Staden in de winter. Een kerk, een plein met kerstboom, een handvol cafés en, in de schaduw van de parochiekerk Sint-Jan-Baptist, het Guido Gezelleplein. Een verwijzing naar de Brugse schrijver-priester die naar aanleiding van het overlijden van Stadenaar Eduard Van den Bussche, zijn leerling aan het Roeselaarse Klein Seminarie, de dichtbundel Kerkhofblommen schreef.
...

Staden in de winter. Een kerk, een plein met kerstboom, een handvol cafés en, in de schaduw van de parochiekerk Sint-Jan-Baptist, het Guido Gezelleplein. Een verwijzing naar de Brugse schrijver-priester die naar aanleiding van het overlijden van Stadenaar Eduard Van den Bussche, zijn leerling aan het Roeselaarse Klein Seminarie, de dichtbundel Kerkhofblommen schreef. Zoo daar ooit een blomke groeideover 't graf waarin gij ligt, of het nog zoo schoone bloeidezuiver als het zonnelicht Staen, zoals de fusiegemeente in het plaatselijk dialect wordt genoemd, werd in de herfst van 2012 even nationaal nieuws toen het de jongste burgemeester van het land presenteerde: Francesco Vanderjeugd (Open VLD) - what's in a name - was amper 24 jaar en baatte in het centrum van de gemeente het kapsalon Ziezo uit, nóg een unicum: politicus en biechtvader tegelijk. Het is donderdagavond, iets voor acht uur, en achter een rij bomen langs de Bruggestraat zijn de spelers van het eerste elftal van SK Staden bezig aan de training. In de grote kantine werken twee bestuursleden de klassementen van de 22 (!) ploegen bij, terwijl zich een geanimeerde discussie ontspint. Hoelang bestaat de club eigenlijk al? De secretaris vroeg het enkele jaren geleden aan de voetbalbond, maar werd daar niet veel wijzer. Gesticht in 1931, dat is zeker, maar een exacte aansluitingsdatum is er niet: 1943 of 1946? 'We hebben in 2013 ons 70-jarig bestaan gevierd, dus gaan we uit van 1943', lacht de voorzitter, die de drankjes ... serveert. 'Op donderdag en zondagmorgen hebben de bestuursleden bardienst', lacht Brecht Seys, die tot zijn 31e bij rood-wit speelde en vijf jaar geleden voorzitter werd. Zijn echtgenote voetbalt ook, bij een van de drie damesploegen van stamnummer 4396. 'Damesvoetbal is al meer dan 25 jaar een traditie in de club.' En ze horen er volwaardig bij. Als het eerste elftal om 14.30 uur speelt, trapt een damesploeg twee uur ervoor de drukke zondagnamiddag op gang. De andere twee damesteams spelen een week later. 'Zo is het elke zondag druk in de kantine.' Want een goede bar is dé bron van inkomsten, in Staden misschien nog net iets meer dan bij andere provinciale voetbalclubs. De club maakt er een erezaak van om met zo veel mogelijk (geboren) Stadenaars te spelen. Van de vijftien spelers die wekelijks op het wedstrijdblad staan, liggen de roots van minstens tien onder hen in Staen. Want, beseffen ze: 'We willen geen gekochte ploeg zijn waar jeugdspelers geen kans krijgen om naar de eerste ploeg door te stromen. Niet altijd vanzelfsprekend, maar we doen het tóch. Ook de volgende jaren.' En als het eerste elftal daardoor een reeks zakt, zoals vorig seizoen, dan nemen ze dat er maar bij. 'Soms zit je daardoor zelfs in een meer aantrekkelijke reeks, met heel wat streekderby's.' SK Staden, dat om en bij de 400 leden telt, wil zich in de eerste plaats als een familiale club profileren. Wie te oud is om nog te voetballen, wordt ingeschakeld in het bestuur of in een van de cellen. Of in de uitbating van de kantine, die momenteel door achttien vrijwilligers met een beurtrol wordt gerund. Twee jaar geleden werd het kloppend hart van het Stadense voetbal in amper drie maanden tijd door vrijwilligers volledig afgebroken en vanaf de grond opnieuw opgebouwd. Met eigen middelen werd ook het ballenhok gerenoveerd, maar voor de vernieuwing van de krappe kleedkamers en terreinen wordt hoopvol naar het gemeentebestuur gekeken. De burgemeester kent de verzuchtingen van de club, maar moet schipperen. Want in zijn gemeente van om en bij de 11.000 inwoners voetballen ook nog KSK Oostnieuwkerke (eerste provinciale) en SK Westrozebeke (derde). '22 ploegen op drie terreinen is puzzelen, maar het lukt nog net. Een kunstgrasveld zou ideaal zijn, nog meer dan een vierde terrein. We zijn soms beschaamd als we die kleine mannetjes op ons tweede en derde terrein zien ploeteren, een training moeten afgelasten of als we merken dat tegenstanders foto's van de modderpoel nemen.'