewerkt zijn in november 2019. Dat wordt hectisch. Twee: de Nations League is een vangnet. Via de kwalificaties zoals we die nu kennen, worden maar 20 van de 24 plaatsen op het EK toegekend. Die kwalificaties lopen als volgt: bij loting worden de 54 landen ondergebracht in tien groepen (zes van vijf landen en vier met zes deelnemers) waarbij de beste twee zich plaatsen voor het EK. Nieuw is dat de vier resterende plaatsen worden toegekend via de Nations League. Uit elke poule krijgen vier landen die nog niet geplaatst zijn voor het EK via play-offs in maart 2020 (twee halve finales én een finale) de kans om een uitschuiver à la Nederland alsnog goed te maken. De best gerangschikte landen krijgen ook nog eens het thuisvoordeel, een Oranjescenario lijkt straks wel héél moeilijk te worden. Zijn alle landen in één poule gekwalificeerd, dan wordt uit de andere groepen geput. Opvallend: dit systeem zorgt er dus voor dat ook uit poule D, met de zwakste zestien landen van Europa, een land zich plaatst voor Euro 2020! San Marino en Andorra, momenteel de hekkensluiters op de Europese ranking, mogen dromen, al zit ook Azerbeidzjan in die laatste poule. Tiens, zou dat hebben meegespeeld? DOOR PETER T'KINT IN BORDEAUX - FOTO BELGAIMAGEDoor de Nations League beginnen de kwalificatiewedstrijden voor Euro 2020 pas in maart 2019.