Eind 2020 zat Yannick Carrasco aan vier assists, maar dan beroofden een coronabesmetting en een blessure hem van zijn beste vorm. Dat zou duren tot in de lente, waarna hij met zes beslissende acties in vier wedstrijden in april de voornaamste troef in de eindsprint van het team van Diego Simeone zou blijken. Voor Carrasco heeft de terugkeer naar de bron dus iets van een metamorfose. Terwijl hij in zijn eerste Madrileense periode een van de onregelmatigste spelers was van Atlético, is hij nu een van de sterkhouders.
...

Eind 2020 zat Yannick Carrasco aan vier assists, maar dan beroofden een coronabesmetting en een blessure hem van zijn beste vorm. Dat zou duren tot in de lente, waarna hij met zes beslissende acties in vier wedstrijden in april de voornaamste troef in de eindsprint van het team van Diego Simeone zou blijken. Voor Carrasco heeft de terugkeer naar de bron dus iets van een metamorfose. Terwijl hij in zijn eerste Madrileense periode een van de onregelmatigste spelers was van Atlético, is hij nu een van de sterkhouders. De analyse van Simeone is dezelfde als die van Roberto Martínez: ze hebben gezien hoe Carrasco tijdens zijn verblijf in China een flink shot maturiteit gekregen heeft. In Dalian, een kuststad nabij de grens met Noord-Korea, heeft de Rode Duivel het belang ingezien van wat men 'de onzichtbare voorbereiding' noemt. De Brusselaar verzorgt nu beter zijn voeding, neemt veel rust en let vooral erg goed op zijn recuperatie. 'Wanneer je nog jonger bent, denk je dat je alleen maar op het veld moet werken, alleen maar doen wat de coach je opdraagt', vertelde hij aan El País kort na zijn terugkeer naar Spanje. 'Als je wat ouder wordt, begint je lichaam eronder te lijden en moet je er meer aandacht aan besteden, want het is tenslotte je motor.' Net als bij Axel Witsel ging zijn verblijf in China gepaard met een individuele opvolging van zijn fysiek, om op het niveau te blijven dat nodig is voor interlands met de Rode Duivels. 'Ik ben altijd tussen de tien en de dertien kilometer per match blijven lopen, net zoals in Europa', zo verdedigde hij zich in december nog in Sport/Voetbalmagazine. 'Wat wel anders is, is dat je hier in Europa op het veld één seconde hebt om een beslissing te nemen, terwijl je er in China misschien drie hebt. Het spel verloopt trager, maar er wordt evenveel gelopen en geknokt als elders.' Enkele weken na zijn terugkeer in de winter van 2020 miste Carrasco nog ritme, al toonde hij zich zo enthousiast dat zijn coach hem 30 speelminuten gunde in de Madrileense derby. Toen de lockdown werd afgekondigd, kon hij daar dus niet ontevreden over zijn. Want na die lange onderbreking werden alle tellers weer op nul gezet en de fameuze fysieke voorbereiding door de luitenants van El Cholo bracht hem sneller dan verwacht weer op het niveau van zijn ploegmaats. Uiteindelijk werd de uitleenbeurt omgezet in een definitieve transfer. China was nog slechts een herinnering en de Europese carrière van de Rode Duivel kon een doorstart nemen. Toen Carrasco naar China ging, werd dat uiteraard voorgesteld als een beslissing met financiële argumenten, maar het vertrek van de flitsende dribbelaar naar het Verre Oosten had zeker andere redenen. Bovenaan die lijst staat een weerbarstige knie, die hem zoveel last bezorgde dat hij niet de energie kon opbrengen die het voetbal van Simeone vereist. Hij hield dat lange tijd verborgen, maar bekende eind vorig jaar in Sport/Voetbalmagazine dat de fysieke belasting onhoudbaar was geworden: 'Het klopt dat ik op een bepaald ogenblik, kort voor mijn vertrek, ben ingestort. Ik had altijd ergens pijn en in mijn laatste zes maanden bij Atlético werd het erg lastig. Ik wist dat ik niet goed speelde, maar ik besefte ook dat het niet zomaar mijn eigen schuld was. Ik had voortdurend allerlei pijntjes. Dat is de voornaamste reden van mijn transfer naar China.' Terwijl sommigen vreesden voor het vervolg van zijn carrière, zorgde het minder opgejaagde Aziatische voetbal ervoor dat Carrasco zijn benen terugvond van toen hij twintig was. Met 1,4 gecreëerde kansen en vooral twee geslaagde dribbels per match is hij de man die het afgelopen seizoen voor het meeste gevaar zorgde bij de colchoneros. Hij nam ook - met succes - een groot deel van de vrije trappen voor zijn rekening, nog een bewijs dat zijn statuut binnen de groep veranderd is. Het dient gezegd dat de Madrileense vestiaire tussen zijn vertrek naar China en zijn terugkeer naar Spanje wel flink veranderd is. Het einde van de cyclus van de kern die twee Champions Leaguefinales speelde, begon na het WK in Rusland, toen sterkhouder Gabi het Wanda Metropolitano verliet voor een dik betaald prepensioen in de Perzische Golf. Een jaar laten zochten Diego Godín, Filipe Luís en Juanfran, de bloedhonden van de mythische defensie, andere oorden op. Zo kon Carrasco terugkeren naar een minder vijandige plek, want hij lag nooit in de bovenste schuif bij de oude garde van de colchoneros. Dat hij zijn goal in de finale van de Champions League 2016 op zijn eentje vierde (met een kus aan zijn toenmalige vriendin Noémie Happart), viel niet in goede aarde bij de oude rotten van Atlético, die volgens de richtlijnen van hun coach gefixeerd waren op het collectief. Gabi en Godín noemden hem Beckham wegens zijn attitude en lieten niet na om daar scherpe opmerkingen over te maken, vaak luidkeels. De Rode Duivel, die liever zijn voeten liet spreken, antwoordde op training op zijn manier, met schijnbewegingen en technische hoogstandjes. De kleedkamer wordt nu gedomineerd door Koke en Saúl, met wie Carrasco's relatie veel beter is. Hij koppelt nu maturiteit aan rendement in een ploeg die gebouwd is rond Luis Suárez en dus beter gewapend is om La Liga te winnen dan om Europa te veroveren. De Uruguayaan was de belichaming van de Europese beperkingen van Barcelona - hij scoorde de laatste vijf jaar slechts vijf keer in de eindfase van de Champions League - maar bleek nog altijd een te duchten wapen om doelpunten te maken op de Spaanse scène. Daar El Pistolero altijd goed is voor vijftien goals per seizoen, doorgaans zelfs twintig, kon Simeone met hem in zijn ploeg een tweede nationale titel als coach van Atléti binnenhalen, zeven jaar na de eerste.