"Ja, dat laatste heb ik nog gehoord", lacht Tony Sergeant (25) breed. "Destijds in Deinze vergeleken ze me zelfs met Jari Litmanen !"
...

"Ja, dat laatste heb ik nog gehoord", lacht Tony Sergeant (25) breed. "Destijds in Deinze vergeleken ze me zelfs met Jari Litmanen !" De Oost-Vlaming werkte zich in twee jaar tijd op van een groentje uit tweede klasse tot een dragende speler bij Antwerp. Alleen een schouderblessure hield hem dit seizoen even - twee competitiewedstrijden - aan de kant. Geen geringe prestatie, als je er rekening mee houdt dat de personeelsbezetting van het Antwerpse middenveld even vaak verandert als de haarkleur van Tanja Dexters : nu eens Zoran Campara, dan weer Harald Pinxten of Karel D'Haene, laatst nog Stefan Leleu. Even leek Sergeant met Gideon Imagbudu zijn vaste partner gevonden te hebben, maar een schorsing van de Nigeriaan besliste daar anders over eten. "Het liefst speel ik met Imagbudu of D'Haene in mijn rug", geeft Sergeant toe. "Zij zijn eigenlijk de twee enige echte verdedigende middenvelders. Het best voor mij zou natuurlijk zijn als ze allebéi in steun zouden spelen. Dan krijg ik veel meer vrijheid en word ik wat ontlast, want zoals nu... Mijn sterkte is dat ik infiltreer vanuit het middenveld en plots in de zestien meter opduik. Er kómen dus, niet er stáán. Dat we voortdurend wisselen van bezetting én van systeem, zorgt voor een totaal gebrek aan automatismen. Er bestaan wel afspraken, maar als die niet worden nageleefd, mag ík wel lopen. Normaal moet één van de spitsen afhaken wanneer ik diep ga, maar dat wordt vaak vergeten."Omgekeerd werkt het net zo : als een verdediger zijn positie niet houdt, moet ik terugzakken. Campara, bijvoorbeeld, is een uitstekende voetballer, maar als verdedigende middenvelder heeft hij steeds de neiging om links en rechts mee te gaan helpen, terwijl hij in zijn centrale zone zijn positie moet leren houden. Anders moet ik daar altijd bijspringen, waardoor de ruimte tussen aanval en middenveld wel héél groot wordt om te overbruggen. Vooral op verplaatsing speelt ons dat parten."Van de andere, zoals hij offensief ingestelde middenvelders vind Sergeant Yattara en Hussain met momenten te individualistisch. "Dat kan behoorlijk frustrerend zijn, want dan doe je die inspanning om in de zestien meter te komen, en dan verzuimen zij de bal af te geven en verliezen ze hem. Zij blijven dan staan en ik mag terugspurten." Werken in de schaduw, gaten dichten, voor aansluiting zorgen. Het zijn niet meteen de dankbaarste taken voor een voetballer. "In de eerste plaats tracht ik een stoorzender te zijn voor de tegenstander", legt Tony Sergeant uit. "Daarnaast dien ik af en toe voor gevaar te zorgen door de spitsen te bereiken. Mijn positie is inderdaad moeilijk te definiëren omdat ik zowel achterin als voorin loop. Meestal kan ik dat wel negentig minuten volhouden, maar om dan nog een zuivere laatste pass te versturen of zelf een actie op te zetten, ontbreekt het me vaak aan frisheid. Maar goed, voetbal blijft een ploegsport : als mijn storingswerk de ploeg helpt en we kunnen er een mooi resultaat door neerzetten, dan ben ik ook tevreden."Toch heeft hij het er soms moeilijk mee, geeft hij toe, dat zijn werk meestal op de achtergrond blijft. "Bij de jeugd van Cercle Brugge, waar ik tot de Uefajuniores speelde, en bij Deinze in tweede klasse speelde ik steevast als louter offensieve middenvelder. Ik genoot er veel vrijheid en kon mij aanvallend ten volle uitleven. Het is pas sinds ik bij Antwerp voetbal dat ik heb leren verdedigen. Vooral in het begin moest ik me geregeld inhouden om niet elke keer mee naar voor te schuiven. Nu kies ik al veel beter mijn momenten. Soms stel ik me wel vragen bij ons spelsysteem, zeker op verplaatsing plooien we massaal terug. Zoals onlangs tegen Genk, toen stonden we met acht man te verdedigen. Als ik dan één keer voor de goal van de tegenstander kom, mag ik al tevreden zijn. Als wij aanvallender zouden spelen, zou ik zelf ook meer in the picture lopen. Maar het feit dat mijn ploegmaats en de trainer zien wat ik voor de ploeg doe en me daarvoor waarderen, maakt veel goed. Na een lastige wedstrijd komen ze soms wel zeggen : amai, 't was weer ne marathon vandaag !" En dat ondanks het feit dat Tony Sergeant bij Antwerp niet de man met de beste resultaten is op de fysieke tests. " Anders Nielsen kwam eens op mij toegestapt met de vraag hoe dat kon. Hij had niveau zeven gehaald, de hoogste score, en ik niveau vijf. Dus begreep hij absoluut niet dat ik drie keer zo lang kon blijven ploeteren. Maar volgens de medische staf komt het omdat ik langer in het rood kan gaan dan de meesten. Ik kan blijven lopen ondanks een hoge verzuringsgraad." Ook buiten het veld toont de ijverige spelmaker zich een doorzetter. Tot Regi Van Acker hem in 2000 bij tweedeklasser SK Deinze weghaalde, combineerde Sergeant gedurende drie jaar studies kinesitherapie met avondtrainingen. Een hard bestaan, maar de gediplomeerde profvoetballer blikt tevreden terug. "Deinze was een prachtige episode in mijn carrière. Een hechte groep vrienden, die allemaal nog een job uitoefenden tijdens de dag en voor wie het voetbal een mooi extraatje was. Ik had voor mezelf uitgemaakt dat ik eerst een diploma wilde halen. Je weet immers nooit of een blessure een vroegtijdig einde maakt aan je voetballoopbaan. In mijn laatste academiejaar kreeg ik trouwens al een aanbieding uit eerste klasse, maar die weigerde ik. Eerst dat diploma." "Het is een mooie job, hé", kan Tony Sergeant zijn geluk niet op. "In mijn laatste jaar bij Deinze combineerde ik het voetbal met een halftijdse job in een rusthuis. Ik weet dus wat werken is. Dat ik nu hier sta, verbaast mij. En zeker omdat mijn aanpassing aan eerste klasse vlotter is gegaan dan ik had verwacht."De progressiemarge is nog ruim, denkt hij. Zijn doelpuntenproductie, bijvoorbeeld, kan veel beter. Zeven goals vorig jaar, twee dit seizoen. Máár, weet Sergeant, in de terugronde is hij doorgaans trefzekerder. "Vorig seizoen had ik er ook amper twee na de heenronde, maar in de terugronde maakte ik er nog vijf. Even goed doen als vorig jaar kan dus nog."Hij schraapt zijn keel en lacht. Eén van zijn twee doelpunten was wel een hele belangrijke, met name in de heenwedstrijd van het bekerduel tegen Germinal Beerschot. "Supporters kwamen me achteraf zeggen dat het het mooiste was uit mijn carrière, maar dat zou ik niet zeggen. Wel was het misschien één van de belangrijkste. Aan alles voel je dat een derby tegen GBA de wedstrijd van het jaar is. In de kleedkamer wordt er dan over niets anders gesproken en de supporters klampen je er voortdurend over aan." Vanavond verdedigt Antwerp op het Kiel een 2-1-uitgangspositie. "De bekercampagne moet ons seizoen wat kleur geven," weet Tony Sergeant, "want in de competitie resten er ons niet veel ambities meer. We zijn uit degradatiegevaar en we hebben een te grote achterstand om Europees voetbal te ambiëren. We bengelen dus zowat tussenin. Ik hoop alleen dat de coach ons niet te verdedigend zal laten spelen, maar het is een uitmatch, hé... ( grijnst). Dat betekent dat als we een doelpunt incasseren, het heel moeilijk wordt om dat nog op te halen." door Matthias Stockmans'Winst voor de beker tegen GBA moet ons seizoen kleur geven.'