Voor de zoveelste maal vat Racing Genk een nieuw hoofdstuk aan. Er was de periode van Strupar-Oulare, daarna die van Sonck-Dagano-Skoko, telkens vertrokken ze en werd de Limburgse fusieclub verplicht opnieuw te bouwen aan een ploeg. Deze derde maal lijkt dat moeilijker te lukken. Steven Defour, Bob Peeters en Koen Daerden - alle drie op hun manier bepalend in de groep - verlieten de club zonder dat ze afscheid konden nemen met een prijs of succesje. Dat gold ook voor technisch directeur Ariël Jacobs. Ook Jos Vaessen deed, op papier althans, een stap terug en trad af als voorzitter. Harry Lemmens nam over. Ondanks het tegenvallende en fletse seizoen behield trainer Hugo Broos wel het vertrouwen. Hij krijgt nu de hulp van Willy Reynders, die mee de sportieve koers moet uitstippelen. Dat is een koers zonder Europees voetbal.
...

Voor de zoveelste maal vat Racing Genk een nieuw hoofdstuk aan. Er was de periode van Strupar-Oulare, daarna die van Sonck-Dagano-Skoko, telkens vertrokken ze en werd de Limburgse fusieclub verplicht opnieuw te bouwen aan een ploeg. Deze derde maal lijkt dat moeilijker te lukken. Steven Defour, Bob Peeters en Koen Daerden - alle drie op hun manier bepalend in de groep - verlieten de club zonder dat ze afscheid konden nemen met een prijs of succesje. Dat gold ook voor technisch directeur Ariël Jacobs. Ook Jos Vaessen deed, op papier althans, een stap terug en trad af als voorzitter. Harry Lemmens nam over. Ondanks het tegenvallende en fletse seizoen behield trainer Hugo Broos wel het vertrouwen. Hij krijgt nu de hulp van Willy Reynders, die mee de sportieve koers moet uitstippelen. Dat is een koers zonder Europees voetbal. Jan Moons, die vorig seizoen geen minuut miste in de competitie, kreeg te horen dat de jongeren Sinan Bolat en vooral Logan Bailly hun kans zouden krijgen en dat hij, de aanvoerder nota bene, als derde doelman aan het nieuwe seizoen zou starten. Hoewel er in de oefencampagne driftig geroteerd werd, lijkt alles erop te wijzen dat de imposante en technisch onderlegde Bailly als eerste doelman aan de start komt. De 20-jarige Bailly krijgt dan wel een zware taak voorgeschoteld : de verdedigende linie bleek vorig seizoen al, en tijdens de voorbereiding weer, het zorgenkind van Genk. Te weinig présence en rust achteraan. Enkel Hans Cornelis op de rechtsback is een certitude, maar er is geen enkel alternatief voorhanden wanneer hij uitvalt. Op links strijden na het gedwongen vertrek van Indridi Sigurdsson de beloftevolle Sébastien Pocognoli, net nog aan de slag met de nationale min-19-jarigen op het EK in Polen, en de revaliderende Gonzague Vandooren voor een plaatsje. Beide backs hebben hetzelfde profiel : graag de diepte zoekend en niet uitblinkend in verdedigende capaciteiten. Centraal achterin moet Gert Claessens de lijnen uitzetten, geflankeerd door de jonge Sven Verdonck (18), Tomislav Mikulic of de fysiek sterke Eric Matoukou. Afhankelijk van de tegenstander zal daar geroteerd worden. Vooral van Mikulic wordt verwacht dat hij zich wat meer zal opwerpen als leider in de defensie. Het probleem blijft echter acuut, in de Genkafweer loopt geen enkele stopper rond die de aanvallers angst kan inboezemen. In de 4-4-2 die Broos voor ogen houdt, kan op het middenveld in een ruit gespeeld worden (tegen 'zwakkere' ploegen) of in een platte 4-4-2 met twee verdedigende middenvelders (voor de meer georganiseerde aanpak). In het eerste geval wordt wellicht geopteerd voor Orlando Engelaar achter de spitsen, al kon de Nederlander alweer niet bekoren tijdens de oefencampagne. Hetzelfde gaat op voor Soley Seyfo. Verwacht wordt daarom dat Genk voornamelijk met zijn twee aanwinsten in de centrale as zal uitpakken : Wim De Decker en Wouter Vrancken. De ene als controlerende stofzuiger, de andere als infiltrerende loper. De aanvallende impulsen moeten in zo'n geval van de flanken komen, zijnde Tom Soetaers op links en op rechts Thomas Chatelle of Alex Da Silva. Da Silva kan, mits wat regelmaat, uitgroeien tot een smaakmaker in onze competitie. Met de jongelingen Kenneth Van Goethem, Faris Haroun en Oleksandr Iakovenko heeft Genk op het middenveld nog voldoende alternatieven achter de hand. Met Ivan Bosnjak werd een WK-ganger ingehaald en iemand die in de Kroatische eerste klasse zowel al topschutter als beste speler werd. Een werker, zonder kapsones en met een neus voor goals. Iemand die ook de diepte zoekt en vaak in de hoeken duikt. Daardoor zou de Kroatische international complementair moeten zijn met Kevin Vandenbergh, die graag in de zestien op een kansje wacht. Nenad Stojanovic, die eerst weg mocht maar door het vertrek van Bob Peeters ineens moest blijven, zal vooral fungeren als supersub. De beloftevolle Marvin Ogunjimi zal ook nu weer maar met mondjesmaat zijn kans krijgen. Eerder wordt geopteerd voor Da Silva als man achter de spitsen of zelfs tweede aanvaller. Met het spelersmateriaal dat de trainer nu voorhanden heeft, zal Genk weer iets georganiseerder voetballen bij het begin van dit seizoen. Offensief teert men vooral op de snelheid van Bosnjak en het opportunisme van Vandenbergh. Het duo Vrancken-De Decker zal centraal op het middenveld zeker voor meer stabiliteit zorgen. Ook op de flanken staat Genk behoorlijk sterk met Soetaers, Chatelle en Da Silva. Enkel de verdediging baart zorgen en daar begint natuurlijk de basis voor succes. Het zal daarom ook dit jaar moeilijk worden om de top drie bij te benen, maar in een seizoen zonder Europees voetbal is Genk het aan zijn status verplicht om minstens in die top vijf mee te draaien. MATTHIAS STOCKMANS