Danny Geerts is a 15-year old supporter of Beerschot V.A.V.. He is seeking a male or female pen pal who knows something about football and is also a Hammers' fan. He would welcome letters at: Van Boendalestrasse 1, 2000 Antwerpen, Belgium. Die boodschap zette West Ham op 1 januari 1974 in zijn officieel programmaboekje van een match tegen Norwich City. 'Plots kreeg ik vijftig à zestig brieven', zegt Geerts. 'Ik schrok me een ongeluk. Ik wist niet eens dat West Ham mijn brief gepubliceerd had.'
...

Danny Geerts is a 15-year old supporter of Beerschot V.A.V.. He is seeking a male or female pen pal who knows something about football and is also a Hammers' fan. He would welcome letters at: Van Boendalestrasse 1, 2000 Antwerpen, Belgium. Die boodschap zette West Ham op 1 januari 1974 in zijn officieel programmaboekje van een match tegen Norwich City. 'Plots kreeg ik vijftig à zestig brieven', zegt Geerts. 'Ik schrok me een ongeluk. Ik wist niet eens dat West Ham mijn brief gepubliceerd had.' In de jaren voordien was Geerts helemaal in de ban geraakt van het Engelse voetbal. Hij praatte er vaak over met een paar Engelse ploegmaats bij zijn voetbalclub Deurne O.B.. 'Mijn grote idool was Bobby Moore. Wat een flegma had die man.' Moore speelde meer dan 500 matchen voor West Ham. Dus besloot Geerts fan te worden van de Oost-Londense club. 'Wat me ook aantrok, waren de shirts. Ik vind de kleurencombinatie van West Ham de schoonste die er is.' In 1975 bezocht Geerts de club een eerste keer. 'Ik voelde me er direct thuis, met dat stadion temidden van al die huizen, in zo'n volkse buurt, net als bij Beerschot. En dan die Engelse humor: ruw, rechttoe rechtaan, ook zoals in Antwerpen.' Geerts, in die tijd nog schoolplichtig, probeerde telkens rond Kerstmis en Pasen enkele matchen in Londen mee te pikken. Terug thuis schreef hij de club over zijn ervaringen. West Ham publiceerde nog verscheidene van zijn brieven. Ook naar zijn nieuwe pennenvrienden bleef Geerts naarstig schrijven. 'Toen we met de school eens naar Londen gingen, zei ik mijn leraars dat ik daar mensen kende. Ik vroeg of ik eens met hen op stap mocht. In ons hotel werd ik opgepikt door een pennenvriendin die ik nog nooit gezien had. Bleek dat een ik-weet-nie-oe-knap maske te zijn. ( schatert) Toen had je mijn klasgenoten moeten zien.' Maar in zijn hele West Ham-gekte stond ook Geerts zelf een keer met de mond vol tanden. Daar zorgden zijn Engelse vrienden van Deurne O.B. voor, Steve Davis en diens vader Ted, 'een man met connecties'. Begin de jaren tachtig gingen zij vaak naar Berchem Sport. Toen die club in 1981 haar 75e verjaardag vierde, kreeg Ted geregeld dat Ipswich Town eens op het Rooi kwam spelen. Als klap op de vuurpijl zorgde hij voor een special guest. 'Steve en Ted namen me mee naar de luchthaven', vertelt Geerts. 'En wie kwam daar uit een vliegtuig gestapt? Bobby Moore! We zijn toen met hem iets gaan eten in De Koperen Ketel. Ik zat er de hele tijd naar Bobby te staren.' Tegenwoordig gaat Geerts nog naar zo'n tien matchen van West Ham per seizoen. In Oost-Londen rakelt hij soms zijn ontmoeting met Moore nog eens op. Dat maakt indruk bij de East Enders. Sinds West Ham naar het olympisch stadion verhuisde, barsten zij van de nostalgie. 'Rond het oude stadion in Upton Park had iedereen zijn pub. Je kon er iets drinken in Ken's Café. Die zaak stelt niet veel voor; er kan maar 25 man binnen en de thee trekt er op niks, maar je móét die daar eens geproefd hebben, want in de jaren zestig dronk Bobby Moore daar ook thee. Rond het olympisch stadion heb je zulke zaken niet meer. En toch, telkens ik in Londen uit mijn auto stap, voelt dat nog altijd als thuiskomen.'