Wielerstatistici kunnen zich op het internet al sinds de eeuwwisseling verdiepen in de Cycling Quotient-ranking. Daarin worden aan de resultaten van alle wedstrijden, en dus niet alleen WorldTourkoersen, punten toegekend. Qua beoordeling een betere graadmeter dan het WorldTourklassement, waarin het overwicht van de rittenkoersen in de puntentoekenning (te) doorslaggevend is en de eendagscoureurs vaak ondergesneeuwd raken.
...

Wielerstatistici kunnen zich op het internet al sinds de eeuwwisseling verdiepen in de Cycling Quotient-ranking. Daarin worden aan de resultaten van alle wedstrijden, en dus niet alleen WorldTourkoersen, punten toegekend. Qua beoordeling een betere graadmeter dan het WorldTourklassement, waarin het overwicht van de rittenkoersen in de puntentoekenning (te) doorslaggevend is en de eendagscoureurs vaak ondergesneeuwd raken. Dat was dit seizoen niet het geval, want Peter Sagan won met 669 punten als eerste niet-klassementsrenner sinds Philippe Gilbert in 2011 de WorldTour, met ruime voorsprong op Nairo Quintana (609) en Chris Froome (564). Alleen Greg Van Avermaet vergezelt hem als klassieke coureur in de top tien (zesde met 420 punten). Dat Sagan, en ook Gilbert in 2011, de Contadors en Froomes van het peloton voorbleven, is geen toeval. Beiden zetten een fenomenaal seizoen neer. Sagan was in 2016 goed voor veertien zeges (Gent-Wevelgem, Ronde van Vlaanderen, twee etappes in de Rondes van Californië en Zwitserland en in de EnecoTour, drie ritten plus de groene trui in de Tour, EK én WK) en werd bovendien twaalf keer tweede, zesmaal derde en zeven keer vierde. Dat leverde hem in de CQ-ranking 3307 punten op, de hoogste score van alle renners sinds 2000. Gilbert volgt met 3180 punten (in 2011) op twee, Alejandro Valverde met 3152 (in 2014) op drie. Tweede Belg is Tom Boonen, op positie dertien, met 2559 punten na zijn wereldkampioensseizoen van 2006. Uitzonderlijk dus, het seizoen van Peter Sagan. Maar niet zo exceptioneel als we verder teruggaan in de tijd, tot 1980. Dat blijkt uit de rangschikking die Sport/Voetbalmagazine in 2011, naar aanleiding van het superjaar van Gilbert, opstelde - via een eigen puntensysteem, gebaseerd op overwinningen plus podiumplaatsen in grote klassiekers en rondes. Sean Kelly, Giuseppe Saronni, Laurent Jalabert, Stephen Roche, Bernard Hinault, Miguel Indurain en Tony Rominger zettenzelfs een of meerdere keren een beter seizoen neer dan de Belg en de Slovaak. Gilbert bekleedt in die ranking de negende stek, met 740 punten (2011), Sagan plaats zestien, met 685 punten (2016). Ná Gilbert dus, omdat in deze ranking, in tegenstelling tot het CQ-klassement, hoofdzakelijk alleen zeges in aanmerking komen. Voor de geïnteresseerden: op één (1065 punten) staat het superseizoen 1984 van Sean Kelly (met zeges in onder meer Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik, Parijs-Tours en nog véél meer), gevolgd door de campagne van Saronni in 1982 (950 punten), Jalabert in 1995 (925), weer Kelly in 1986 (915) en Roche in 1987 (890). Opvallend: in de top twintig sinds 1980 staan maar vier seizoenen neergezet door een renner sinds 2000: naast Gilbert en Sagan ook nog Bradley Wiggins op plaats twaalf (2012) en Chris Froome op stek twintig (2013). Een gevolg van de toegenomen specialisatie in het internationale wielrennen sinds de eeuwwisseling, waardoor renners in minder wedstrijden over een heel seizoen punten scoren, in zowel eendagswedstrijden als in eindklassementen van grote rondes. DOOR JONAS CRETEUR