Dicht bij de monding van de Rupel in de Schelde ligt de gemeente Schelle. Het is een van de vele juweeltjes van de Rupelstreek, beter bekend als de baksteenregio. Ook biedt de streek een gamma aan fiets- en wandelmogelijkheden, en watersportrecreatie vormt een van de belangrijkste inkomstenbronnen. Verder leidt de Baksteenroute ons door de natuurpareltjes Aartselaar, Reet, Kontich, Hemiksem, Rumst, Boom, Niel en ten slotte Schelle, met kasteel Laerhof, met de scheve kerktoren en met het nieuwe windmolenpark. De wi...

Dicht bij de monding van de Rupel in de Schelde ligt de gemeente Schelle. Het is een van de vele juweeltjes van de Rupelstreek, beter bekend als de baksteenregio. Ook biedt de streek een gamma aan fiets- en wandelmogelijkheden, en watersportrecreatie vormt een van de belangrijkste inkomstenbronnen. Verder leidt de Baksteenroute ons door de natuurpareltjes Aartselaar, Reet, Kontich, Hemiksem, Rumst, Boom, Niel en ten slotte Schelle, met kasteel Laerhof, met de scheve kerktoren en met het nieuwe windmolenpark. De windmolens torenen hoog boven de huizen uit en vormen hét symbool van de milieubewuste geest van burgemeester Rob Mennes. Racing Schelle zag hier het licht in 1932. Aanvankelijk werden de matchen afgewerkt in de drassige beemden aan de Benedenvliet vlakbij het fort. De spelers zakten toen tot de enkels in het slijk. Snel moest er gezocht worden naar een ander en vooral beter voetbalterrein. Vooraleer ze konden verhuizen, moest de grond aanzienlijk opgehoogd worden. Daar zorgde duivel-doet-al Pol Van Migro voor. Met zijn bestelwagen vervoerde hij zand en afval van de afgebroken wielerpiste van Hemiksem naar de velden van Racing Schelle. Na de vernieuwing van het volledige terrein, kon er eindelijk opnieuw een deftige partij gevoetbald worden. Het beste resultaat boekte de ploeg in 1936 : Racing Schelle werd kampioen in de derde afdeling van de Vlaamse voetbalbond. Toen de club zich wilde aansluiten bij de Belgische voetbalbond, werd tot ieders verbazing het terrein afgekeurd. In 1938 trok het bestuur er dan maar een streep onder. Tien jaar later werd een nieuwe club opgericht : Schelle Sport. Voorzitter van toen, de heer Pacquaey, tevens medeoprichter van Standard, ontpopte zich met zijn Waals accent tot legendarische figuur van het dorp. Een leuke anekdote uit de beginperiode is die van het honderdste doelpunt van de kampioenenploeg van 1950/51. Er was afgesproken dat hij die de bal tegen de netten zou trappen een fles cognac voor het hele team zou betalen. Bert Wilms was dat niet vergeten. Nadat nummer 99 was gevallen, stond hij met de bal aan de voet voor de doelman van de tegenpartij. Maar hij had geen zin om te trakteren en liet de taak opknappen door Roger Morjeau. Tweemaal in de geschiedenis speelde Schelle Sport kampioen, in 1951 en 1964. De club, momenteel actief in de tweede provinciale afdeling, heeft ook aandacht voor de jeugd. Zo volgen de jeugdtrainers een opleiding bij Germinal Beerschot. Volgende week : FC Melo Zonhoven Elke week gaat Sport/Voetbalmagazine op zoek naar een voetbalveld op een bijzondere locatie.ANNELIES SIMOEN