Heel even leek het erop dat het schitterende sportieve spektakel in de Tour de geur van de beerput onder het wielrennen voor drie weken zou kunnen verdrijven, maar vorige donderdag lichtte de Deense wielerbond het deksel. Michael Rasmussen mag niet naar het WK of de Spelen wegens vier gemiste out-of-competition-controles.
...

Heel even leek het erop dat het schitterende sportieve spektakel in de Tour de geur van de beerput onder het wielrennen voor drie weken zou kunnen verdrijven, maar vorige donderdag lichtte de Deense wielerbond het deksel. Michael Rasmussen mag niet naar het WK of de Spelen wegens vier gemiste out-of-competition-controles. "Een administratieve vergetelheid", probeerde Rabobankmanager Theo de Rooij eerst nog. Daags nadien moest hij al toegeven dat Michael Rasmussen een officiële waarschuwing had ontvangen en nog een dag later mocht hij uitleggen waarom Rabobank de Deen toch had opgesteld in de Tour, ondanks de vraag van de UCI om dat niet te doen. Terwijl Rabobank spitsroeden loopt, verdwijnt de zaak- Patrik Sinkewitz even naar de achtergrond. Onterecht. Vooraleer de jonge Duitser een testosteronwaarde van 28 : 1 scoorde - 28 keer de waarde van een normale man en 7 keer meer dan de maximaal toegestane 4 : 1-waarde - miste hij drie out-of-competition-controles. Kreeg Sinkewitz een officiële waarschuwing ? Heeft de UCI ook aan zijn ploeg gevraagd om hem thuis te laten ? En waarom heeft T-Mobile, dat zichzelf opwerpt als de zuiverste aller ploegen, dat niet gedaan ? Zijn Rasmussen en eventueel Sinkewitz de enige renners met een officiële waarschuwing ? Volgens Michael Boogerd niet : "Er rijden hier in de Tour wel dertig tot veertig renners met een waarschuwing." Werden alle betrokken ploegen ingelicht door de UCI ? Een mens kan alleen maar hopen dat de internationale wielerunie ter zake enige consequentie aan de dag legt. Ergo : al die ploegleiders hebben dus beslist om deze renners toch op te stellen, ook al weten ze dat gemiste controles aan de vooravond van de Tour een ernstige indicatie vormen voor dopinggebruik. Als de zaak-Rasmussen en de zaak-Sinkewitz één ding - nog maar eens - duidelijk maken, is het dat je de verantwoordelijkheid voor een dopingvrije wielersport niet mag overlaten aan de ploegen. Al zijn de bedoelingen van een aantal teams misschien goed : zelfcorrectie is een waanidee. Je kán van de ploegen niet verwachten dat ze de tak afzagen waar ze zelf op zitten. Toch schuift de UCI de hete aardappel systematisch door naar de teams. Zíj zouden hun eigen renners moeten schorsen wanneer die dopingcontroles missen, betrokken zijn in een gerechtelijk dossier of verdachte bloedwaarden laten optekenen. UCI-voorzitter Pat McQuaid maakt zich ervan af met de stelling dat de internationale wielerunie juridisch maar kan optreden als er een positieve dopingcontrole is. Die bewering is te gemakkelijk en bovendien verkeerd. De reglementen om gevallen in de grijze zone aan te pakken bestáán, alleen zijn ze onvoldoende uitgewerkt en worden ze niet genoeg of foutief toegepast. Beginnen we met het verhaal van Rasmussen en zijn gemiste controles. Daar bepaalt het UCI-reglement dat drie officiële waarschuwingen en/of gemiste controles binnen een periode van achttien maanden gelijkstaan met een positieve dopingtest. Michael Rasmussen beging volgens de letter van het UCI-reglement geen drie, maar zes (!) overtredingen : 1) Rasmussen leverde zijn volledige ' whereabouts' (gedetailleerde verblijfschema's) voor de periode april-mei-juni pas in juni in, terwijl dat ten laatste half maart had moeten gebeuren. Daarvoor kreeg de Deen op 24 maart een waarschuwing van de Deense wielerbond. 2) Rasmussen stuurde de formulieren op per post, terwijl het UCI-reglement duidelijk stipuleert dat dat per fax of e-mail dient te gebeuren. Dat had hem een tweede officiële waarschuwing moeten opleveren, wat niet gebeurde. 3)-4)-5)-6) Rasmussen miste op drie maanden tijd vier controles : twee van de Deense wielerbond, één van de WADA en één van de UCI. Pas op 29 juni ontvangt Rasmussen voor dat laatste feit een officiële waarschuwing van de UCI. Pat McQuaid had zijn excuus meteen klaar : de gemiste tests bij de Deense bond "tellen niet mee, dat is nu eenmaal het reglement". Klopt niet. Indien de UCI op tijd gecommuniceerd had met de Deense wielerbond en de zaken beter had opgevolgd, had Rasmussen nooit aan de start van de Tour gestaan. De UCI heeft er een administratief boeltje van gemaakt en probeert Rabobank daar nu voor te laten opdraaien. Een tweede aspect van de dopingbestrijding, waarin de UCI een schrijnend gebrek aan daadkracht aan de dag legt, zijn de gezondheidscontroles. Nog voor de epotest bestond, voerde de UCI systematische bloedcontroles in om het hematocriet van renners te meten. Omdat het hier om indirect bewijs van dopinggebruik gaat, worden renners die boven de vijftig uitkomen, 'ongezond' verklaard en vijftien dagen aan de kant gezet. Iedere ploeg heeft intussen een eigen meettoestel en dus worden tegenwoordig alleen nog maar hele domme renners met een hematocriet boven de vijftig geklist. De UCI verfijnde echter haar testmethodes en kan nu op basis van de stimulatie-index (verhouding tussen hemoglobine en jonge rode bloedlichaampjes) en het percentage reticulocyten (de jonge rode bloedlichaampjes) in het afgetapte bloed vrij nauwkeurig bepalen wie zich bezondigt aan epokuren en/of bloedtransfusies. Begin juni van dit jaar presenteerde de UCI een aantal van die gegevens aan de ploegen en twee dagen later stonden de resultaten in de krant. Een derde van de Spaanse renners en een zevende van de Italiaanse renners hebben te weinig jonge rode bloedlichaampjes om gezond te zijn. Zeven procent van de Spanjaarden zit zelfs onder de pathologische grens van 0,2 procent reticulocyten. Commentaar van dokter Zorzoli, medisch hoofd van de UCI : "Juridisch hebben we geen poot om op te staan, dus we kunnen niet bestraffen, maar we gebruiken die bloedscreening om verdachte ploegen en renners onder druk te zetten." Vreemd, maar de dokter kent blijkbaar zijn eigen reglement niet. Artikel 13.1.063 van het UCI-reglement, dat handelt over de gezondheidscontroles, definieert duidelijk de 'atypische bloedwaarden' waarmee een renner vijftien dagen aan de kant moet. Naast een hematocriet van meer dan vijftig procent voor mannen, is dat ook een reticulocytenwaarde onder de 0,2 procent. Ook voor de stimulatie-index is er een bovengrens vastgesteld. Dopinggebruikers kunnen dus wel degelijk aan de kant gezet worden op basis van bloedtests, vijftien dagen of zelfs langer indien de UCI de 'verplichte rustperiode' voor 'fysiek onfitte' renners uitbreidt. Dat de UCI haar eigen reglementen niet toepast, getuigt van weinig moed en verregaande nalatigheid. Liever houdt de UCI het bij halve communicatie - de ' men in black'-mededeling vlak voor de Tour - en halve maatregelen zoals het nu al beruchte dopingcharter dat juridisch zo lek is als een zeef. Er moet steeds snel gescoord worden en dat heeft veel te maken met de machtsstrijd die nu al drie jaar woedt rond de Pro Tour. Het verhaal is bekend. Voor de invoering van de Pro Tour was de machtsverdeling in de wielrennerij eenvoudig : de UCI bepaalde de kalender en de spelregels en Tourorganisator ASO deed daarbinnen op creatieve wijze zijn eigen zin. Iedereen tevreden. Toen ramde voormalig UCI-voorzitter Hein Verbruggen bij wijze van afscheidscadeau de organisatoren het Pro Tourconcept door de strot en besliste de ASO om eens te laten zien wie er écht baas is in wielerland. Sindsdien heeft de UCI het erg druk met het redden van eigen lijf en leden. Intussen rijdt het wielerpeloton zichzelf met de ogen dicht in de vernieling en wordt de Tour straks gewonnen door een Deen met een gat in zijn geheugen. Om nog van de koers te kunnen genieten zal u nog even schizofreen moeten blijven. S Door Loes Geuens