Woensdag 10/11

Dat de Gantoise het zo goed doet - in de competitie, in de beker én in de Europa League - ligt in de traditie van het grootse verleden van de stad. Boven Gent rijst, eenzaam en grijs, 't oud belfort, zinbeeld van 't verleden. Misschien kent niet iedereen alle strofen nog, maar toch minstens het refrein: trilt in uw graf, trilt Gentse helden, gij Jan Hyoens, gij Artevelde, mijn naam is Roeland Kleppebrand, en luide storm in 't Vlaanderland.
...

Dat de Gantoise het zo goed doet - in de competitie, in de beker én in de Europa League - ligt in de traditie van het grootse verleden van de stad. Boven Gent rijst, eenzaam en grijs, 't oud belfort, zinbeeld van 't verleden. Misschien kent niet iedereen alle strofen nog, maar toch minstens het refrein: trilt in uw graf, trilt Gentse helden, gij Jan Hyoens, gij Artevelde, mijn naam is Roeland Kleppebrand, en luide storm in 't Vlaanderland. Wie het op school niet aangeleerd heeft, wegens gespijbeld of rijksonderwijs gevolgd, zal nu ongetwijfeld opmerken: 'Wat voor onzin is dat? Nog erger dan Bart Kaëll.' Maar dit getuigt dan van weinig respect voor onze geschiedenis. Jacob Van Artevelde is alom bekend, mogen we hopen. Naar hem is in Gent een steen vernoemd waarop ooit een voetbalstadion had moeten verrijzen. Met Jan Hyoens en Roeland Kleppebrand is het grote publiek minder vertrouwd. Hyoens was eerst een vriend van Jacob van Artevelde, maar koos nadien de kant van graaf Lodewijk van Maele en spoorde de kooplui aan om hem tegen de wil van de wevers in de stad binnen te halen. Een beetje zoals Michel Louwagie met zijn Costa Ricanen. Later kreeg Hyoens daar spijt van, want hij viel zelf in ongenade. Kleppebrand hebben wij in de encyclopedie niet teruggevonden. Onze vriend Google dan maar ingeschakeld, wat zouden wij zijn zonder hem? En val nu om, het is niet: 'Mijn naam is Roeland Kleppebrand', maar: 'Mijn naam is Roeland, 'k kleppe brand.' Duizend keer gezongen en nooit beseft. Nu bellen de mensen de pompiers maar vroeger bestond de 100 niet en moest je zo luid mogelijk 'Braaaaand!' kleppen. In de veelal ijdele hoop dat iemand de spuitgasten uit de kroeg zou gaan halen. Roeland staat wel in de encyclopedie: een paladijn van Karel de Grote die in de achterhoede van diens leger stierf bij de slag bij Roncevalles, ook bekend van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela, maar die vooraleer hij zijn laatste adem uitblies zijn voorlaatste gebruikte om zo hard op de hoorn te schallen dat ze vooraan hoorden dat er achteraan iets mis was. En op de vlucht konden slaan. Geef toe: er zijn weinig rubrieken in dit blad, op de Intro na misschien, waarvan u zoveel bijleert als van deze. Rest één vraag: wat komt die Roeland in Gent doen? Ook aangetrokken door Louwagie? Ontdekt door Günter Schepens op een van zijn vele reizen? En waarom is er een klok naar hem genoemd? Zoek dit zelf uit, wij kunnen niet alles voor u doen. Nu we toch in de historische sfeer vertoeven, doet het ons plezier te kunnen melden dat Marieke van Nijmegen van haar sokkel is gestoten door Björn Vleminckx. We mogen aannemen dat iedereen Marieke van Nijmegen kent? En Björn Vleminckx? Marieke van Nijmegen was een blijspel uit de jaren stillekes, vijftienhonderd en zoveel, en wij geven u de korte inhoud. Marieke woonde in de buurt van Nijmegen bij haar oom, de priester Gijsbrecht. Op een dag moest ze naar de markt in de stad en bleef ze bij haar tante overnachten. Nooit doen! Dat mens had vlak voordien ruzie gehad met andere vrouwen, en was zo kwaad dat Marieke het moest ontgelden. Tanteke schold haar de huid vol en beschuldigde haar van een relatie met haar oom, de pastoor! En dan spreken de mensen op monseigneur Vangheluwe. De afloop verklappen we niet, om het plezier niet te bederven van wie aangestoken door onze mooie woorden aan het lezen zou slaan, maar van Marieke stond in Nijmegen een imposant standbeeld. Dat wordt nu vervangen door een van Björn Vleminckx. Scoort aan de lopende band. En roemt in zijn dankwoorden nadrukkelijk spitsentrainers Patrick Kluivert en Jack de Gier: 'Ze staan bij elke training mee op het veld en zijn fulltime met mij bezig.' Nederland is hier alweer het gidsland. Geen enkele club kan nog zonder keeperstrainer, waarom zouden de spitsen dan geen gespecialiseerde hulp mogen krijgen? En bij uitbreiding de libero's. En de backs. En de flankmiddenvelders, die moeten toch heel andere bekwaamheden inoefenen dan hun maats die centraal lopen. Een ploeg die echt professioneel wil werken, Germinal Beerschot bijvoorbeeld, heeft voor elk van de elf posities een gespecialiseerde oefenmeester in dienst, én een psycholoog. Hugo Broos heeft wat te snel toegehapt in Zulte Waregem, hij had binnenkort kunnen kiezen. door koen meulenaere"Iedereen kent Marieke van Nijmegen?"