Onze aard

'Probeer het eens uit: spring in Oslo op een trein en zoek oogcontact met de mensen rond jou. Je zult merken dat dat niet zo eenvoudig is. Iedereen kijkt er naar de grond. We zijn nochtans een beleefd volk. Een toerist die de weg vraagt, zullen we altijd vriendelijk antwoorden en ook tegenover mensen die we kennen, zijn we heel sociaal. Maar zomaar eens een onbekende aanspreken, dat doet een Noor niet. Sterker nog: als er op de trein een bankje is met drie zitjes en er zit al een Noor op één van die zitjes, dan is het ondenkbaar dat een andere Noor naast hem plaatsneemt, tenzij ze elkaar kennen.'
...

'Probeer het eens uit: spring in Oslo op een trein en zoek oogcontact met de mensen rond jou. Je zult merken dat dat niet zo eenvoudig is. Iedereen kijkt er naar de grond. We zijn nochtans een beleefd volk. Een toerist die de weg vraagt, zullen we altijd vriendelijk antwoorden en ook tegenover mensen die we kennen, zijn we heel sociaal. Maar zomaar eens een onbekende aanspreken, dat doet een Noor niet. Sterker nog: als er op de trein een bankje is met drie zitjes en er zit al een Noor op één van die zitjes, dan is het ondenkbaar dat een andere Noor naast hem plaatsneemt, tenzij ze elkaar kennen.' 'Ik groeide op in Bærum, een gemeente op zo'n kwartier rijden van Oslo. Met mijn drie jaar oudere zus en mijn ouders woonde ik er in een huis met een voor- en achtertuin. Mijn moeder werkt in de welzijnssector; zij helpt mensen zonder inkomen of onderdak. Mijn vader heeft een economische job in het Noorse gevangeniswezen. 'Het leven was goed in Bærum: veilig, makkelijk en leuk. Ik probeerde er veel sporten uit. In de winter ging ik graag langlaufen, skiën en snowboarden. We woonden dicht bij een skioord: Kirkerudbakken. Pas vier was ik toen mijn ouders me daar al mee naartoe namen. Skilessen nam ik niet, in Noorwegen probeer je het als kind gewoon wat uit. Het komt op natuurlijke wijze, het zit in ons bloed. Om te leren snowboarden nam ik rond mijn negende wel even lessen, maar na één week had ik het al beet. Later probeerde ik met vrienden op de skipistes van Kirkerudbakken urenlang tricks en sprongetjes uit. 'In de zomer wordt het bij ons behoorlijk warm en zonnig, dan is er geen sneeuw en speelde ik vaak hockey, honkbal en voetbal natuurlijk. Van de jongens met wie ik toen in dezelfde voetbalclub zat, spelen er nu vier à vijf in de Noorse eerste klasse.' 'Met onze school maakten we eens een uitstap naar de Galdhøpiggen. Die is met zijn 2469 meter de hoogste berg van Noorwegen. We klommen helemaal naar de top, dat was indrukwekkend. Een stuk noordelijker in Noorwegen lopen er rendieren in het wild. Ik zag er eens enkele door het raam van de bus toen we voor een match naar Tromsø reden. En helemaal bovenaan in het land is Nordkapp een bezoekje waard, daar zou ik graag eens geraken. Enkele weken per jaar wordt het daar 's nachts niet donker. Als je dan ook nog eens de Barentszzee oversteekt, kun je op Spitsbergen ijsberen in het wild zien. Maar ook daar ben ik nog nooit geweest. Voor onze gezinsreizen trokken we steevast richting het zuiden, naar Mallorca of Gran Canaria. Veel Noren doen dat, in Noorwegen hebben we geen mooie stranden.' 'Noorwegen en Zweden leunen heel dicht bij elkaar aan, zowel qua cultuur als qua taal. Als ik Noors praat tegen een Zweed, begrijpt hij mij en vice versa. Maar Finland is een heel ander verhaal. Van het Fins begrijp ik geen letter, tegen een Fin moet ik Engels praten. Ik weet ook niet zoveel over Finland, dat land staat redelijk ver van ons af.' 'Noorwegen is duur. Qua belastingen kunnen we de vergelijking met België doorstaan. Maar in Noorwegen is het geen nationale sport om die te ontduiken en zo de boel te belazeren. Ook bij ons wordt er weleens geklaagd, maar in hun achterhoofd weten de Noren heel goed dat die belastingen een onderdeel zijn van iets positiefs. Zo moet je tot je achttiende in Noorwegen bij de tandarts en de dokter niets betalen.' 'Naast voetbal is ook langlaufen heel populair in Noorwegen. In die discipline is Petter Northug dé man. Hij geldt in Noorwegen als de grootste sporter. De beste Noorse voetballer ooit is waarschijnlijk Ole Gunnar Solskjær, maar die zag ik amper spelen, daarvoor ben ik te jong. Een speler die ik wel bezig zag en voor wie ik als linksback een boon had, was John Arne Riise, zeker omdat hij als Noor bij mijn favoriete club Liverpool speelde. Dat ik een Liverpoolfan ben, ligt aan mijn vader. Toen ik pas geboren was, zei hij het al: jij zult voor Liverpool supporteren, ventje!' ( lacht)