In Knokke-Heist schaken ze niet.
...

In Knokke-Heist schaken ze niet. Het is te zeggen: in Knokke-Heist verkopen ze geen schaakborden. Schaken doen ze er misschien wel in de donkere wintermaanden, als de regen de ramen geselt, maar om er schaakborden te vinden... Onbegonnen werk bleek donderdagmorgen. De mediacel had een origineel concept bedacht om de nieuwe aanvaller van Club aan het publiek voor te stellen. Het script - het verschuiven van pionnen in de zoektocht naar een nieuwe aanvalsleider - kon worden verbeeld met een schaakbord. Op het einde moest het nieuwe nummer 9 in beeld komen. Checkmate. Schaakmat! Of tegen veertien uur het filmpje kon worden ingeblikt? Hét probleem was: het vinden van een schaakbord. Club heeft vele voetballers in de kuststad wonen, maar geen met die hobby. Dus was het zoeken en winkels aflopen. Na lang speuren vond iemand er eentje. De vraagprijs voor het kunststuk was echter 1400 euro. Dat vonden ze bij Club, zelfs voor een introductiefilmpje van een man van zes miljoen euro, te veel. Dus werd ondergetekende maar naar Brugge gestuurd, waar er in een speelgoedwinkel wel te vinden waren. Een paar uur later was het welkomstfilmpje van Michael Krmencik ingeblikt. En toen stond iedereen schaakmat. Vooral de Argentijnen, die op sociale media op dat moment nog hevig tekeergingen en de voorzitter van San Lorenzo uitspuwden voor de verkoop van hun jonge parel aan een in hun ogen onbetekenend Brujas. Uiteindelijk zou Dolfi, Tanque of Mr Incredibe, zoals ze Adolfo Gaich er liefdevol omschrijven, niet vertrekken. Uitstel is daarom geen afstel. Gaich, geboren met de bal aan de voet, bereidt zich al een heel leven voor op een transfer naar Europa. Al op zijn vijfde (!) zei hij tegen zijn moeder dat hij Engels wilde leren. Op zijn zevende begon hij eraan. De man is nu twintig en wat diploma's rijker. Aan zijn minkant kleefde wel dit: een gebrek aan ervaring op het hoogste niveau en een fors prijskaartje. Gaich komt immers nog maar enkele maanden kijken op het hoogste niveau. Hij debuteerde weliswaar in het najaar van 2018, maar miste vervolgens een hele hoop wedstrijden door een neusbreuk en veel concurrentie. Zijn doorstart kwam er pas vanaf november. Vanwaar dan het forse prijskaartje? Vooral door het label 'international'. Dan schiet de waarde van zo'n speler pijlsnel de lucht in. Zeker als je tijdens de onderhandelingen ook nog eens furore maakt op het preolympisch tornooi in Colombia. Bijkomende moeilijkheid: San Lorenzo is zo'n club zoals we ze in Spanje ook kennen. Met socios en echte voorzittersverkiezingen. San Lorenzo, overigens de favoriete ploeg van paus Franciscus, had er net eentje achter de rug, in december. Toen beloofde de nieuwkomer - een stevige macho/mediafiguur als Marcelo Tinelli - dat hij de financiën zou saneren én sportief succes zou halen. De club heeft ook stadionplannen. Dan al direct een superverkoop, de grootste uit de clubgeschiedenis, doen, zou tegemoet komen aan punt één, maar hem niet direct populair maken bij de diehards. Misschien brengt Gaich komende zomer nog meer op, was op een gegeven moment de bedenking. In Argentinië signaleren ze dat Club Brugge het financiële luik onderschatte. In Brugge leefde dan weer de indruk dat de prijs altijd maar steeg. Gevolg: no deal. Vooralsnog, misschien kan het ooit nog. Wellicht niet met Gaich, maar met een ander. Daags voor de Gouden Schoen was er op het Brugse oefencomplex topoverleg. Rond de tafel: iedereen die bij de transfer van Gaich al betrokken was. Bij onderhandelingen tijdens de winterstage in het Midden-Oosten was een eerste bod op de Argentijn van tafel geveegd, nu volgde beraad over een tweede, hoger. Financieel kon Club zich dat na een goed jaar veroorloven, maar één keer twintig miljoen euro (transfersom + contract) op tafel leggen én ernaast zitten, dat kon à la limite nog, maar hypothekeerde wel de toekomst. Dus was men liever zeker. Intern bleef Philippe Clement, die naar buiten uit zijn spitsen altijd beschermde en weigerde te spreken over een 'probleem', hameren op de komst van een nieuwkomer. Sinds Parijs kon immers niet meer worden gerekend op Mbaye Diagne, zeker niet na een incident in de kleedkamer, en die had toch een ander profiel dan wat er nog rondliep. Club zag te weinig aanvallende presence in de box en wilde daar wat aan doen. Kop per kop werd in de meeting naar een duidelijk standpunt gevraagd. Aan iedere aanwezige werd gevraagd: ben je echt zéker dat Gaich een grote wordt, eentje van pakweg 30 tot 40 miljoen in de doorverkoop? Rond de tafel was er toch enige aarzeling. Wie is zeker van een youngster van 20, ook al is hij ambitieus, getalenteerd en heeft hij een status waarmee je in de wereld kan komen aanzetten... Dan was men van plan B iets zekerder. Ook financieel. Michael Krmencik kwam niet uit de lucht vallen. Een transfervenster bereid je voor met A-opties en schaduwelftallen. Wat als plan A niet lukt, wie hebben we dan nog? Club gaat daarbij zoals geweten niet (altijd) af op wat makelaars aanbieden, of wat via transferwebsites in de markt wordt gezet, maar scout liever zelf. En zo kwam men in het verleden al uit bij de Tsjech. Krmencik was onder het vorige sportieve bewind al een optie. Toen hij overnam van Michel Preud'homme evolueerde Ivan Leko met Club naar een 3-5-2. Zijn aanvalsleider werd al snel Wesley, altijd in de ploeg als hij fit was. Rond hem kon het variëren: Abdoulaye Diaby, Emmanuel Dennis of later Loïs Openda als het snel diep kon, Jelle Vossen of Siebe Schrijvers als voor wat meer evenwicht op het middenveld moest worden gekozen. Toen Diaby vertrok en rond Wesley een en ander begon te bewegen, keek Club al uit naar een kandidaat-opvolger voor zijn nummer 9. Toen was een van de onderzochte dossiers dat van Krmencik. Die kreeg een goedkeurend knikje: een type- Depoitre, technisch behoorlijk, vrij snel en in de box een afwerker. Eén, twee toetsen en afmaken. Uiteindelijk kwam hij niet aan boord, omdat Krmencik in het najaar van 2018 werd geraakt aan de kruisbanden en maanden van het toneel verdween. Club bleef hem volgen, checkte bij zijn terugkeer of hij niet aan snelheid en wendbaarheid had ingeboet, en met enige vertraging belandde de Tsjech nu toch in Brugge. Zijn voordeel: ervaring, ook op het niveau van de Champions League. Zijn nadeel: enige schuchterheid en de taalbarrière. Zijn zaakwaarnemer slechtte vorige week bij zijn introductie de eerste hinderpalen en verder moest Simon Deli, die aan zijn Praagse jaren kennis van de taal overhield, tolken. Niet dat Krmencik geen jota Engels begrijpt, maar het spreken is vooralsnog een probleem. Roman Vonasek, ex-voetballer van Lokeren en nu werkend voor de Tsjechische voetbalfederatie, kent de spits goed. Voor hem was Krmencik 'een van de beste spitsen van het moment in Tsjechië'. De fysieke problemen zijn volgens de gewezen verdediger achter de rug. Vonasek: 'Michael is gezond. Hij had het na zijn terugkeer even moeilijker om goals te maken, maar ik vraag me af of het wel helemaal zijn schuld was. Of de schuld van die blessure. Pilsen was een topper een paar jaar terug, maar het niveau is achteruitgegaan. De laatste jaren waren de flanken niet zo goed en werd er van achteruit ook maar matig gevoetbald. Michael stond er vaak alleen voor, was de eenmansvoorhoede van de ploeg, die steeds moest opboksen tegen twee verdedigers. Het is iemand die in elke wedstrijd kansen zal afdwingen, kan scoren, maar ook wel zal missen. Voor Brugge volgens mij wel een goeie spits. En ik denk zelfs niet eens een eindstadium. Als Club hem goed omringt, ze straks kampioen spelen en in de Champions League uitkomen, zit er voor Michael misschien nog een stap extra in. Zo oud is hij immers niet. De blessure heeft hem wat teruggeslagen, en de terugval van de ploeg ook, maar hij heeft drie à vier jaar geleden, toen Pilsen een goeie ploeg had, echt wel wat getoond.' Maar misschien - en dan verwijst Vonasek naar het karakter van de spits - zal er wel een aanpassingsperiode nodig zijn. Net zoals Patrik Hrosovsky die kon gebruiken in Genk. Vonasek: 'De stap is niet zo evident. De laatste jaren zijn er nog weinig Tsjechische voetballers naar het buitenland gegaan. Onze kwaliteit is verminderd, jammer genoeg. Twintig jaar geleden speelden wij nog barragewedstrijden tegen de Rode Duivels. Als je vergelijkt met waar de Tsjechen nu staan en waar België nu staat... Het werkt niet zo goed bij ons. Kindjes genoeg, maar ligt het aan minder talent of wordt er slecht gewerkt? We zijn er nog niet uit. Simon Deli paste zich snel aan, maar bij een aanvaller is dat altijd wat moeilijker. Jantje ( Koller, nvdr) was een speciale, maar ook hij had zijn tijd nodig. Michael is voor het eerst in het buitenland, hij zal zich wat moeten aanpassen. Belgische verdedigers zijn hard en gebruiken hun lichaam in de duels. Het zal voor hem wennen worden, maar dat gaat snel, na een paar wedstrijden.' Direct rendement, daar ging Club dus voor. En dat is nodig, want vanavond is er al de return in de beker, over twee weken komt Manchester United en in april-mei zijn er play-offs. Daarom gooide Clement, die zondag niet op een zieke David Okereke kon rekenen, Krmencik al direct tegen Antwerp in de strijd. Dennis startte nog, maar verkwanselde een grote kans. Steeds weer die toets te veel, iets waar de Nigeriaan mee blijft sukkelen. Had Club een nieuwe spits - zes maanden nadat David Okereke als een speer aan de competitie begon - nodig? Afgaande op de start van Okereke niet: vier goals in zijn eerste drie competitiewedstrijden. Okereke als diepe spits in een 4-3-3, een systeem dat Clement eerder in Beveren en in Genk al veel lof opleverde. Maar toen gebeurden er twee dingen. Club evolueerde op het veld na gelijke spelen tegen Eupen en Genk en de terugkeer van Krepin Diatta uit blessure in de richting van een 3-5-2 én, met de Champions League in zicht, naar meer rotatie in de aanval. En plots stokte ook de productie van Okereke. Verloor hij het vertrouwen door de rotatie, of was de Nigeriaan, die steeds minder kon rekenen op het verrassingseffect van de nieuwkomer, zijn vertrouwen al kwijt en ging Clement hem daardoor meer roteren? Eind oktober kwam er nog een heropleving, met drie goals in drie wedstrijden, maar geleidelijk werd het minder en minder. Club scoorde nog wel het meest van alle eersteklassers, maar al te vaak leek het op Hans Vanaken, ook zondag weer de redder, te moeten rekenen voor doelpunten. Als je je eind december afvroeg wie nu Wesley had opgevolgd, kon je moeilijk Okereke naar voor schuiven. Was hij het vaste nummer 9 die een diepgaande Dennis of Openda langs zich had dan wel een wat meer hangende Schrijvers? Het antwoord was neen. Naar buiten uit bleef Clement zijn spitsen beschermen - niet met zijn bekende ketchupverhaal, wel wijzend op het feit dat het niet belangrijk was wie scoorde, en dat ze kansen bleven krijgen - maar intern klonk het anders. Na Nieuwjaar werd het niet beter. De achttienjarige Charles De Ketelaere werd zelfs een alternatief als spits, een teken aan de wand. Na een flitsend begin was Percy Tau helemaal weg, ook uit de zestien. Dennis kwam eveneens amper in de box, de capaciteiten van de nog jonge Openda in een systeem met twee blijven nog een vraagteken en in de beker tegen Zulte Waregem begon Okereke zelfs op de zenuwen van de fans te werken. Tegelijk kwam de Gentse machine onder stoom, en werd Antwerp een stabiel geheel. Genoeg om Club ondanks een ruime voorsprong zenuwachtig te maken. Clement kan nu weer schuiven met zijn pionnen, op zoek naar het ideale duo en looplijnen uitschrijven. Met Krmencik lijkt hij wel iemand voor de zestien te hebben. En waar Okereke dan zijn plaats moet vinden... Misschien als tweede man?