Dinsdag 31/08

Het is middernacht als wij deze regels tot u richten, en de transferperiode zit er ... heel even wachten nog, zevenenvijftig, achtenvijftig, negenenvijftig, ja ... ze zit er eindelijk op. Wat de laatste dagen nog aan vreemde eenden onze voetbalbijt binnen is geduikeld, is nauwelijks bij te houden. En om hun herkomst exact in kaart te brengen, is Wolters Grote Wereld Atlas onmisbaar.
...

Het is middernacht als wij deze regels tot u richten, en de transferperiode zit er ... heel even wachten nog, zevenenvijftig, achtenvijftig, negenenvijftig, ja ... ze zit er eindelijk op. Wat de laatste dagen nog aan vreemde eenden onze voetbalbijt binnen is geduikeld, is nauwelijks bij te houden. En om hun herkomst exact in kaart te brengen, is Wolters Grote Wereld Atlas onmisbaar. In de gouden tijd toen slechts drie buitenlanders mochten aantreden, kochten onze clubs zich een Nederlander, en die kwam dan ook effectief uit Nederland. Of in Wallonië een Fransman, en die kwam uit Frankrijk. Links en rechts arriveerde een Afrikaan die op een of andere missiepost was ontdekt, en in Luik waren altijd veel Joegoslaven. Ploegen uit wereldsteden, dat waren dus Beerschot en Antwerp, durfden al eens wat verder te reizen. Tot in het hoge Noorden, daar engageerden ze dan Arto Tolsa of Ove Eklund. Op een dag pakte Antwerp uit met Georgios Sideris, een Griek! Bij Beerschot gingen ze trans-Atlantisch: Chico Cabral en Manu Sanon. Iwan Fränkel van Antwerp was een Surinamer, maar hij kwam uit Nederland. Vandaag de dag heeft elke club scouts over de hele aardbol. Gunther Schepens legt in één week tijd meer zeemijlen af dan Vasco da Gama en Christoffel Columbus samen in heel hun leven. Zo wordt onze competitie versterkt door een Chileen die tot half augustus in Turkije actief was, door een Costa Ricaan die aan de slag was in Bulgarije (Litex Lovech), en een Marokkaan met Spaanse vader en Libische moeder die zijn jeugd heeft doorgebracht in Iran en nu in de Arabische Emiraten voetbalde. Bij Gent zit een Ivoriaan uit Thailand. Drie matchen gespeeld en alle kenners, nooit gezegend met geduld en voorzichtigheid, zijn het eens: met hem heeft Michel Louwagie nog maar eens de hoofdvogel afgeschoten. Die verhuist in de winterstop voor 34 miljoen euro naar FC Twente. Michel heeft al een vervanger op het oog: een Malinees die in Jemen wegkwijnt. Schepens is drie keer naar Aden gevlogen en Gilbert De Grootte heeft de familie op hun nest in Bamako verrast. Het gaat om Camara Leye, maar hou dat stil of er komen kapers op de kust. In dezelfde week neemt de wielerwereld afscheid van twee markante figuren: Laurent Fignon, gevecht tegen kanker verloren, en Jean Nelissen, gevecht tegen de eeuwigheid verloren. Over Fignon hebben anderen het, hier brengen wij een eresaluut aan Nelissen, bevlogen sportverslaggever van De Limburger en de NOS. In de journalistiek gebeurt het zelden, en in de sportjournalistiek nooit, dat een heer van rang en stand deel uitmaakt van de gilde. Maar Jean wás een heer van stand. Was een tijdlang getrouwd met de eigenares van een grote champignonkwekerij en woonde in een kasteel vlak bij Maastricht. Tot hij genoeg had van zowel de champignons als de eigenares en, waarom het verbloemen, van de regen in de drop verzeilde. Een les voor ons allen. Toen uw Scout wielerreporter was, vertoefde hij graag in het gezelschap van Jean, die vanachter zijn sigaartje en zijn geestverrijkende glas een begenadigd causeur en humorist was. Eén keer kwaad op hem geweest: het wereldkampioenschap veldrijden in Mlada Bo- leslav in Tsjechië, min tweeëntwintig graden. Het was in de tijd van het IJzeren Gordijn. Mlada Boleslav was het hoofdkwartier van de Skodafabrieken. Er stond één hotel, het Skodahotel (verschrikkelijk), en voor de rest was er niets behalve grauwe Oost-Europaflats. Er reed één taxi. Toen wij die samen met een in ijs veranderde Mark Vanlombeek probeerden aan te houden om ons naar het hotel te voeren, schudde de chauffeur beslist het hoofd: hij was voor vier volledige dagen afgehuurd door een deftige heer von dem Holländischen Rundfunk en mocht niemand anders vervoeren. In die tijd bloeide de champignonhandel op zijn weligst. In 1985 moest de NOS halsoverkop de verslaggeving van de Elfstedentocht in elkaar flansen. De producer belde in paniek naar Nelissen: 'Kun jij mee commentaar geven?' Aan de andere kant van de lijn bleef het even stil en toen vroeg Jean: 'Wat is de temperatuur in Friesland?' 'Min zes', maakte de producer het preventief vier graden warmer dan het was. 'Dan zal het niet gaan,' besloot Nelissen, 'mijn limiet is plus negen.' Het ga je goed Jean. Vertel ze daarboven maar een paar straffe verhalen. En neem een sigaartje. door koen meulenaere"Jean was een heer van stand"