Eén week, meer niet, was Juan Carlos Garrido (43) trainer van El Puig, toen zijn spelers naar hun voorzitter stapten. Of hij de man alstublieft wilde ontslaan? Zo'n veeleisende sportieve baas hadden ze nog niet gekend, de voetballers van El Puig, een dorp in de buurt van Valencia. Ze waren wat anders gewend. De voorganger van Garrido was niemand minder dan Mario Kempes, de spits die met Argentinië wereldkampioen werd in 1978. Blijkbaar was die wat losser.
...

Eén week, meer niet, was Juan Carlos Garrido (43) trainer van El Puig, toen zijn spelers naar hun voorzitter stapten. Of hij de man alstublieft wilde ontslaan? Zo'n veeleisende sportieve baas hadden ze nog niet gekend, de voetballers van El Puig, een dorp in de buurt van Valencia. Ze waren wat anders gewend. De voorganger van Garrido was niemand minder dan Mario Kempes, de spits die met Argentinië wereldkampioen werd in 1978. Blijkbaar was die wat losser. De voorzitter vroeg of ze gek waren. Hij behield het vertrouwen in zijn coach, die bezeten was van voetbal. Het werd het geluk van Garrido. In de buurt van El Puig woonde de zoon van Villarrealvoorzitter FernandoRoig. Fernando Roig Negueroles, die met zijn vader dezelfde voornaam deelt, kwam onder de indruk van het werk van de jonge coach van El Puig en ging hem aanbevelen bij de ploeg van pa. De rest is (een mooie) geschiedenis. Van jeugdcoach werd Garrido hoofdcoach. En de naam die hij daar maakte, verzilverde hij nu met een contract in Brugge. Daar strijkt hij neer in het gezelschap van Jorge Simó, die bij Club als fysiektrainer aan de slag gaat. Garrido leerde Simó kennen bij El Puig, in het begin van de jaren negentig. Later ging diezelfde Simó, inmiddels een vriend, onder meer nog aan de slag bij Valencia, waar hij werkte onder Guus Hiddink, en bij Real Madrid. Nu zijn ze samen in Brugge. Of hoe een zeer klein clubje een heel leven kan beïnvloeden. Het verhaal van Garrido is als het verhaal van de club, een onwaarschijnlijk sprookje. Vila-real, zoals de stad in het Valenciaans heet (in het Castiliaans wordt dat dan Villarreal), is een stadje van zo'n 50.000 inwoners, op een uurtje treinen van Valencia, niet zo ver van de Middellandse Zee. De spelers van de lokale ploeg wonen ook vaak aan zee, in de buurt van Benicasim, waar het aangenaam toeven is tussen de sinaasappel-, mandarijn- en citroenplantages. Als Fernando Roig, eigenaar van de tegelfabriek Pamesa, de club in 1997 voor 600.000 euro overneemt van een zakelijke concurrent, is Villarreal er beroerd aan toe. Roig heeft evenwel geld - op het hoogtepunt van zijn zakelijke carrière heeft de man een omzet van in voetbaltaal omgerekend elf voetbalvelden tegeltjes... per dag. En hij heeft een droom. Als hij Valencia - Inter op tv ziet, wil hij op een dag met zijn ploeg ook Europa in. Ambitieus voor een ploeg die op dat moment voetbalt tegen Onda, Burriana en Vinaròs. Ambitieus voor een ploeg die op dat moment weliswaar in de Segunda División zit, maar de structuren heeft van een ploeg uit de Tercera División en niet eens over een degelijk trainingsveld beschikt. Om te trainen trokken de spelers in die tijd naar een voetbalveldje op de terreinen van de keramiekfabriek van Porcelanosa, van eigenaar Pascual Font de Mora, een concurrent van Roig. Met de auto, in de koffer ballen, kegeltjes en alles wat een voetbalploeg nodig heeft. Op de weg terug werden handdoeken op de zetels gelegd, om die te beschermen tegen het zweet van de spelers. Het stadion, El Madrigal, was er zo mogelijk nog beroerder aan toe. Het dak van de kleedkamers was de onderkant van de tribune. Isolatie nul. Onder het veld lag geen drainage: als het regende, was het terrein nagenoeg onbespeelbaar. Het secretariaat was een huis in het centrum van de stad, waar de secretaris alles opschreef in dikke boeken. Geen computers. De legende wil dat Pascual Font de Mora, zo noteerde een reporter van El País in april 2011 toen de ploeg de halve finale van de Europa League ging spelen, de contracten van de spelers nog tekende op servetjes. Roig maakte daar komaf mee. Hij investeerde fors in het elftal én in het oefencomplex. Een echte ciudad deportiva werd dat, een sportstad. Roig kocht 60.000 vierkante meter sinaasappelbomen, rooide ze en ontwikkelde het gebied. In plaats van twee douches voor twintig spelers kwam er plaats voor 43 teams en 750 kinderen. 42 miljoen euro bedroeg de investering. Vijf grote voetbalvelden (waarvan twee met kunstgras), drie kleintjes, kleedkamers én verblijfsruimte voor de tien procent jongeren die van elders in Spanje worden weggehaald. Dat alles heeft leiding nodig, en die vond Roig bij twee mensen: via zijn zoon bij Juan Carlos Garrido, en via zijn eigen voetbalverleden als fan van Valencia bij Paquito, een gewaardeerde middenvelder van Valencia in de jaren zestig en zeventig. Hij stelt na de overname van Villarreal beiden aan als bewakers van de lijn in de jeugdopleiding. Paquito werd de huisideoloog, Garrido de directeur die overal in de wereld jeugdopleidingscentra ging bezoeken, analyseerde en implementeerde. Balbezit was het motto. Of dat nu over vijf of veertig meter is, balbezit was de norm. Lengte deed er niet toe, wel of een speler goed kon voetballen. Het bekendste product is Santi Cazorla. Toen een reportageteam van El País er te gast was, kregen de jongsten, twaalf jaar, op vrijdag een film als afsluiter van de trainingsweek. Geen Twilight, maar een voetbalfilm. In de bibliotheek van Paquito en Garrido, die tien jaar samenwerkten: Pelé, Maradona, of een film over Puskás en de dag dat hij met Hongarije op Wembley tegen Engeland scoorde. Films over voetbalhelden. Niet toevallig was de ploeg op haar sportieve hoogtepunt na FC Barcelona de beste inzake balbezit in de Primera División en de enige die de Argentijn Riquelme deed uitblinken bij zijn passage in Europa. Riquelme was aan Villarreal uitgeleend door Barcelona, waar hij niet aan de bak kwam. Een deel van het budget van Villarreal kwam van tv-zender Canal Nou, maar bij gebrek aan mediapower wilde de club het bewust van voetbal hebben, legde Garrido in oktober 2010 in een interview uit. De man staat dan zo'n negen maanden aan het hoofd van de eerste ploeg. Na de succesvolle passage van de Chileen Manuel Pellegrini, die voor zijn werk werd 'bedankt' met een transfer naar Real Madrid, nam Ernesto Valverde over, maar die kreeg al snel ruzie met de spelersgroep. Voorzitter Roig zag het met lede ogen gebeuren en stelde Garrido aan als hoofdcoach. Geen toeval. Op dezelfde dag, begin februari 2010, promoveerde ook Valladolid Onésimo Sánchez tot sportieve baas. Het kaderde in een sportieve trend in Spanje om mensen uit de jeugd baas te maken. Barça voer er wel mee onder Pep Guardiola, maar ook Sevilla ( Manolo Jiménez) en Zaragoza ( José Aurelio Gay) hadden het al gedaan. Ongetwijfeld had het ook met de economische crisis te maken. Villarreal leed daar toen al onder: de spelers hadden onder Garrido drie maanden betaalachterstand en het budget moest van Roig naar beneden. Uit de jeugd werden tien spelers naar de A-kern overgeheveld, zodat de salarismassa kon worden gehalveerd. Wie kon dan beter de doorstroming begeleiden dan de directeur van de cantera, de jeugdopleiding? Garrido, in zijn jeugd een waardeloze middenvelder (dat geeft de man zelf in interviews toe), nam de ploeg stevig in handen. Balbezit bleef het handelsmerk van de ploeg, gekoppeld aan bij tijd en wijle best wel stevig spel. Toen Villarreal tegen Club Brugge speelde in de Europa League in december 2010, zei Garrido in een interview in de sportkrant AS dat agressiviteit, inzet en hard spel normaal zijn in competities van hoog niveau. De woorden werden opgetekend door Miguel Angel Vara, nu... zijn zaakwaarnemer. Van Pellegrini, een persoonlijke vriend, leerde Garrido zijn ploeg "een smoel geven", en haar "op elk moment verdedigen". Bij zijn aanstelling in Brugge ging de Valenciaan dan ook niet in op vragen over de sterkte van het team. Met de media probeert hij wel een goeie band te onderhouden. Garrido analyseert goed - hij maakte ooit een tijdje verslagen voor Rafa Benítez, die hij had leren kennen op een stage in Engeland - en was daarom de voorbije maanden tijdens zijn werkloosheid geregeld op tv te gast als analist. Bovendien kreeg de pers die Villarreal volgde op 31 mei 2011 de verrassing van haar leven toen Garrido iedereen verzamelde voor... een videoanalyse van het voorbije seizoen. Aan de hand van beelden legde hij de manier van spelen van zijn ploeg uit. "Zodat jullie beter begrijpen hoe wij tot succes komen." Overigens heeft Garrido zelf ook een verleden als journalist: voor El Mundo Deportivo schreef hij ooit analyses van wat er gebeurde in de Segunda B. Hij is veeleisend, hoor je vanuit Spanje, en daar kloegen de eigen spelers vaak over. Niet alleen bij El Puig, ook bij Villarreal. Garrido is vrij direct, op zoek naar een balans tussen veel eisen en (zelf)vertrouwen. Zijn voorbeelden gaf hij in El País in oktober 2010: "Het werk van Guus Hiddink bij Valencia, het Barça van Johan Cruijff, het offensieve voetbal van Benito Floro, Jorge Valdano..." Namen om u tegen te zeggen. Cazorla "liep onder hem zoals nooit tevoren", Víctor Vázquez weet wat van hem wordt verwacht wanneer hij weer fit is... Garrido's leitmotiv bleef altijd hetzelfde (maar veel zal afhangen van de kwaliteiten van de huidige spelers): voetballen op balbezit, zoals driekwart van de Spaanse ploegen overigens doet. Wie de bal bezit, loopt geen gevaar. Hij zal proberen die zo hoog mogelijk te veroveren en dan te tikken, tot de tegenstander in de fout gaat. Hoe dat valt te rijmen met het actievoetbal van jongens als Mémé Tchité, Carlos Bacca of Maxime Lestienne dan wel Lior Refaelov valt af te wachten. Dat de man in België aan de slag gaat, is geen toeval. Hij is getrouwd met een Française, spreekt Frans, én onderhandelde vorige zomer met... Standard. Voorzitter Roland Duchâtelet wilde donderdag evenwel niet ingaan op de vraag waarom de Rouches hem niet namen. Toen Trond Sollied werd ontslagen bij AA Gent, bood men hem ook daar aan, maar manager Michel Louwagie won nooit inlichtingen in. Garrido is niet te beroerd om in de clinch te gaan met zijn sterren en vond dat indertijd de jeugd die hij in de A-kern introduceerde de ploeg "verfriste". Een dispuut was er vorig jaar met zijn aanvoerder Marcos Senna, toen hij die voor een duel tegen Real Madrid (met 6-2 verloren) niet in staat noemde te spelen. Senna, destijds voor amper 600.000 euro weggehaald in Brazilië en later met Spanje wereldkampioen, noemde dat toen "onzin". Een paar maanden eerder loofde de middenvelder nog zijn coach. "Inzet en kracht", noemde hij toen als sleutelwoorden. Een echt close band met zijn spelersgroep of kleedkamer had Garrido als hoofdcoach van Villarreal nooit. Ook anderen kregen ervan langs. Toen Villarreal tegen Porto speelde in de halve finale van de Europa League, suggereerde Garrido dat er een etentje zou kunnen zijn geweest tussen mensen van die club en de scheidsrechters. André Villas-Boas, toen nog coach van Porto, later winnaar van de Europa League, reageerde als door een wesp gestoken op de insinuatie. Een jaar geleden moest Garrido gaan. Villarreal verteerde slecht de sportieve afslanking van de kern, de koele relatie van de trainer met zijn kleedkamer en de keuzes die Garrido samen met zijn vriend Fernando Roig Negueroles maakte op transfergebied. Het transferbedrag dat Santo Cazorla (nu Arsenal, vorig seizoen Málaga) had opgeleverd, 19 miljoen euro, werd geïnvesteerd in spelers als Zapata, Camuñas en vooral De Guzmán, die de rol van Cazorla niet aankon. Zijn ontslag in december leverde niks op, Villarreal zou later dat seizoen ook zijn opvolger aan de deur zetten en uiteindelijk zelfs degraderen. Maar Garrido's naam was wel gemaakt. Nog niet voldoende om in Spanje aan de bak te kunnen - daar zien ze in hem toch vooral een man van één club - maar wel om in Brugge te werken. In de ciudad deportiva van Villarreal hangt een kaart van Europa, waarop alle steden staan aangeduid waar de club al te gast was tijdens haar Europese campagnes. De naam van Brugge staat daar ook op. Toen om andere redenen, maar allicht kijkt de oude Paquito, inmiddels al diep in de zeventig, er nu wat meer naar dan anders... DOOR PETER T'KINT - BEELDEN: IMAGEGLOBEBalbezit was Garrido's motto bij Villarreal, dat daarin na Barcelona de beste ploeg van Spanje was.