De tongen zijn losgekomen na het artikel dat Sport/Voetbalmagazine vorige week bracht over Olivier Swolfs. Dit blad schreef dat de financieel directeur van Waasland-Beveren nog in functie is, hoewel de Geschillencommissie Hoger Beroep van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) hem schorste. Dat laatste gebeurde naar aanleiding van de (poging tot) matchfixing bij de wedstrijd tegen KV Mechelen van 11 maart 2018. Vóór die match werd Waasland-Beverenvoorzitter Dirk Huyck benaderd. Swolfs wist dat en suggereerde zelfs een manier om KV te 'helpen': het opstellen van de jeugdige Daam Foulon.

Op zijn site reageerde Waasland-Beveren gepikeerd op het artikel over Swolfs. De club schreef: 'Hij is niet veroordeeld voor matchfixing zelf. Men lijkt dat vergeten.' Dat eerste klopt. Zoals dit blad schreef, kreeg Swolfs zijn sanctie voor het verzaken aan de meldingsplicht. Máár: de KBVB - niet dit blad - vindt die fout in artikel B2008 van zijn reglement wel even erg als matchfixing.

Ook kloeg Waasland-Beveren over 'verkeerde conclusies'. Op de vraag welke dat zijn, kwam geen antwoord. De club benadrukte dat het aanblijven van Swolfs niet vloekt met het bondsreglement. Maar het tegendeel werd nooit geschreven. Dé vaststelling is dat een geschorste bestuurder gewoon kan doorgaan. Dat op zich valt overigens Waasland-Beveren niet te verwijten. De regels blijken inderdaad gevolgd en de KBVB kan zich niet rechtstreeks inlaten met het personeelsbeleid van de clubs, die private vennootschappen zijn.

Vorige week gaf persman Pierre Cornez aan wat de KBVB momenteel wél kan bij schorsingen zoals deze. Hij noemde een verbod om 'officiële functies' op te nemen. Maar onder die noemer vallen enkel: terreinafgevaardigde, afgevaardigde van de bezoekende club en terreincommissaris. Ten tweede mag een geschorste geen gerechtigd correspondent zijn. Ook van die administratieve job dromen weinig bestuurders.

Voorts mag een geschorste niet optreden als 'verantwoordelijk bestuurslid'. Dat lijkt net een voordeel: mensen met die titel worden aangesproken als de club zijn bondsschulden niet betaalt. Ten slotte mag een geschorste niet op het wedstrijdblad staan. Ook dat hindert een financieel directeur niet. De slotsom is dus dat Swolfs niet enkel in functie kon blijven, hij ondervindt bovendien niet één praktische beperking. 'Uw analyse lijkt mij correct', mailt zijn advocaat Jan De Man.

Omdat Swolfs ook niet zelf opstapte of door zijn club ontslagen werd, luidt dé vraag nu of zijn aanblijven een probleem zal vormen als Waasland-Beveren een nieuwe proflicentie aanvraagt. De regels zeggen dat zo'n licentie niet kan gaan naar een club waarvan een juridische entiteit veroordeeld is voor matchfixing. Als de Licentiecommissie het verzaken aan de meldingsplicht gelijkstelt met matchfixing, zoals artikel B2008 van het bondsreglement doet, kan er een probleem zijn. Maar de Geschillencommissie Hoger Beroep paste de regels alvast niet zo strikt toe en sprak veel strengere straffen uit voor de matchfixers dan voor de 'niet-melders'.

Nóg interessant is of de KBVB zich beter kan wapenen tegen situaties zoals die rond Swolfs. Die situatie wordt nog relevanter bij het besef dat ze zich ook in Mechelen had kunnen voordoen. Daar werden vier bestuurders veroordeeld voor matchfixing zelf. Zij verlieten KV, maar hadden nu dus evengoed nog op post kunnen zijn. De KBVB zou kunnen overwegen om zijn licentiebeleid op dat punt aan te scherpen, met licenties die ook vlotter weer ingetrokken kunnen worden. Maar ook dan wenkt weer een juridisch mijnenveld. En sowieso volstaan strenge regels niet. De afdwinging moet volgen. Hoe dan ook vormt deze case een voorzet voor de KBVB om nog eens goed in te zoomen op zijn nieuw bondsreglement, dat aan het proefdraaien is en volgens Cornez in voege gaat op 1 juli 2020.

De tongen zijn losgekomen na het artikel dat Sport/Voetbalmagazine vorige week bracht over Olivier Swolfs. Dit blad schreef dat de financieel directeur van Waasland-Beveren nog in functie is, hoewel de Geschillencommissie Hoger Beroep van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) hem schorste. Dat laatste gebeurde naar aanleiding van de (poging tot) matchfixing bij de wedstrijd tegen KV Mechelen van 11 maart 2018. Vóór die match werd Waasland-Beverenvoorzitter Dirk Huyck benaderd. Swolfs wist dat en suggereerde zelfs een manier om KV te 'helpen': het opstellen van de jeugdige Daam Foulon. Op zijn site reageerde Waasland-Beveren gepikeerd op het artikel over Swolfs. De club schreef: 'Hij is niet veroordeeld voor matchfixing zelf. Men lijkt dat vergeten.' Dat eerste klopt. Zoals dit blad schreef, kreeg Swolfs zijn sanctie voor het verzaken aan de meldingsplicht. Máár: de KBVB - niet dit blad - vindt die fout in artikel B2008 van zijn reglement wel even erg als matchfixing. Ook kloeg Waasland-Beveren over 'verkeerde conclusies'. Op de vraag welke dat zijn, kwam geen antwoord. De club benadrukte dat het aanblijven van Swolfs niet vloekt met het bondsreglement. Maar het tegendeel werd nooit geschreven. Dé vaststelling is dat een geschorste bestuurder gewoon kan doorgaan. Dat op zich valt overigens Waasland-Beveren niet te verwijten. De regels blijken inderdaad gevolgd en de KBVB kan zich niet rechtstreeks inlaten met het personeelsbeleid van de clubs, die private vennootschappen zijn. Vorige week gaf persman Pierre Cornez aan wat de KBVB momenteel wél kan bij schorsingen zoals deze. Hij noemde een verbod om 'officiële functies' op te nemen. Maar onder die noemer vallen enkel: terreinafgevaardigde, afgevaardigde van de bezoekende club en terreincommissaris. Ten tweede mag een geschorste geen gerechtigd correspondent zijn. Ook van die administratieve job dromen weinig bestuurders. Voorts mag een geschorste niet optreden als 'verantwoordelijk bestuurslid'. Dat lijkt net een voordeel: mensen met die titel worden aangesproken als de club zijn bondsschulden niet betaalt. Ten slotte mag een geschorste niet op het wedstrijdblad staan. Ook dat hindert een financieel directeur niet. De slotsom is dus dat Swolfs niet enkel in functie kon blijven, hij ondervindt bovendien niet één praktische beperking. 'Uw analyse lijkt mij correct', mailt zijn advocaat Jan De Man. Omdat Swolfs ook niet zelf opstapte of door zijn club ontslagen werd, luidt dé vraag nu of zijn aanblijven een probleem zal vormen als Waasland-Beveren een nieuwe proflicentie aanvraagt. De regels zeggen dat zo'n licentie niet kan gaan naar een club waarvan een juridische entiteit veroordeeld is voor matchfixing. Als de Licentiecommissie het verzaken aan de meldingsplicht gelijkstelt met matchfixing, zoals artikel B2008 van het bondsreglement doet, kan er een probleem zijn. Maar de Geschillencommissie Hoger Beroep paste de regels alvast niet zo strikt toe en sprak veel strengere straffen uit voor de matchfixers dan voor de 'niet-melders'. Nóg interessant is of de KBVB zich beter kan wapenen tegen situaties zoals die rond Swolfs. Die situatie wordt nog relevanter bij het besef dat ze zich ook in Mechelen had kunnen voordoen. Daar werden vier bestuurders veroordeeld voor matchfixing zelf. Zij verlieten KV, maar hadden nu dus evengoed nog op post kunnen zijn. De KBVB zou kunnen overwegen om zijn licentiebeleid op dat punt aan te scherpen, met licenties die ook vlotter weer ingetrokken kunnen worden. Maar ook dan wenkt weer een juridisch mijnenveld. En sowieso volstaan strenge regels niet. De afdwinging moet volgen. Hoe dan ook vormt deze case een voorzet voor de KBVB om nog eens goed in te zoomen op zijn nieuw bondsreglement, dat aan het proefdraaien is en volgens Cornez in voege gaat op 1 juli 2020.