Het eerste veldje van Lovre Kalinic ligt in een ruïne. Zijn ouderlijk huis is vlak bij de Ruïnes van Salona gevestigd en van kleins af ging hij er voetballen tussen overblijfselen van onder meer stadsmuren, begraafplaatsen en zelfs een amfitheater van de vroegere Romeinse stad. Er bestaan foto's van hoe hij naar schoten duikt in een doel dat aan de ene kant afgebakend is door een stuk fundering dat net boven het gras uitsteekt en aan de andere kant door een archeologisch brokstuk. Zijn vader en zijn broer Ante wijzen ons de plaats met de glimlach aan en scheppen plezier uit de herinnering aan de vele uren die ze hier sleten.
...

Het eerste veldje van Lovre Kalinic ligt in een ruïne. Zijn ouderlijk huis is vlak bij de Ruïnes van Salona gevestigd en van kleins af ging hij er voetballen tussen overblijfselen van onder meer stadsmuren, begraafplaatsen en zelfs een amfitheater van de vroegere Romeinse stad. Er bestaan foto's van hoe hij naar schoten duikt in een doel dat aan de ene kant afgebakend is door een stuk fundering dat net boven het gras uitsteekt en aan de andere kant door een archeologisch brokstuk. Zijn vader en zijn broer Ante wijzen ons de plaats met de glimlach aan en scheppen plezier uit de herinnering aan de vele uren die ze hier sleten. Salona heet nu Solin. Het is een stadje van een 20.000 inwoners aan de rand van Split. De familie Kalinic woont er nog altijd. Vader Josko is elektricien en werkt tegenwoordig in een bejaardenhuis, moeder Nina doet administratief werk in het leger. Maar hun leven draaide altijd al voornamelijk om voetbal. JOSKO KALINIC: 'Als kind ging ik al aan de hand van mijn vader mee naar Hajduk kijken. Dat was toen nog in het vroegere stadion. In het nieuwe stadion, het Poljudstadion, hielp ik de elektriciteit leggen. Ik ben zestig jaar intussen, maar speel nog altijd drie keer per week zaalvoetbal.' ANTE KALINIC: (lacht) 'En hij noemt zichzelf nog altijd een doelpuntenmachine.' Lovre is zeven jaar wanneer hij zich aansluit bij NK Solin. Nediljko Vrdoljak was er zijn eerste trainer. We ontmoeten de man in het langs de rivier Jadro gelegen stadionnetje van de tweedeklasser. NEDILJKO VRDOLJAK:'Lovre begon als stopper, maar ik zette hem snel in doel. Niet alleen omdat hij een hoofd groter was dan de anderen, maar ook omdat hij dat goed bleek te kunnen. Hij ging meteen akkoord, ik weet nog dat hij zei: 'Dan moet ik veel minder lopen.' (lacht) Na een wedstrijd tegen Hajduk in zijn eerste seizoen werd hij opgemerkt en verhuisde hij naar hun academie.' JOSKO: 'Ik paste mijn shift aan om hem zowat elke dag naar de training te kunnen brengen. We steunden Lovre altijd, maar zetten nooit druk op hem. Het was hij die druk op ons zette.' (lacht) ANTE: 'Lovre trainde graag en wou almaar meer doen. Ik voetbalde ook tot bij de beloften van NK Solin, als verdediger, maar ik werkte niet zo hard als mijn broer en ook in het uitgaansleven was ik niet zo gedisciplineerd als hij. (lacht) Ik deel hun passie voor voetbal, ik speel zaalvoetbal en ik zie en analyseer graag wedstrijden. Maar Lovre bijvoorbeeld, die ging liever zelf sjotten dan dat hij voetbal op tv keek. Hij was altijd graag buiten én in gezelschap. Soms gingen we ook samen tennissen. Sport zit in onze genen. Nikola Kalinic van Fiorentina is een verre neef van ons, en een neef van mijn moeder speelde handbal in Spanje en is nu coach in Duitsland.' Split is een sportstad bij uitstek. Op de boulevard langs het water staan op de tegels een stuk of tachtig namen gegraveerd van uit de 'hoofdstad van Dalmatië' afkomstige olympischemedaillewinnaars. Je vraagt je af hoe het mogelijk is, want het dagelijkse leven lijkt er vooral te draaien rond koffie drinken, een mondje eten en daarna een dutje doen. 'Probeer dat niet te begrijpen,' lacht Vedran Runje, 'want nog niemand voor jou is daar al in geslaagd.' We spreken de ex-doelman van Standard in een koffiebar langs de Riva. RUNJE: 'Split leeft bijna uitsluitend van het toerisme, maar die periode duurt maar drie maanden. Denk je dat dat volstaat om de rest van het jaar door te komen? Sporten is hier evengoed een manier van leven, hoor. De stad is klein, in twintig minuten wandel je van de ene naar de andere kant, en de kampioenen zijn dichtbij. Hier kun je bijvoorbeeld op straat Goran Ivanisevic zien, je kunt met hem spreken en hem aanraken. Dat kan inspireren. Dat kan bepaalde emoties prikkelen. Je denkt: als hij het kan, waarom zou ik dat dan niet kunnen!' In Split kan ook niemand naast Hajduk kijken. In het stadscentrum zijn maar liefst vijf clubshops gevestigd. Liefde voor de club staat er op vele muren geschilderd en gespoten. In het straatbeeld zie je shirts, trainingspakken, petten, rugzakken en aanstekers van de populairste voetbalclub van Kroatië. Kinderen dromen er van een leven zoals hun idolen. Zo verging het ook Lovre Kalinic. Op zijn zestiende mocht hij al meetrainen met de eerste ploeg en tien jaar later werd hij voor een recordsom van 3,1 miljoen euro verkocht aan de Belgische club AA Gent. Zijn afbeelding prijkt in Solin intussen groots op de gevel van een tandarts met de slogan 'Lovre Kalinic kiest voor de beste glimlach'. Maar, benadrukt zijn broer, de weg liep allesbehalve over rozen. ANTE: 'Iedereen denkt: voetbal is alleen maar spelen. Maar het was één groot gevecht.' Zo werd hij drie keer uitgeleend alvorens hij een volwaardige kans kreeg in de eerste ploeg. Aan Junak Sinj, een derdeklasser in de buurt van Split, aan Novalja, een inmiddels opgedoekte derdeklasser op het eiland Pag, en ten slotte aan de eersteklasser Karlovic in de buurt van Zagreb. Vedran Runje, momenteel keeperstrainer in de academie van Hajduk, noemt het een normaal ontwikkelingsproces. RUNJE: 'Ach, ik ben ook uitgeleend geweest, hoor, net als zo veel anderen. Als je achttien bent, denk je dat je al bij Real Madrid en Barcelona kunt spelen. Want in de jeugd kende je alleen maar succes. Je wint er bijna altijd en krijgt op een seizoen amper goals tegen. Maar dan word je ter beschikking gesteld van een derdeklasser, moet je op een patattenveld spelen met en tegen jongens die in de fabriek werken en daar telt je cinema niet meer. Het is hard terug te keren in de realiteit. Ik maakte het zelf mee. Maar zo groei je. Dat is nodig. Want als keeper moet je stevig in je schoenen staan. Het is een risicopost. Ga je in de fout, dan kun je het op niemand anders steken. De beleving hier is zoals in Marseille en in de pers zijn er die van twee keer niets een schandaal maken. Dat Lovre doorbrak, betekent dat hij al die tests doorstond. De voorbije jaren ontgroeide hij deze competitie. Het was nodig dat hij vertrok om vooruit te kunnen blijven gaan. Het leven en het voetbal in België vragen aanpassing, maar als je hier overleeft, kan nergens elders je nog iets overkomen. Ik tipte hem trouwens bij Standard. Daniel Van Buyten gaf zijn naam door aan de verantwoordelijke mensen, maar die deden er niks mee.' Behalve zijn liefde voor het voetbal dankt Lovre Kalinic ook zijn lengte aan zijn vader. Josko Kalinic is 1,95 meter. ANTE: 'Ik ben 1,87 meter, Lovre 2,01. Soms is die lengte voor een keeper een voordeel, soms een nadeel. Het belangrijkste is voor hem geweest dat hij leerde sterk te zijn in het hoofd om met alles om te kunnen gaan. Met slechte dingen bezig blijven is niet goed. Je moet vooruitkijken en in bed kruipen met de idee: morgen maak ik er een betere dag van. Voortdoen. Nooit opgeven. De besten kunnen dat. Het moeilijkste was om niet te reageren op bepaalde dingen. Je emoties controleren, zelfs als je brandt vanbinnen. Je niet laten afleiden, hoe dan ook blijven doen wat er gedaan moet worden om vooruit te geraken. Als je hier een fout maakt, kun je 's anderendaags beter niet buiten komen. Heel de Dalmatische kust leeft voor Hajduk, van Zadar tot Dubrovnik. Lovre is altijd aan zichzelf blijven werken. Het was hard om uitgeleend te worden aan derdeklassers. Hij was zogezegd niet klaar voor de eerste ploeg, maar dat kun je pas weten als je hem erinzet. Volgens mij was hij dat wel, maar hij zei: 'Ik zal terugkeren!' Wij zijn er als familie altijd voor hem geweest. Dat hij de geboortedata van ons op zijn pols liet zetten, getuigt van die sterke familieband.' En dan is er nog zijn mentor: Tonci Gabric, ex-Hajdukkeeper die als keeperstrainer zowel bij de jeugd als bij de eerste ploeg van Hajduk met Lovre werkte. ANTE: 'Tonci hielp Lovre om altijd in zichzelf te blijven geloven. Hij zei: 'Wat er ook gebeurt, blijf je droom volgen en laat je niet kapotmaken. Ben je teneergeslagen, geen probleem, richt je dan stap voor stap weer op.' Hij is echt een vriend geworden.' Ante rijdt ons in Solin met de wagen van zijn broer rond. Aan de achteruitkijkspiegel hangen een houten kruisje en een paternoster. Ook uit zijn christelijke geloof haalde Lovre kracht om in moeilijke momenten zijn droom niet op te geven. ANTE: 'Jazeker. Het geloof in iets groters dan de mens, in het goede, kan helpen om je problemen te overwinnen. Ik weet niet of hij dat ook in België doet, maar hier ging Lovre iedere zondag naar de kerk.' We treffen Tonci Gabric bij NK Solin en trekken daarna naar het cafeetje om de hoek. Hij is in het gezelschap van Toby Ross, een vriend die vlot Engels spreekt. TONCI GABRIC: 'Ik zag Lovre voor het eerst toen hij een jaar of dertien was en ik zag toen alle kwaliteiten in hem die je van een keeper op die leeftijd kunt zien. Dat hij met zestien jaar al met de A-kern meeging op stage naar Antalya was terecht. Dat hij daarna een paar keer werd teruggezet naar de academie en anderen voorrang op hem kregen, zegt niets over zijn keeperskwaliteiten. Het was het gevolg van wijzigingen in het management, waardoor de structuur en de staf veranderden en de nieuwe mensen hun favorieten voorrang gaven.' TOBY ROSS: 'En we weten natuurlijk allemaal dat voetbal niet de cleanste sport ter wereld is.' (lacht) GABRIC: 'In het begin van zijn carrière was de concurrentie in doel bij Hajduk ook wel zwaar. Eerst Stipe Pletikosa en daarna Danijel Subasic, die nu al vijf jaar bij Monaco zit en eerste doelman van Kroatië is. Maar ik werkte met alle drie en ik moet zeggen: Lovre is veruit de compleetste.' ROSS: 'Uitgeleend worden is geen slechte manier om door te breken. Beter in een andere omgeving spelen, ervaring en vertrouwen opdoen dan hier op de bank te zitten. Het belangrijkste is dat bij Lovre het hoofd op de juiste plaats zit. Hij speelde enkele jaren puur op talent, op reflexen, maar dat kun je niet blijven doen. Je moet je hoofd beginnen te gebruiken, kijken hoe de dingen zijn en met de rest van de ploeg samenspelen. Spreken met je stoppers en met je backs en openstaan voor wat zij zeggen. Zo is hij rijper geworden en uiteindelijk een leider en een aanvoerder geworden. GABRIC: 'Als jonge keeper kun je beter een fout maken in een kleine club dan in een grote club, want in een grote club zullen ze je die niet vergeven.' ROSS: 'Lovre leerde in slechte dagen in zichzelf te blijven geloven. Dinah Washington maakte daar een mooie song over (zingt): What a difference a day makes, twenty-four little hours, brought the sun and the flowers, where there used to be rain...' GABRIC: 'Er zijn momenten geweest ik meer in hem geloofde dan hij in zichzelf.' ROSS: 'Ik denk dat Lovre eigenlijk te veel gentleman is. Hij moest leren dat niet alles fantastisch is. Op het veld moet je je laten gelden en ernaast moet je in staat zijn om tegen je beste vrienden te zeggen: 'Voetbal is mijn business en niets anders.' Dat komt met de ervaring. Lovre is een correcte kerel, geen valsspeler, hij dwong alles af met zijn kwaliteiten en met hard werk. Het was heel belangrijk dat hij met Tonci een betrouwbare mentor trof, iemand zonder dubbele agenda, die hem vanuit zijn persoonlijke ervaring het beste advies gaf en dat nog altijd doet.' GABRIC: 'Lovre beschikt over het talent, het geloof en het hoofd. Hij is een kerel die moet spelen in een topteam in een grote competitie. Vroeg of laat zal dat gebeuren.' ROSS: 'De beste leeftijd voor een keeper ligt rond de dertig. Dan heeft hij de knowhow, de ervaring en het respect van andere spelers. Succes is een combinatie van veel factoren. Je kunt ook op je achttiende al een geweldige doelman zijn, maar eigenlijk ben je dan nog een kind en verdedigers luisteren niet naar kinderen. Split is bovendien een zeer aparte plaats. De ene dag zetten ze je op een voetstuk en de andere dag bliksemen ze je weer neer. Je moet hier erg opletten wat je doet. Dit is een kleine stad, vol met mooie jonge meiden, bars en party's... Als je wat boven het maaiveld begint uit te steken, zitten mensen te wachten tot je in de fout gaat om je een kopje kleiner te maken. Als je hier een standbeeld wilt, moet je zorgen dat het op een stevige sokkel is gebouwd. Zo niet zal het snel in duigen liggen.' Het is al rust in de Adriatische derby tussen Hajduk Split en HNK Rijeka wanneer Ante ons aan het Poljudstadion afzet. Hij neemt afscheid met een duidelijke boodschap. 'We zijn naar Wembley geweest voor Tottenham-Gent en vooraf was ons gezegd dat de sfeer er uniek zou zijn. Ik moet zeggen: het is niets in vergelijking met hier. Maar ga kijken en oordeel zelf.' We zijn net gezeten wanneer vanuit het vak van de harde kern minutenlang de ene vuurpijl na de andere wordt afgevuurd, tot in het strafschopgebied. Zodra de rook is weggetrokken, wordt er voortgespeeld alsof er niets is gebeurd. En in de slotfase van de wedstrijd komt er vanachter hetzelfde doel ook nog iemand in het zwart met een kap over het hoofd getrokken over de omheining gekropen. Met een vuurtang zit hij de scheidsrechter achterna. Maar ook dat wordt achteraf afgedaan als vrij onschuldig. 'Het was', aldus een collega achteraf in het perslokaal, 'een protestactie tegen de grote invloed van Dinamo Zagreb in de voetbalbond.' De man heet Tomislav Gabelic, hij werkt voor het Kroatische dagblad 24sata en kent Lovre Kalinic al vijftien jaar. 'Weet je hoe we hem hier noemen?', zegt hij. 'Sveti Lovro. Saint Lovre. Ken je die?' Hij haalt zijn tablet boven en laat ons een afbeelding van Sint Laurentius zien. 'Zie je dat rooster in zijn hand? Daarop werd hij destijds door de keizer van Rome boven gloeiende kolen gemarteld. Lovre noemden wij naar hem, omdat ook hij hier geroosterd werd en ook hij zijn geloof en waardigheid behield.' DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE IN KROATIË - FOTO'S GF'We steunden Lovre altijd, maar zetten nooit druk op hem. Het was hij die druk op ons zette.' - VADER JOSKO 'Lovre is een kerel die moet spelen in een topteam in een grote competitie. Vroeg of laat zal dat gebeuren.' - TONCI GABRIC