Na Michel Preud'homme heeft ook Guy Luzon aangekondigd niet langer in de clinch te gaan met de scheidsrechters. Dat werd tijd, want het inhakken op arbiters was langzamerhand tot een trend uitgegroeid. Iedere vorm van zelfcontrole bleek zowel bij trainers als bij bestuurders compleet zoek. Dat heeft te maken met de wurgende stress van play-off 1. Zelfs bij wedstrijden in play-off 2, waar het om niets meer ging, konden trainers het niet laten hun perspraatje te beginnen met kritische opmerkingen over de arbitrage. Eraan toevoegend dat er hen nochtans was gevraagd om dat niet meer te doen.
...

Na Michel Preud'homme heeft ook Guy Luzon aangekondigd niet langer in de clinch te gaan met de scheidsrechters. Dat werd tijd, want het inhakken op arbiters was langzamerhand tot een trend uitgegroeid. Iedere vorm van zelfcontrole bleek zowel bij trainers als bij bestuurders compleet zoek. Dat heeft te maken met de wurgende stress van play-off 1. Zelfs bij wedstrijden in play-off 2, waar het om niets meer ging, konden trainers het niet laten hun perspraatje te beginnen met kritische opmerkingen over de arbitrage. Eraan toevoegend dat er hen nochtans was gevraagd om dat niet meer te doen. Natuurlijk hebben scheidsrechters de afgelopen weken een slechte beurt gemaakt. Meer dan ooit worden hun beslissingen in deze cruciale fase van de competitie onder het vergrootglas gelegd. Een al dan niet gefloten strafschop, een wel of niet terechte rode kaart, doelpunten uit buitenspel die worden toegekend, het is zeer tastbaar. En het oogt ingrijpender dan trainers die voor verkeerde tactische opties kiezen, doelmannen die blunderen of aanvallers die simpele kansen de nek omwringen. Dat wordt vaak gemaskeerd door de focus te leggen op de scheidsrechter. Zo ontstaat het idee dat alleen beslissingen die door zogenaamde amateurs worden genomen doorslaggevend zijn voor professionele organisaties die met zware begrotingen werken. Dat zorgt telkens weer voor felle oprispingen. Arbitrale fouten zijn van alle tijden. Bladerend in de archieven van het Belgisch voetbal bots je op de meest onwaarschijnlijke verhalen. Zo kwam Club Luik in 1976 bijvoorbeeld op voorsprong op het veld van Antwerp omdat aanvaller Cajou de bal tegen een publiciteitsbord had gekegeld. Cajou waande zich het slachtoffer van een hallucinatie toen de scheidsrechter, ene Dupont, naar de middencirkel wees: samen met zijn grensrechter had hij de bal in de goal gezien. Antwerpdoelman Theo Custers stapte woedend van het veld nadat zijn ploegmaat XavierCaers wegens protest werd uitgesloten. De kranten berichtten op een sappige manier over het incident. Het verschil met vroeger is dat iedere arbitrale fout nu wordt uitvergroot en tot in het oneindige herhaald. De macht van de televisie heeft via de televisiegelden niet alleen voor een scheefgroei gezorgd in de budgetten, maar ook een andere kijk op het voetbal gegeven. Door de eindeloze herhalingen van dwalingen worden scheidsrechters tegenwoordig zo verketterd dat je haast een masochist moet zijn om elke week opnieuw aan de slag te gaan. Arbiters blijven eenzame mensen die nooit kunnen winnen maar alleen maar kunnen verliezen. Slechts één keer per jaar worden ze in de bloemetjes gezet: bij de verkiezing van de Scheidsrechter van het Jaar. Theoretisch zouden scheidsrechters een hoger niveau moeten halen dan vroeger. Ze worden beter voorbereid en hebben een betere fysieke conditie. De fouten van de afgelopen weken spreken dat tegen. Deze lichting is duidelijk niet de sterkste uit de geschiedenis. Net zoals ook de topclubs in het verleden beschikten over betere generaties. Daar wordt dan telkens weer begrip voor gevraagd en neemt men termen als 'overgangsjaar' in de mond. De taak van de scheidsrechter is de afgelopen jaren alleen maar complexer geworden. Het voetbal werd sneller, ruwer en geniepiger. De invoering van de vierde en vijfde spelleider moest de toenemende agressiviteit in het strafschopgebied een halt toeroepen. Het was een eerste stap in een poging om het gebeuren op het veld beter te controleren. Los van de voortdurende roep om de invoering van technologische hulpmiddelen. De indruk ontstaat dat de problemen in de arbitrage zich tot België beperken. Terwijl het in het buitenland niet anders is. Hooguit lijkt er daar meer zelfbeheersing te zijn. Bestuurders en ook trainers moeten zich ervan bewust zijn dat ze tegenover de spelers een voorbeeldfunctie vervullen. Hun gedrag straalt soms op spelers af. Wat moet je er bijvoorbeeld van denken als een trainer een speler die van het veld wordt gestuurd een schouderklopje geeft? Het kadert in dit tijdsbeeld waarin mensen niet meer aanvaarden terechtgewezen te worden door een derde, een buitenstaander. Erger nog: een scheidsrechter. DOOR JACQUES SYSWat meer zelfbeheersing van bovenaf is absoluut noodzakelijk.