Er was een tijd dat in voetbalmiddens over 'de Antwerpse school' gesproken werd. Dat sloeg op de clubs in de genoemde regio die in de periode 1920-1950 protagonisten waren in het Belgische voetbal. Antwerp, Beerschot, Berchem en Tubantia Borgerhout bereikten in die tijd alle vier het hoogste niveau. In een oud krantenartikel staat : "Qua stijl werd de Antwerpse school graag vergeleken met het Weense voetbal. In het mondaine Wenen was voetbal verheven tot kunst, met verfijnd, elegant passenspel dat danste op de meeslepende driekwartsmaat van de wals." Om bij weg te dromen.
...

Er was een tijd dat in voetbalmiddens over 'de Antwerpse school' gesproken werd. Dat sloeg op de clubs in de genoemde regio die in de periode 1920-1950 protagonisten waren in het Belgische voetbal. Antwerp, Beerschot, Berchem en Tubantia Borgerhout bereikten in die tijd alle vier het hoogste niveau. In een oud krantenartikel staat : "Qua stijl werd de Antwerpse school graag vergeleken met het Weense voetbal. In het mondaine Wenen was voetbal verheven tot kunst, met verfijnd, elegant passenspel dat danste op de meeslepende driekwartsmaat van de wals." Om bij weg te dromen. Vandaag is de grasmatlyriek ver te zoeken in Antwerpen. Journalist François Colin kijkt naar het voetbalverleden en -heden van de stad waar hij woont, en maakt bedenkingen. "Het merkwaardige aan het Antwerpse voetbal is niet dat het vroeger goed liep," begint hij, "wel dat het nu niet meer draait. "Dikwijls hoor je dat Antwerp en Germinal Beerschot niet dezelfde middelen hebben als veel andere clubs omdat de onderlinge concurrentie potentiële sponsors zou afschrikken. 'Als we jullie steunen, moeten we de andere ook geld geven, en dat komt ons veel te duur uit', klinkt het. Ik geloof die uitleg niet. Als dat zou kloppen, zou Fortis geen sponsor zijn van Anderlecht, want dan zou die bank moeten denken dat ze ook hoort samen te werken met Club. Sponsors zijn geïnteresseerd als ze denken dat ze door een link met een club een bepaalde return bekomen." François Colin : "De ware reden ligt bij het beleid. Als die clubs op een andere manier bestuurd zouden worden, zouden ze beide tot de absolute top in België kunnen horen. "Beerschot was een club die eigenlijk bijna nooit iets won, maar altijd wel bekendstond om zijn Latijnse, aantrekkelijke voetbal. De schoonheid van het spel was in feite belangrijker dan winnen. Heel avontuurlijk op de mat, en ook in de bestuurskamer. Living dangerously. Zelfs toen er geen geld was om water te serveren op de receptie, werd champagne opgediend. Daar zijn ze ook aan ten onder gegaan. Ze bestaan eigenlijk niet meer ; het is het vroegere Germinal Ekeren dat in het paars-witte shirt stapte, de boel overnam en een nieuw leven begon op het Kiel. "Het bestuur van Germinal past daar qua mentaliteit eigenlijk niet. Een man als Jos Verhaegen redeneert : zelfs als we geld hebben voor champagne, kunnen we eigenlijk beter water drinken. Dat is goedkoper en gezonder. Het tegenovergestelde van living dangerously. Eigenlijk vloekt daar iets. Beerschot, dat moet flamboyanter. Dat zie je ook op het veld, waar het niet meer is zoals vroeger, zoals het volgens de clubtraditie zou moeten zijn. "De zaken worden op het Kiel niet geleid zoals het hoort bij een club met grote ambities. Na de fusie probeerden ze dat even, met de steun van Ajax, helemaal in de filosofie van het vroegere Beerschot ; 'wij zijn de beste, de mooiste, de grootste'. Maar dat mislukte faliekant. "Alles bij elkaar moet je stellen dat het goed is dat Verhaegen het daarna weer zelf in handen nam. Maar de supporters van Beerschot verwachten meer. En dat geldt een beetje voor heel de sport in Antwerpen. Antwerpenaars komen kijken als het top is, als ze hun mentaliteit kunnen uiten, niet moeten vrezen dat ze zullen verliezen tegen Westerlo of Cercle. Anders hoeft het voor hen niet." "Je moet een manier vinden om het groots aan te pakken zonder financiële risico's. Die combinatie kan als je meer middelen hebt. Een nieuw stadion zou in die zin een doorbraak kunnen betekenen. Dat zagen we al in Nederland ; gemiddeld zorgt dat voor een supporterstoename van dertig procent." "Ook veel bedrijven moeten zo functioneren. Als je nooit waagt, zal je waarschijnlijk niet veel groeien. Alleen moet je geen gekke dingen doen, want als dan iets verkeerd gaat, zit je in de problemen." "Een heel andere club, Engels georiënteerd, ook meer dat soort voetbal. Meer rechttoe rechtaan. Een club die ooit in het grootste stadion van het land speelde, nu in het meest verouderde en die vindt daar blijkbaar geen oplossingen voor. Is al een tijd op de dool, dobbert sinds vier jaar rond in tweede klasse. Nauwelijks veertien jaar geleden trok 20.000 man mee naar Londen voor die Europese finale. Je kan met Antwerp geen tien jaar op dit niveau blijven en denken dat al die fans weerkeren als jij terugkomt. De achterban is er, alleen moet je resultaten halen om die mensen te krijgen. " Eddy Wauters ligt voor een deel aan de basis van de grootste vergissing die ons voetbal ooit maakte. Hij was de eerste die na het arrest-Bosman riep dat jeugdopleiding geen zin meer had. Bij Antwerp komen dan ook zelden eigen spelers naar boven. "Een typisch voorbeeld van een ploeg met te veel buitenlanders. Ooit werd daar eens gezegd : 'Als we met elf Hottentotten eerste staan, loopt het hier ook vol.' Valt zeker wat voor te zeggen. Alleen ; als je met elf Hottentotten laatste staat, heb je een probleem. Dan haken de mensen helemaal af. "Ik denk dat Antwerp een achterban heeft die nog ruimer is dan die van Beerschot. Die twee clubs zijn eigenlijk twee slapende reuzen. Ze slapen al zo lang dat je af en toe de vraag moet stellen of ze nog wakker te krijgen zijn. Maar ik denk het wel." "Ik geloof niet erg in een fusie. Traditie is enorm belangrijk in het voetbal. Meestal zie je dat na zo'n fusie één of twee clubs met de oude naam herbeginnen en een paar jaar later ongeveer op hetzelfde niveau staan. "Het lost niets op. Eén plus één wordt geen twee. Veel supporters haken af. In deze stad behoort de onderlinge rivaliteit dan ook nog eens tot de grootste in Europa. Mits een goede werking kan elke club apart volgens mij evenveel supporters halen als één fusieclub. "Ik zie trouwens geen reden waarom er in Antwerpen maar één grote club zou mogen zijn. De stad is groot genoeg om twee topclubs op Belgisch niveau te herbergen. Als Manchester dat kan ... Daar zijn niet meer inwoners. Je zou kunnen opwerpen dat de rand ginder dichter bevolkt is, maar ook daar zitten nog veel profclubs. "Waar ik wel in geloof, is een samenwerking tussen Germinal Beerschot en Antwerp ; in hetzelfde stadion spelen bijvoorbeeld. Dat heeft alleen maar voordelen, komt de rendabiliteit van een nieuw stadion enkel ten goede ; 34 thuismatchen in plaats van 17. Ik denk ook dat iedereen begrijpt dat het weggegooid geld is om twee stadions te bouwen in één stad." "Typisch Vlaams. We slagen er zelfs in kleinere gemeenten niet in ons te beperken tot één club. Elke beenhouwer met wat zwart geld denkt dat hij voorzitter moet zijn van wat dan ook en begint zijn eigen club. "Pas op, die clubs in de lagere provinciale reeksen zijn ideaal om kinderen die louter recreatief willen voetballen, in hun buurt te laten spelen. Zeker laten bestaan. En van mij mogen er gerust twee clubs in Wilrijk zijn, maar het heeft geen zin dat die allebei op hetzelfde niveau staan en zo met elkaar moeten concurreren voor dezelfde spelers. "In elke stad heb je veel clubs op een lager niveau. Dat is niet echt een probleem. Alleen zou het misschien wel goed zijn als die clubs beter zouden samenwerken. Nu voelen de kleintjes zich vaak bedreigd, vooral door Germinal Beerschot, dat intensief scout en jongens wegplukt. Er zou een mechanisme moeten zijn waarbij ploegen daarvoor iets in ruil krijgen, bijvoorbeeld spelers die volgens die grote club hun niveau niet halen. "Misschien is de bouw van een nieuw stadion de geschikte aanleiding om de zaak eens breder te bekijken. "Historisch gezien begrijpbaar, omdat zij lang op een hoog niveau speelden. Maar als je een algemene visie uittekent voor het Antwerpse voetbal, zou je dat soort clubs moeten kunnen duidelijk maken dat zij niet meer moeten ambiëren om op het niveau van Antwerp of Germinal Beerschot te komen. "Elkeen moet - wat grof gesteld - zijn plaats kennen. Door een plan op tafel te leggen, maak je in de geesten al iets duidelijk. Je geeft aan : besef nu eens dat de tijd dat Antwerpen vier of vijf clubs op het hoogste niveau heeft, voorgoed voorbij is. "Iedereen op eenzelfde lijn krijgen, zal moeilijk zijn. Maar als drie of vier entiteiten elk een eigen project hebben, zou je al veel verder staan. "Allerlei formules zijn mogelijk. Waarom zou je bij een ticket voor Germinal Beerschot geen kaartje voor Hoboken gratis meegeven ? Die club ligt in dezelfde buurt. Of bij Antwerp een voor Tubantia. Ga je als supporter niet, geen probleem. Maar dat ene veld ligt in een park en misschien heb je op een zondagmiddag niets te doen en ga je eens kijken. En misschien vind je daar een sfeer die je aanspreekt. "Probeer verder te kijken dan je eigen krijtlijnen. Want als de grote clubs het goed doen, straalt dat af op de kleine." "Ik ben altijd zeer hoopvol. Een negatieve optimist. Er wordt in het Belgische voetbal zo lang geknoeid ... Als we niet zo'n ongelooflijke mogelijkheden hadden, was het al lang naar de knoppen geweest. Eens we goed beginnen werken, moet dat enorm floreren. "Ik denk dat de nieuwe stadions die er her en der zullen komen, ons voetbal totaal gaan veranderen. Dat wordt de motor van de vernieuwing die al twintig jaar geleden ingezet had moeten zijn. Want je kan je het niet permitteren om slecht te werken in zo'n nieuw stadion. Dan ga je failliet." Sdoor kristof de ryck