Eind augustus stortte zijn wereld in elkaar. Sébastien Pocognoli dacht zijn carrière aan de boorden van de Maas te beëindigen, maar Standard wees hem de deur. Een beetje laat, op enkele dagen van het sluiten van de transfermarkt. Op dat moment kwam de Luikenaar en Rouche in hart en nieren uit de lucht vallen. Hij had immers het bestuur nog verschillende keren ontmoet. Nooit had men hem laten weten dat hij op zoek mocht gaan naar een nieuwe werkgever, en al helemaal niet dat hij dat gratis mocht doen.

Maar eigenlijk wist hij het wel. De technische staf had hem geen enkele garantie op speelminuten gegeven. Hij draaide op voor de rekrutering van de Fransman Nicolas Gavory en voor de ontbolstering van Senna Miangue. Daardoor viel hij in de hiërarchie van de linksachters terug naar de derde plaats. En dan was er ook nog zijn langdurige heupblessure. Nadat hij eind 2018 geopereerd werd, miste hij het grootste deel van vorig seizoen. In totaal kwam hij aan slechts acht optredens in de competitie en haalde hij niet het niveau dat hij destijds had als international. Het seizoen daarvoor, toen hij teruggekeerd was naar Sclessin, was beter, hoewel de ex-verdediger van AZ en Hannover enkele lacunes vertoonde in zijn spel. En het was niet alleen dat. In 2018 mocht hij nog als kapitein de beker de lucht in tillen, maar zijn discours sloeg minder en minder aan in de kleedkamer. Een generatiekloof tussen hem, een zwoeger van de oude stempel, en de jonge, frivole talenten. Het is iets waar Réginal Goreux minder last van heeft: hij ziet zichzelf eerder in de rol van 'grote broer'.

Maar vooral: 'Poco' kwam terug naar Standard in 2017, vier jaar na zijn vertrek, in een complexe context. De club kwam uit een seizoen waarin het in play-off 2 verzeild was geraakt en Ricardo Sá Pinto had het moeilijk om zijn stempel te drukken. Maar geen erg, er stroomde rood-wit bloed door Poco's aderen en hij wilde koste wat kost terug naar huis keren. Zijn familie, altijd aan zijn zijde, had genoeg moeten rondzwerven tussen Nederland, Duitsland en Engeland. Daarom wachtte hij niet op een voorstel van Brighton, dat net gepromoveerd was naar de Premier League en dat hem verhuurd had aan West Bromwich, en trok hij opnieuw het shirt aan van de club die hem opgeleid had.

Maar het was niet alleen een liefdesverhaal. Bruno Venanzi, die toen graag het woord 'dna' in de mond nam, overtuigde de lieveling van de supporters om de cirkel rond te maken in Luik in ruil voor een normaal salaris maar met de belofte dat hij, wanneer hij zijn schoenen aan de haak zou hangen, een postje binnen de club zou krijgen. Vandaar dat Poco liever een 0-4 om de oren kreeg van Zulte Waregem (op 18 augustus 2017) dan een klinkende affiche af te werken in de Premier League.

'Ik had het al lang in mijn hoofd om terug te keren, maar ik had geen zin om dat op mijn 34, 35 of 36 jaar te doen, om hier wat uit te bollen. Ik heb nog enkele mooie jaren voor mij', zegt hij in een interview met dit blad enkele maanden na zijn terugkeer. 'Ik had een uitdaging nodig die me zou motiveren. De challenge om Standard terug naar de top te brengen, vind ik heel motiverend. En ik had zin in stabiliteit. Het feit dat men me een contract voor drie jaar aanbiedt, heeft ook meegespeeld. Zo kon ik terug naar huis komen met een lange termijn in het vizier. Dat had ik nodig.'

Maar vandaag zal Sébastien Pocognoli daar anders over denken. In het begin van deze maand, na het sluiten van de transfermarkt, gaf de directie in Luik de spelerslijst vrij voor de nationale en Europese competities. De naam van Pocognoli stond er niet op. Ook die van Pedro Luis Cavanda - het geduld van de technische staf met hem is op - en die van Orlando Sá - die zijn torinstinct lijkt te hebben achtergelaten in China - ontbraken. De drie trainen dus apart, zonder rechtstreeks contact met de A-kern, en ze moeten op de transferperiode in januari wachten om een uitweg te vinden.

Eind augustus stortte zijn wereld in elkaar. Sébastien Pocognoli dacht zijn carrière aan de boorden van de Maas te beëindigen, maar Standard wees hem de deur. Een beetje laat, op enkele dagen van het sluiten van de transfermarkt. Op dat moment kwam de Luikenaar en Rouche in hart en nieren uit de lucht vallen. Hij had immers het bestuur nog verschillende keren ontmoet. Nooit had men hem laten weten dat hij op zoek mocht gaan naar een nieuwe werkgever, en al helemaal niet dat hij dat gratis mocht doen.Maar eigenlijk wist hij het wel. De technische staf had hem geen enkele garantie op speelminuten gegeven. Hij draaide op voor de rekrutering van de Fransman Nicolas Gavory en voor de ontbolstering van Senna Miangue. Daardoor viel hij in de hiërarchie van de linksachters terug naar de derde plaats. En dan was er ook nog zijn langdurige heupblessure. Nadat hij eind 2018 geopereerd werd, miste hij het grootste deel van vorig seizoen. In totaal kwam hij aan slechts acht optredens in de competitie en haalde hij niet het niveau dat hij destijds had als international. Het seizoen daarvoor, toen hij teruggekeerd was naar Sclessin, was beter, hoewel de ex-verdediger van AZ en Hannover enkele lacunes vertoonde in zijn spel. En het was niet alleen dat. In 2018 mocht hij nog als kapitein de beker de lucht in tillen, maar zijn discours sloeg minder en minder aan in de kleedkamer. Een generatiekloof tussen hem, een zwoeger van de oude stempel, en de jonge, frivole talenten. Het is iets waar Réginal Goreux minder last van heeft: hij ziet zichzelf eerder in de rol van 'grote broer'. Maar vooral: 'Poco' kwam terug naar Standard in 2017, vier jaar na zijn vertrek, in een complexe context. De club kwam uit een seizoen waarin het in play-off 2 verzeild was geraakt en Ricardo Sá Pinto had het moeilijk om zijn stempel te drukken. Maar geen erg, er stroomde rood-wit bloed door Poco's aderen en hij wilde koste wat kost terug naar huis keren. Zijn familie, altijd aan zijn zijde, had genoeg moeten rondzwerven tussen Nederland, Duitsland en Engeland. Daarom wachtte hij niet op een voorstel van Brighton, dat net gepromoveerd was naar de Premier League en dat hem verhuurd had aan West Bromwich, en trok hij opnieuw het shirt aan van de club die hem opgeleid had. Maar het was niet alleen een liefdesverhaal. Bruno Venanzi, die toen graag het woord 'dna' in de mond nam, overtuigde de lieveling van de supporters om de cirkel rond te maken in Luik in ruil voor een normaal salaris maar met de belofte dat hij, wanneer hij zijn schoenen aan de haak zou hangen, een postje binnen de club zou krijgen. Vandaar dat Poco liever een 0-4 om de oren kreeg van Zulte Waregem (op 18 augustus 2017) dan een klinkende affiche af te werken in de Premier League. 'Ik had het al lang in mijn hoofd om terug te keren, maar ik had geen zin om dat op mijn 34, 35 of 36 jaar te doen, om hier wat uit te bollen. Ik heb nog enkele mooie jaren voor mij', zegt hij in een interview met dit blad enkele maanden na zijn terugkeer. 'Ik had een uitdaging nodig die me zou motiveren. De challenge om Standard terug naar de top te brengen, vind ik heel motiverend. En ik had zin in stabiliteit. Het feit dat men me een contract voor drie jaar aanbiedt, heeft ook meegespeeld. Zo kon ik terug naar huis komen met een lange termijn in het vizier. Dat had ik nodig.' Maar vandaag zal Sébastien Pocognoli daar anders over denken. In het begin van deze maand, na het sluiten van de transfermarkt, gaf de directie in Luik de spelerslijst vrij voor de nationale en Europese competities. De naam van Pocognoli stond er niet op. Ook die van Pedro Luis Cavanda - het geduld van de technische staf met hem is op - en die van Orlando Sá - die zijn torinstinct lijkt te hebben achtergelaten in China - ontbraken. De drie trainen dus apart, zonder rechtstreeks contact met de A-kern, en ze moeten op de transferperiode in januari wachten om een uitweg te vinden.