Dinsdag 17/03

Ha, daar is hij weer: de onbekende investeerder! Chronisch weerkerend fenomeen in het Belgische profvoetbal. Guy Ivens, die op een blauwe dinsdag Beerschot kwam redden, moet één van de meest absurde figuren geweest zijn in dat genre. Werd een uur na zijn merkwaardige eerste persconferentie al door Ivan Sonck ontmaskerd als een oplichter, en dan nog een van bedroevend niveau.
...

Ha, daar is hij weer: de onbekende investeerder! Chronisch weerkerend fenomeen in het Belgische profvoetbal. Guy Ivens, die op een blauwe dinsdag Beerschot kwam redden, moet één van de meest absurde figuren geweest zijn in dat genre. Werd een uur na zijn merkwaardige eerste persconferentie al door Ivan Sonck ontmaskerd als een oplichter, en dan nog een van bedroevend niveau. Albert Pans bij Antwerp, hoe zou het met hem zijn? Draaide de doos in, al was Eddy Wauters wel handig genoeg om hem eerst een paar tientallen miljoenen uit zijn zakken te halen. Een oplichter is goed, maar een bankdirecteur staat in de hiërarchie van de georganiseerde misdaad altijd nog een trapje hoger. Milan Mandaric bij Standard. Willy Van den Wyngaert. De geheimzinnige joodse zakenman die jarenlang Standard boven het water van de Maas hield. Van waar kwamen de redders van Racing Mechelen en van den Baarechoem ook weer: uit Kazachstan, Armenië of Kapellen? De Egyptenaar van Lierse. Noem het, en we hebben het al gehad. Maar hoe het liedje ook klinkt, het einde is altijd hetzelfde: investeerder weg, al dan niet bij de voeten vastgeketend aan een tiental andere gevangenen, club failliet of zo goed als. En zo de weldoener niet in verzekerde bewaring is genomen door de penitentiaire diensten van de overheid, dan mag hij in elk geval niet meer binnen in het stadion waar ze tot net voordien met zijn allen zo voor hem door het stof kropen, dat is ook een constante. De kans dat het bij Moeskroen anders loopt, is ... laten we een gokje wagen: nihil? Kun je in tien minuten tijd een kwartier achterstand goedmaken? Interessante vraag, nu het wielerseizoen zijn eerste hoogtepunt heeft bereikt met de voorjaarsklassiekers. In de Tour kan het, dankzij de oortjes en de gesofistikeerde computers in de auto's van de sportdirecteurs. Wat een kopgroep ook probeert, hoeveel dagen voorsprong hij ook bijeen fietst, op vierhonderd meter van de streep wordt hij gegrepen, dan is het tijd voor de mislukte uitval van Philippe Gilbert, en dan begint de sprint. Maar kun je een kwartier ophalen in tien minuten? Een zuiver wiskundig probleem, door logische vergelijking op te lossen. De vraag is hoe je de vraag juist moet formuleren. Renner X rijdt van A naar B. Vijftien minuten na hem vertrekt renner Y ook van A naar B. Kan renner Y dan tien minuten voor renner X in B aankomen? Nee, zo is het niet juist gesteld. Natuurlijk kan dat, het volstaat dat hij vijfentwintig minuten sneller rijdt op het traject van A naar B. Hoewel, dat is dan niet in tien minuten. We moeten het anders formuleren. Renner X rijdt van A naar C. Via B. Renner Y komt een kwartier na renner X in B. Renner X is dan al op weg naar C, kan dan tien minuten later renner Y renner X hebben ingehaald? Is het zo juist, denkt u? En doet het er eigenlijk toe of ze dan naar punt C dan wel naar punt F rijden? Laten we een nieuwe variabele invoeren: snelheid P. Renner X rijdt met snelheid P van A naar C over B. Renner Y evenwel, rijdt een kwartier later met snelheid Q eveneens van A naar ... nee, dat klopt ook niet. Anders aanpakken: als we één geval kunnen vinden waarin renner Y in tien minuten tijd een achterstand van een kwartier kan overbruggen, dan zijn we er. Laten we extreme waarden nemen. Renner X vertrekt om 14.00 uur van A naar C met een snelheid van vijf kilometer per uur. De afstand van A naar C bedraagt 100 kilometer, al hebben wij vaag het vermoeden dat dat er niet toe doet. Om 14.15 uur vertrekt renner Y, regelmatige klant bij dokter Fuentes, met een snelheid van tachtig kilometer per uur. Kan renner Y dan om 14.25 renner X hebben bijgehaald. Ja, toch? Vijfentwintig minuten tegen vijf per uur, hoeveel leg je dan af? Dat is een regel van drie. Vijf gedeeld door zestig maal vijfentwintig. Dat is 2,8, maar de vraag is: 2,8 wat? Kilometer? Minuten? Uren? Hoeveel leg je af in tien minuten als je tachtig per uur rijdt? Tachtig gedeeld door zestig maal tien, dat is ... momentje, 13,3. Wederom geen idee over 13,3 wat? Maar één ding staat vast: 13,3 wat is hoe dan ook meer dan 2,8 wat. En dus luidt de conclusie dat aan uw Scout geen groot wiskundige verloren zal gaan, en dat wij geen flauw idee hebben of je in tien minuten een kwartier achterstand kunt goedmaken. Zou de Wuyts dat weten? Sdoor koen Meulenaere