6 januari 1975. De spelers van Nottingham Forest wachten rustig op hun nieuwe manager, wanneer de gammele deur van de kleedkamer bijna uit zijn scharnieren vliegt. In een vlotte beweging doet Brian Clough zijn jas uit en mikt hem op een haakje in de muur, alsof hij al jaren in de kleedkamer rondliep. 'Een wervelwind', vertelde John Robertson, de Schotse middenvelder, ooit. 'Een en al charisma. We keken naar elkaar en dachten: deze kerel meent het.'

De aanstelling van Clough was nochtans een fait divers in de sportpagina's. Hij had Derby County drie jaar ervoor naar een eerste titel geleid, maar had zich in Derbyshire tegelijk onmogelijk gemaakt en was na een zoveelste ruzie met bestuursleden opgestapt. Hij verkaste met zijn volledige staf - scouts en assistenten - naar derdeklasser Brighton & Hove Albion, maar na acht maanden strandden The Seagulls op een 19e plaats. En bij Leeds United was hij zelfs na amper 44 dagen aan de deur gezet. Net geen born loser, zo leek het, maar wel een manager die zich onvoorwaardelijk voor zijn club gaf. Zoals bij zijn debuut bij Hartlepools United, vierde klasse, waar hij in cafés geld inzamelde en zélf achter het stuur van de spelersbus kroop.

Ik ben misschien niet de beste trainer, maar ik sta zeker in de top één.' Brian Clough

'We zitten in de stront', zag Clough toen hij begin januari 1975 aan zijn vijfde job als manager begon. De City Ground, het stadion aan de boorden van de Trent, was een veredelde bouwval, alsof de drie grijsgrauwe staantribunes symbool stonden voor het voetbal dat er werd geserveerd. De club stond dertiende in tweede klasse en Clough organiseerde een kaas- en wijnavond om de eerste transferperiode door te komen, maar de transformatie was spectaculair. Alsof Tubeke of KSV Roeselare volgend jaar naar de Jupiler Pro League zouden promoveren, meteen landskampioen worden en 42 matchen ongeslagen blijven, twee jaar na elkaar de Champions League winnen en en passant ook nog eens de Europese supercup pakken. Neen, toch? Maar in Nottingham gebeurde het. In minder dan vijf jaar zelfs.

'Een onwaarschijnlijke reis. Van de kelder naar de top. Ik zie ons nog het stadion van Barcelona uitlopen, kort nadat we daar de Europese supercup pakten. De Barcelonafans stonden rijen dik en we stapten met schrik naar de bus. Maar in plaats van ons af te rossen, begonnen ze met honderden te applaudisseren', herinnert kapitein John McGovern, die bij Derby en Leeds nog met Clough had samengewerkt en amper een paar weken na diens blijde intrede ook aan de randen van Sherwood Forest neerstreek. 'Plots was Nottingham meer dan Robin Hood. We hadden Robin Hood, Brian Clough en Nottingham Forest.'

Peter Shilton en Travor Francis, die in de finale tegen Malmö de enige goal maakte, met de Europacup I in 1979., GETTY
Peter Shilton en Travor Francis, die in de finale tegen Malmö de enige goal maakte, met de Europacup I in 1979. © GETTY

Waren er ook al vanaf dag één: Viv Anderson, de rechtsback die carte blanche had om mee op te rukken, Ian Bowyer, Tony Woodcock, Robertson en Martin O'Neill, die een haat-liefdeverhouding met de manager had. De Noord-Ierse middenvelder had rechten gestudeerd aan de universiteit van Belfast, maar werd door Clough in een privégesprek onderuitgehaald. 'Ik ben beducht voor mensen die slimmer zijn dan ik.'

In de Charity Shield, de Engelse supercup, van 1978 had O'Neill al twee keer gescoord en hij droomde van een hattrick, maar Clough haalde hem naar de kant. En zette een houterige centrale verdediger op zijn plaats in het middenveld. Ze voelden zich allebei, onafhankelijk van elkaar, geïntimideerd. 'Martin was een cruciaal ingrediënt in de succesperiode, maar hij stond op de rechterkant. Clough probeerde vooral te verrassen vanaf links, waar John Robertson de man van de ideeën was en alle ballen naar zich toezoog', zegt Daniel Taylor, auteur van I Believe In Miracles. Robertson was Cloughs ' Picasso van de ploeg', op andere dagen 'die smerige Schot'. Rudimentair uiterlijk, maar gouden voeten. Of, zoals zijn kapitein hem omschreef: 'John Robertson was zoals Ryan Giggs, maar met twee goede voeten, niet eentje.'

Altijd weer Brian

'Als spelers ontevreden zijn, dan spreek ik 20 minuten met hen. En dan beslissen we dat ik gelijk heb.' Brian Clough was allesbehalve bescheiden. 'Niet mijn tactiek, maar spelers verliezen wedstrijden', was een klassieker in het repertorium van Old Big 'Ead, de Oude Blaaskaak met een humeur als een autoalarm: het kon zomaar afgaan. Of, zoals een van zijn beste vrienden - Sir Michael Parkinson, meer dan 20 jaar host van de gelijknamige talkshow op de BBC - hem omschreef: 'Lief en onmogelijk, slim en dwaas, aantrekkelijk en afstotend. En dat allemaal op één en dezelfde dag.'

Brian Clough geeft zijn assistent Peter Taylor een knuffel., GETTY
Brian Clough geeft zijn assistent Peter Taylor een knuffel. © GETTY

Een notoir alcoholist die al begin de jaren zeventig tegen zijn demonen vocht en twintig maanden voor zijn dood (in september 2004) een levertransplantatie moest ondergaan, maar tegelijk een man van het volk en een socialist in hart en nieren, die met zijn voltallige kampioenenploeg van Derby County ooit 24 uur zij aan zij stond met de mijnwerkers in het stakingspiket. 'De les van vandaag is: jullie hebben het als voetballer geweldig, zeker in vergelijking met deze jongens die voor een hongerloon elke dag honderden meters onder de grond kruipen.'

Hij wist precies wie hij wanneer en hoe moest raken. 'De Cloughjaren waren doorspekt met humor, plezier en wij voelden het absoluut niet aan als werk', weerlegt McGovern de opvatting dat de manager een terreurregime had geïnstalleerd. De manager liet zich niet in een vakje stoppen en wanneer zijn spelers dachten dat ze hem helemaal hadden doorgrond, verbaasde hij opnieuw. Dagen na elkaar ongemeen agressief, zoals Tony Woodcock mocht ondervinden, maar toen zijn aanvaller vroeg of hij een dagje vrijaf kon krijgen voor zijn huwelijksfeest, boekte Clough twee vliegtickets en een hotel op Jersey voor het nieuwe echtpaar. 'Blijf een maar een volle week, jongen.'

Een enigma, altijd onvoorspelbaar. De vaste buschauffeur mocht er tijdens zijn ritten twintig sigaretten doorjagen, maar toen Clough in Camp Nou een praatje ging maken met zijn collega César Luis Menotti, nam hij de sigaret uit de mond van de Argentijnse kettingroker en stampte die op de grond uit. 'Slechte gewoonte, je zou beter moeten weten.' De trainer die Argentinië in 1978 naar de wereldtitel had geleid knikte, wachtte tot Clough om de hoek was verdwenen en stak een nieuwe sigaret aan. De Engelsman keerde terug en deed net hetzelfde...

Hij moest zich aanpassen aan de veranderende voetbalwereld. Toen Peter Shilton in september 1977 zijn contract op de City Ground ging tekenen, bracht hij als een van de eerste Engelse spelers een manager mee. In Shiltons geval zelfs twee heren in een krijtstrepen pak, die werden opgewacht door een manager in zijn typische groene trui, een kort voetbalshortje, versleten schoenen. 'Hij verstopte zich achter de deur en toen ik me omdraaide, zag ik hoe mijn twee managers op de grond lagen te spartelen. Brian had ze laten struikelen over zijn squashracket. Hoe verzin je het?'

Hij had het niet begrepen op managers, had ook de Schotse middenvelder Archie Gemmill ondervonden. Zijn makelaar had tijd gevraagd om de transfer af te ronden, maar nog diezelfde avond stond Clough op de stoep bij Gemmill. Toen die zei dat hij niet zou tekenen en naar bed wilde, vleide Clough zich op het tapijt voor de open haard. 'Dan blijf ik hier slapen.' 's Morgens, terwijl Gemmills echtgenote het ontbijt klaarmaakte, stapte Clough in boxershort de keuken binnen. 'En kunnen we nu tekenen?'

Zijn woorden konden iemand aan het kruis nagelen, op andere momenten leek hij de profeet van Nottingham. Hij overtuigde een vrouw in hongerstaking om opnieuw te eten, later zei ze dat ze 'nog nooit zo veel affectie had gevoeld'. En toen hij op Trent Bridge, een 'populaire' zelfmoordplek, een jongeman zag staan die wilde springen, stapte hij uit de auto en praatte net zo lang op hem in tot hij in zijn armen viel. 'Niet doen, jongen. Je mag je mama nooit teleurstellen.' Clough werd tot Inwoner van de Maand verkozen, maar vermeldde het feit in geen enkele biografie.

Gespeelde bescheidenheid, dat zeker. Toen Paper Lace, een lokaal bandje uit Nottingham, na de Engelse titel in 1978 het nummer We've Got the Whole World in Our Hands naar de Europese hitlijsten mikte, knikte hij goedkeurend toen hij zijn passage hoorde.

We're gonna win

We're gonna win everything

So stand up and sing for Cloughy the king

Zelf was hij een liefhebber van Frank Sinatra, van wie er een grote tekening in zijn kantoortje hing. Elke vrijdagmiddag, wanneer hij de namen van de geselecteerde spelers op een blad papier schreef, legde hij een plaatje van Ol' Blue Eyes op. Soms veerde hij van zijn stoel en danste mee, de journalisten vonden het elke keer weer vreemd. 'Dat is Sinatra, jongens. Wisten jullie dat hij me ooit ontmoet heeft?'

Jingle Bells

Clough was geen prediker van de aanval, maar koos voor verzorgd en bij momenten cynisch voetbal. De eerste Europese finale, in 1979 tegen Malmö, was een draak van een wedstrijd. Forest had net voor de rust genoeg aan een ingeving van Trevor Francis. 'Een mix van frisse en uitgewoonde gezichten, die het gewend waren om voor elke bal te knokken', zoals het team werd omschreven toen het enkele weken ervoor favoriet 1. FC Köln uit de finale hield. In Engeland was het 3-3 geworden, in Keulen kopte Bowyer zijn ploeg naar de legende.

Een vreemd allegaartje, vakkundig bij elkaar gezocht door Clough en - vooral - Peter Taylor, de assistent met wie hij eerder al bij Hartlepools United en Derby County (landskampioen in 1972) had samengewerkt en die in juli 1976 op de City Ground neerstreek. Een keerpunt. Kenny Burns was de ontembare kroegtijger van Birmingham City, van wie zijn voorzitter slechts één goede raad had toen Clough de diepe spits wilde kopen. 'Niet doen. Die jongen staat synoniem voor miserie.' De matige spits werd onder Taylor het slot op de... verdediging.

Naast 'de Schotse Bobby Moore', zoals Taylor hem noemde, stond Larry Lloyd, voor een habbekrats weggekocht in Coventry. Zijn tekengeld? Een wasmachine die Clough in de catacomben van City Ground had opgeduikeld. Frank Clark werd gratis weggeplukt in Newcastle, de transformatie van Garry Birtles was spectaculair: de tapijtenlegger/amateurvoetballer werd in 1976 voor 3100 euro bij Long Eaton United weggeplukt, vier jaar erna debuteerde de spits bij de Engelse nationale ploeg.

Een eerbetoon van de fans na het overlijden van Brian Clough in september 2004., GETTY
Een eerbetoon van de fans na het overlijden van Brian Clough in september 2004. © GETTY

Clough was een meester in teambuilding en psychologische spelletjes, toen die termen nog moesten worden uitgevonden. De training na vijf minuten stilleggen en de spelers naar het bos sturen om wilde champignons te zoeken of met de spelersgroep van deur tot deur gaan om Jingle Bells te zingen. Of, zoals die keer toen de bus op weg was naar de luchthaven en Birtles bleef klagen over 'die fucking oefenmatch in Koeweit': Clough sommeerde de buschauffeur om te stoppen, hield een auto aan de andere kant van de weg tegen, zette zijn spits in de wagen en gooide zijn valies op de achterbank. 'Naar Nottingham graag.'

Tegen het grote Ajax verbaasde hij met zelden gezien offensief voetbal (2-0), voor de terugwedstrijd in Amsterdam had hij een wandeling door De Wallen - de hoerenbuurt - en een avondje uit in een coffee shop voorzien. En enkele uren voor de finale in Madrid, waar John Robertson tegen HSV voor het enige doelpunt zou tekenen, plukte doelman Peter Shilton ballen op een... rond punt langs een drukke baan, de enige plaats in de buurt van het hotel waar toch een beetje gras stond.

'We waren een komeet. We brandden fel, maar niet lang genoeg. Maar jongen, wat gaven we op een bepaald moment licht', vatte McGovern de vijf gouden jaren (zie tijdslijn) samen. Wat volgde na de verkoop van de beste generatie die ooit in het rode shirt met de drie strepen voetbalde, was amper een flauw afkooksel. Te veel jonge spelers, zag ook Clough. 'Ons probleem is niet blessures, maar acne!'

Op 8 mei 1993, 18 jaar en 994 wedstrijden na zijn blijde intrede, viel het doek over zijn bewind. De club zat in financiële moeilijkheden en degradeerde uit de nieuwe Premier League, waarna Clough afscheid van het voetbal nam. Het laatste doelpunt van zijn Forest werd gescoord door Nigel, zijn zoon. Hij stak de duim omhoog, supporters stonden in de tribune te wenen. En zelfs zijn eerste degradatie in Nottingham had geen deuk in zijn ego geslagen. 'Het water in de rivier Trent is prachtig. Ik kan het weten, want ik heb er achttien jaar op gelopen.' En: 'Rome is niet op één dag gebouwd. Maar ze hebben het dan ook niet aan mij gevraagd.' Of: 'Ik ben misschien niet de beste trainer van de wereld, maar ik sta zeker in de top één.'

Een humoristische Brian Clough imiteert in een tv-show de drie wijze aapjes: niks horen, niks zien en zwijgen., GETTY
Een humoristische Brian Clough imiteert in een tv-show de drie wijze aapjes: niks horen, niks zien en zwijgen. © GETTY

De vijf gouden jaren

6 januari 1975

Brian Clough, werkloos sinds zijn ontslag op 12 september 1974, vervangt bij Nottingham Forest manager Allan Brown. De club staat 13e in de Second Division.

15 december 1976

Forest wint de dubbele finale van de Anglo-Scottish Cup tegen Leyton Orient (5-1). Voor de buitenwereld een fait divers, maar Clough noemt het de eerste stap naar het succes.

14 mei 1977

De spelersgroep, na het seizoen op weg naar Mallorca, hoort op het vliegtuig dat het derde is geworden, goed voor rechtstreekse promotie naar de First Division.

22 maart 1978

Nottingham Forest wint met een strafschopdoelpunt van John Robertson de replay van de finale van de League Cup (1-0) tegen Bob Paisleys Liverpool.

22 april 1978

De club pakt op het veld van Coventry City zijn eerste titel op het hoogste niveau, met zeven punten voorsprong op Liverpool.

12 augustus 1978

Forest verplettert Ipswich in de finale van de Charity Shield. Martin O'Neill (2), Peter Withe, Larry Lloyd en John Robertson tekenen voor de 5-0.

9 december 1978

Forest verliest met 2-0 op Liverpool, waarmee een einde komt aan een reeks van 42 wedstrijden - sinds 26 november 1977 - zonder nederlaag.

9 februari 1979

Trevor Francis wordt de eerste speler die voor 1 miljoen pond wordt verkocht. In zijn biografie vertelde Clough dat Francis slechts 999.999 pond had gekost, omdat hij vreesde dat een miljoen te veel druk op de speler zou leggen...

17 maart 1979

Net als het jaar ervoor wint Nottingham Forest de League Cup, 3-2 tegen Southampton, na doelpunten van Garry Birtles (2) en Tony Woodcock.

30 mei 1979

Nottingham Forest wint in München, tegen Malmö, zijn eerste Europacup I. Op weg naar de finale schakelde het Liverpool, AEK Athene, Grashopper Zürich en 1. FC Köln uit.

5 februari 1980

In Camp Nou wint Nottingham Forest de Europese Supercup. Na de 1-0 op de City Ground ( Charlie George) tekent Kenneth Burns in Catalonië voor de gelijkmaker.

28 mei 1980

Nottingham Forest pakt voor het tweede jaar op rij Europacup I. Na een vlekkeloos parcours tegen Östers, Arges Pitesti, Dynamo Berlijn en Ajax, wint het met 1-0 van HSV.

Nottingham Forest

Landskampioen (1): 1977/1978

FA Cup (2): 1897/1998, 1958/1959

League Cup (4): 1977/1978, 1978/1979, 1988/1989, 1989/1990

Supercup (1): 1978

Europacup I/

Champions League (2): 1978/1979, 1979/1980

UEFA supercup (1): 1979

6 januari 1975. De spelers van Nottingham Forest wachten rustig op hun nieuwe manager, wanneer de gammele deur van de kleedkamer bijna uit zijn scharnieren vliegt. In een vlotte beweging doet Brian Clough zijn jas uit en mikt hem op een haakje in de muur, alsof hij al jaren in de kleedkamer rondliep. 'Een wervelwind', vertelde John Robertson, de Schotse middenvelder, ooit. 'Een en al charisma. We keken naar elkaar en dachten: deze kerel meent het.' De aanstelling van Clough was nochtans een fait divers in de sportpagina's. Hij had Derby County drie jaar ervoor naar een eerste titel geleid, maar had zich in Derbyshire tegelijk onmogelijk gemaakt en was na een zoveelste ruzie met bestuursleden opgestapt. Hij verkaste met zijn volledige staf - scouts en assistenten - naar derdeklasser Brighton & Hove Albion, maar na acht maanden strandden The Seagulls op een 19e plaats. En bij Leeds United was hij zelfs na amper 44 dagen aan de deur gezet. Net geen born loser, zo leek het, maar wel een manager die zich onvoorwaardelijk voor zijn club gaf. Zoals bij zijn debuut bij Hartlepools United, vierde klasse, waar hij in cafés geld inzamelde en zélf achter het stuur van de spelersbus kroop.'We zitten in de stront', zag Clough toen hij begin januari 1975 aan zijn vijfde job als manager begon. De City Ground, het stadion aan de boorden van de Trent, was een veredelde bouwval, alsof de drie grijsgrauwe staantribunes symbool stonden voor het voetbal dat er werd geserveerd. De club stond dertiende in tweede klasse en Clough organiseerde een kaas- en wijnavond om de eerste transferperiode door te komen, maar de transformatie was spectaculair. Alsof Tubeke of KSV Roeselare volgend jaar naar de Jupiler Pro League zouden promoveren, meteen landskampioen worden en 42 matchen ongeslagen blijven, twee jaar na elkaar de Champions League winnen en en passant ook nog eens de Europese supercup pakken. Neen, toch? Maar in Nottingham gebeurde het. In minder dan vijf jaar zelfs. 'Een onwaarschijnlijke reis. Van de kelder naar de top. Ik zie ons nog het stadion van Barcelona uitlopen, kort nadat we daar de Europese supercup pakten. De Barcelonafans stonden rijen dik en we stapten met schrik naar de bus. Maar in plaats van ons af te rossen, begonnen ze met honderden te applaudisseren', herinnert kapitein John McGovern, die bij Derby en Leeds nog met Clough had samengewerkt en amper een paar weken na diens blijde intrede ook aan de randen van Sherwood Forest neerstreek. 'Plots was Nottingham meer dan Robin Hood. We hadden Robin Hood, Brian Clough en Nottingham Forest.' Waren er ook al vanaf dag één: Viv Anderson, de rechtsback die carte blanche had om mee op te rukken, Ian Bowyer, Tony Woodcock, Robertson en Martin O'Neill, die een haat-liefdeverhouding met de manager had. De Noord-Ierse middenvelder had rechten gestudeerd aan de universiteit van Belfast, maar werd door Clough in een privégesprek onderuitgehaald. 'Ik ben beducht voor mensen die slimmer zijn dan ik.' In de Charity Shield, de Engelse supercup, van 1978 had O'Neill al twee keer gescoord en hij droomde van een hattrick, maar Clough haalde hem naar de kant. En zette een houterige centrale verdediger op zijn plaats in het middenveld. Ze voelden zich allebei, onafhankelijk van elkaar, geïntimideerd. 'Martin was een cruciaal ingrediënt in de succesperiode, maar hij stond op de rechterkant. Clough probeerde vooral te verrassen vanaf links, waar John Robertson de man van de ideeën was en alle ballen naar zich toezoog', zegt Daniel Taylor, auteur van I Believe In Miracles. Robertson was Cloughs ' Picasso van de ploeg', op andere dagen 'die smerige Schot'. Rudimentair uiterlijk, maar gouden voeten. Of, zoals zijn kapitein hem omschreef: 'John Robertson was zoals Ryan Giggs, maar met twee goede voeten, niet eentje.' 'Als spelers ontevreden zijn, dan spreek ik 20 minuten met hen. En dan beslissen we dat ik gelijk heb.' Brian Clough was allesbehalve bescheiden. 'Niet mijn tactiek, maar spelers verliezen wedstrijden', was een klassieker in het repertorium van Old Big 'Ead, de Oude Blaaskaak met een humeur als een autoalarm: het kon zomaar afgaan. Of, zoals een van zijn beste vrienden - Sir Michael Parkinson, meer dan 20 jaar host van de gelijknamige talkshow op de BBC - hem omschreef: 'Lief en onmogelijk, slim en dwaas, aantrekkelijk en afstotend. En dat allemaal op één en dezelfde dag.' Een notoir alcoholist die al begin de jaren zeventig tegen zijn demonen vocht en twintig maanden voor zijn dood (in september 2004) een levertransplantatie moest ondergaan, maar tegelijk een man van het volk en een socialist in hart en nieren, die met zijn voltallige kampioenenploeg van Derby County ooit 24 uur zij aan zij stond met de mijnwerkers in het stakingspiket. 'De les van vandaag is: jullie hebben het als voetballer geweldig, zeker in vergelijking met deze jongens die voor een hongerloon elke dag honderden meters onder de grond kruipen.' Hij wist precies wie hij wanneer en hoe moest raken. 'De Cloughjaren waren doorspekt met humor, plezier en wij voelden het absoluut niet aan als werk', weerlegt McGovern de opvatting dat de manager een terreurregime had geïnstalleerd. De manager liet zich niet in een vakje stoppen en wanneer zijn spelers dachten dat ze hem helemaal hadden doorgrond, verbaasde hij opnieuw. Dagen na elkaar ongemeen agressief, zoals Tony Woodcock mocht ondervinden, maar toen zijn aanvaller vroeg of hij een dagje vrijaf kon krijgen voor zijn huwelijksfeest, boekte Clough twee vliegtickets en een hotel op Jersey voor het nieuwe echtpaar. 'Blijf een maar een volle week, jongen.' Een enigma, altijd onvoorspelbaar. De vaste buschauffeur mocht er tijdens zijn ritten twintig sigaretten doorjagen, maar toen Clough in Camp Nou een praatje ging maken met zijn collega César Luis Menotti, nam hij de sigaret uit de mond van de Argentijnse kettingroker en stampte die op de grond uit. 'Slechte gewoonte, je zou beter moeten weten.' De trainer die Argentinië in 1978 naar de wereldtitel had geleid knikte, wachtte tot Clough om de hoek was verdwenen en stak een nieuwe sigaret aan. De Engelsman keerde terug en deed net hetzelfde... Hij moest zich aanpassen aan de veranderende voetbalwereld. Toen Peter Shilton in september 1977 zijn contract op de City Ground ging tekenen, bracht hij als een van de eerste Engelse spelers een manager mee. In Shiltons geval zelfs twee heren in een krijtstrepen pak, die werden opgewacht door een manager in zijn typische groene trui, een kort voetbalshortje, versleten schoenen. 'Hij verstopte zich achter de deur en toen ik me omdraaide, zag ik hoe mijn twee managers op de grond lagen te spartelen. Brian had ze laten struikelen over zijn squashracket. Hoe verzin je het?' Hij had het niet begrepen op managers, had ook de Schotse middenvelder Archie Gemmill ondervonden. Zijn makelaar had tijd gevraagd om de transfer af te ronden, maar nog diezelfde avond stond Clough op de stoep bij Gemmill. Toen die zei dat hij niet zou tekenen en naar bed wilde, vleide Clough zich op het tapijt voor de open haard. 'Dan blijf ik hier slapen.' 's Morgens, terwijl Gemmills echtgenote het ontbijt klaarmaakte, stapte Clough in boxershort de keuken binnen. 'En kunnen we nu tekenen?' Zijn woorden konden iemand aan het kruis nagelen, op andere momenten leek hij de profeet van Nottingham. Hij overtuigde een vrouw in hongerstaking om opnieuw te eten, later zei ze dat ze 'nog nooit zo veel affectie had gevoeld'. En toen hij op Trent Bridge, een 'populaire' zelfmoordplek, een jongeman zag staan die wilde springen, stapte hij uit de auto en praatte net zo lang op hem in tot hij in zijn armen viel. 'Niet doen, jongen. Je mag je mama nooit teleurstellen.' Clough werd tot Inwoner van de Maand verkozen, maar vermeldde het feit in geen enkele biografie. Gespeelde bescheidenheid, dat zeker. Toen Paper Lace, een lokaal bandje uit Nottingham, na de Engelse titel in 1978 het nummer We've Got the Whole World in Our Hands naar de Europese hitlijsten mikte, knikte hij goedkeurend toen hij zijn passage hoorde. We're gonna winWe're gonna win everythingSo stand up and sing for Cloughy the kingZelf was hij een liefhebber van Frank Sinatra, van wie er een grote tekening in zijn kantoortje hing. Elke vrijdagmiddag, wanneer hij de namen van de geselecteerde spelers op een blad papier schreef, legde hij een plaatje van Ol' Blue Eyes op. Soms veerde hij van zijn stoel en danste mee, de journalisten vonden het elke keer weer vreemd. 'Dat is Sinatra, jongens. Wisten jullie dat hij me ooit ontmoet heeft?'Clough was geen prediker van de aanval, maar koos voor verzorgd en bij momenten cynisch voetbal. De eerste Europese finale, in 1979 tegen Malmö, was een draak van een wedstrijd. Forest had net voor de rust genoeg aan een ingeving van Trevor Francis. 'Een mix van frisse en uitgewoonde gezichten, die het gewend waren om voor elke bal te knokken', zoals het team werd omschreven toen het enkele weken ervoor favoriet 1. FC Köln uit de finale hield. In Engeland was het 3-3 geworden, in Keulen kopte Bowyer zijn ploeg naar de legende. Een vreemd allegaartje, vakkundig bij elkaar gezocht door Clough en - vooral - Peter Taylor, de assistent met wie hij eerder al bij Hartlepools United en Derby County (landskampioen in 1972) had samengewerkt en die in juli 1976 op de City Ground neerstreek. Een keerpunt. Kenny Burns was de ontembare kroegtijger van Birmingham City, van wie zijn voorzitter slechts één goede raad had toen Clough de diepe spits wilde kopen. 'Niet doen. Die jongen staat synoniem voor miserie.' De matige spits werd onder Taylor het slot op de... verdediging. Naast 'de Schotse Bobby Moore', zoals Taylor hem noemde, stond Larry Lloyd, voor een habbekrats weggekocht in Coventry. Zijn tekengeld? Een wasmachine die Clough in de catacomben van City Ground had opgeduikeld. Frank Clark werd gratis weggeplukt in Newcastle, de transformatie van Garry Birtles was spectaculair: de tapijtenlegger/amateurvoetballer werd in 1976 voor 3100 euro bij Long Eaton United weggeplukt, vier jaar erna debuteerde de spits bij de Engelse nationale ploeg. Clough was een meester in teambuilding en psychologische spelletjes, toen die termen nog moesten worden uitgevonden. De training na vijf minuten stilleggen en de spelers naar het bos sturen om wilde champignons te zoeken of met de spelersgroep van deur tot deur gaan om Jingle Bells te zingen. Of, zoals die keer toen de bus op weg was naar de luchthaven en Birtles bleef klagen over 'die fucking oefenmatch in Koeweit': Clough sommeerde de buschauffeur om te stoppen, hield een auto aan de andere kant van de weg tegen, zette zijn spits in de wagen en gooide zijn valies op de achterbank. 'Naar Nottingham graag.' Tegen het grote Ajax verbaasde hij met zelden gezien offensief voetbal (2-0), voor de terugwedstrijd in Amsterdam had hij een wandeling door De Wallen - de hoerenbuurt - en een avondje uit in een coffee shop voorzien. En enkele uren voor de finale in Madrid, waar John Robertson tegen HSV voor het enige doelpunt zou tekenen, plukte doelman Peter Shilton ballen op een... rond punt langs een drukke baan, de enige plaats in de buurt van het hotel waar toch een beetje gras stond. 'We waren een komeet. We brandden fel, maar niet lang genoeg. Maar jongen, wat gaven we op een bepaald moment licht', vatte McGovern de vijf gouden jaren (zie tijdslijn) samen. Wat volgde na de verkoop van de beste generatie die ooit in het rode shirt met de drie strepen voetbalde, was amper een flauw afkooksel. Te veel jonge spelers, zag ook Clough. 'Ons probleem is niet blessures, maar acne!' Op 8 mei 1993, 18 jaar en 994 wedstrijden na zijn blijde intrede, viel het doek over zijn bewind. De club zat in financiële moeilijkheden en degradeerde uit de nieuwe Premier League, waarna Clough afscheid van het voetbal nam. Het laatste doelpunt van zijn Forest werd gescoord door Nigel, zijn zoon. Hij stak de duim omhoog, supporters stonden in de tribune te wenen. En zelfs zijn eerste degradatie in Nottingham had geen deuk in zijn ego geslagen. 'Het water in de rivier Trent is prachtig. Ik kan het weten, want ik heb er achttien jaar op gelopen.' En: 'Rome is niet op één dag gebouwd. Maar ze hebben het dan ook niet aan mij gevraagd.' Of: 'Ik ben misschien niet de beste trainer van de wereld, maar ik sta zeker in de top één.'