De absolute top was hij. Joegoslavische nationale ploeg, Italiaanse Serie A, jarenlang Maaseik... Vorig seizoen maakte hij als 38-jarige - na een interimperiode als coach bij Lennik - zijn comeback als speler. Aanvaller, in de Duitse competitie, bij Berlijn. En zie, prompt werd zijn ploeg kampioen. Terug in België bleef er niet veel anders over dan coach te worden van godbetert Averbode. Vorig seizoen nog derde in de competitie en verliezend bekerfinalist, maar na financiële problemen een gedoodverfde degradatiekandidaat. Maar waar staat datzelfde Everbeur na de eerste competitiehelft ? Jawel, topzes !
...

De absolute top was hij. Joegoslavische nationale ploeg, Italiaanse Serie A, jarenlang Maaseik... Vorig seizoen maakte hij als 38-jarige - na een interimperiode als coach bij Lennik - zijn comeback als speler. Aanvaller, in de Duitse competitie, bij Berlijn. En zie, prompt werd zijn ploeg kampioen. Terug in België bleef er niet veel anders over dan coach te worden van godbetert Averbode. Vorig seizoen nog derde in de competitie en verliezend bekerfinalist, maar na financiële problemen een gedoodverfde degradatiekandidaat. Maar waar staat datzelfde Everbeur na de eerste competitiehelft ? Jawel, topzes ! Andrej Urnaut : "Totnogtoe kan ik niet anders dan zeer tevreden zijn. Iedereen weet dat we een bijna volledig nieuwe ploeg hebben, dat ons budget noodgedwongen naar beneden gehaald is. We werken nu met zo'n 150.000 euro, vorig jaar was dat ongeveer het dubbele. Bijna al onze spelers met ereklasse-ervaring gingen ergens anders naartoe û op Timmy Verschueren en Franky Reijmen na. We kregen er alleen jonge spelers uit lagere afdelingen bij. We did a great job in het eerste deel van de competitie. Iedereen zag ons al in eerste nationale, maar we staan in de topzes. I'm satisfied !" "Een goede groep. Jonge gasten die zichzelf willen bewijzen en daar hard voor werken. Dit is het, daar moet je het mee doen, had het bestuur me gezegd. Oké. Ik ben iemand die al altijd in zichzelf gelooft, ik ben overtuigd van mijn werk. Karakter hebben we genoeg en de wil om onszelf te bewijzen ook, dat zijn onze sterke punten. Minpunt is het gebrek aan ervaring. Dat merk je nu al, bij het begin van de tweede competitiehelft. Het verschil in kwaliteit met ploegen als Maaseik en Roeselare is zó groot... Dat krijg je met goede wil alleen niet gedicht. Maar het is ook niet tegen Maaseik en Roeselare dat we onszelf moeten bewijzen. Zelfs niet tegen Lennik of Menen : ook dat zijn ploegen met een budget dat vier keer hoger ligt dan het onze. Dat merk je vooral in de breedte. Ik beschik momenteel over een zevental volwaardige, fitte spelers. Dan blijft er niet veel ruimte om te veranderen of in te grijpen als het niet goed gaat." "Ik zei al : ik ben iemand die overtuigd is van zijn eigen werk. Zéker was ik er natuurlijk niet van dat we de eerste zes zouden halen, maar heimelijk hoopte ik er wel op. Onze eerste matchen waren uitwedstrijden tegen Puurs en Kapellen : ernstige kandidaten voor de topzes. Toen we daar gingen winnen, en na onze thuismatch tegen Halen, was ik er vrijwel zeker van dat we de topzes zouden halen. Daarvóór was het meer hopen.""In december, al (lacht)! In december hadden we al méér bereikt dan iemand van ons verwachtte. Véél meer. Dat wordt inderdaad ons moeilijkste probleem. Mentaal wordt het niet gemakkelijk om de tweede seizoenshelft door te komen. Maar anderzijds : we hebben ook niks meer te verliezen. Het is tijd voor mijn spelers om zich ook met zwaardere tegenstanders te meten. Simpel wordt dat zeker niet, want het betekent ook dat je een paar keer zwaar om je oren zal krijgen. En dat is niet gemakkelijk te verteren." "Och, na onze twee matchen tegen Maaseik en Roeselare is iedereen weer pretty much back to the ground. We speelden zelf niet al te best en die twee ploegen zijn - zeker in deze periode van het jaar, met hun Europese campagne - in topvorm. Maar zelfs al blijven we tot het eind van de competitie alleen maar verliezen : voor ons is dat geen ramp. Maar liefst niet altijd zo zwaar ! En als coach wil je natuurlijk altijd winnen. Ik probeer mijn spelers dan ook telkens weer te pushen. Altijd verder. We staan nog mijlenver af van Maaseik en Roeselare, daar moeten we eerlijk in zijn. Maar waar we nu zijn, vind ik het al oké." "Druk is er altijd voor een sportman, zijn hele leven. Je went eraan. Natuurlijk, in Lennik beschikte ik over (wikt zijn woorden) grote namen, iedereen verwachtte dat we zouden meedoen voor de titel. Dat is een ander soort druk. Maar hier lag er voor aanvang van het seizoen ook druk op mij, hoor ! Ik kreeg als het ware een groep in mijn handen geduwd. Het bestuur zei : dit is het, hier moet je het mee doen, maak er iets van. Ik wist dus vooraf welk vlees ik in de kuip had. Dat is wat anders dan in Lennik. (Maakt wegwerpgebaar.) Maar weet je : ik wil aan die periode niet veel woorden meer vuil maken. Maaseik was dat jaar ontzettend sterk, Roeselare won de Europabeker. Een derde plaats was toen het hoogst haalbare. Zo simpel is het." "Bij mijn terugkeer naar België besefte ik heel goed dat er niet direct een topteam zou klaarstaan. Averbode was een goede opstap. Ik werk met jonge gasten, ik zie hen voortdurend evolueren : dat is wel heel fijn, moet ik zeggen. We zien wel wat de toekomst brengt. Niets zegt dat dit Averbode in de toekomst niet opnieuw een topteam wordt in België. Maar dat zal tijd kosten.""Een coach mág niet zo denken. Op training moet je hen zoveel mogelijk van je kennis proberen over te brengen. Het spreekt vanzelf dat ik vooral mijn receptiespelers nog wel wat kan bijbrengen. En ik geef toe dat ik ook een paar keer zélf ingevallen ben. Soms op moeilijke momenten, ja. Maar ik ben dan ook nog speler-trainer, hé ! De derde en beslissende set in de thuismatch tegen Menen heb ik gespeeld. Die hebben we ook gewonnen... Tegen Halen ben ik een paar keer ingekomen.""Neen. En zo zie ik het ook niet. Absoluut niet. Ik kom in om een andere speler wat rust te gunnen. Net als elke andere invaller. Meer niet."door Kris Croonen'We hebben niks meer te verliezen.'