Woensdagavond speelt KV Oostende voor de beker tegen OH Leuven en kan het eindelijk nog eens proberen uit de luwte te treden. De club baggert al ruim acht jaar in tweede klasse en een toonbeeld van continuïteit en stabiliteit is KVO nooit geweest sinds het in 1981 ontstond uit een fusie tussen AS Oostende en VG Oostende. Precies 30 trainerswissels zijn er sindsdien geweest. Dertig in goed dertig jaar, dat kan tellen. Ooit bruiste het voetbal aan de kust, vooral dan in de periode dat het toenmalige AS Oostende, getooid in rood en groen, tussen 1974 en 1977 in eerste klasse speelde. De bezadigde René Menu, die nu nog wekelijks iedere thuiswedstrijd volgt en een hotel runde pal bij het Casino, was voorzitter, de ondoordringbare Norberto Höfling trainer, de Zweed Kurt Axelsson o...

Woensdagavond speelt KV Oostende voor de beker tegen OH Leuven en kan het eindelijk nog eens proberen uit de luwte te treden. De club baggert al ruim acht jaar in tweede klasse en een toonbeeld van continuïteit en stabiliteit is KVO nooit geweest sinds het in 1981 ontstond uit een fusie tussen AS Oostende en VG Oostende. Precies 30 trainerswissels zijn er sindsdien geweest. Dertig in goed dertig jaar, dat kan tellen. Ooit bruiste het voetbal aan de kust, vooral dan in de periode dat het toenmalige AS Oostende, getooid in rood en groen, tussen 1974 en 1977 in eerste klasse speelde. De bezadigde René Menu, die nu nog wekelijks iedere thuiswedstrijd volgt en een hotel runde pal bij het Casino, was voorzitter, de ondoordringbare Norberto Höfling trainer, de Zweed Kurt Axelsson organiseerde de verdediging nadat hij eerder bij Club Brugge furore maakte, en dezelfde weg had Pierre Carteus ingeslagen, de sierlijke veldheer die het alleen aan snelheid ontbrak om de echte top te halen. En vooraan liepen twee opportunisten van het zuiverste soort: Jan Simoen en zijn razendsnelle spitsbroeder José Mortier. Het Albertpark kolkte vaak, het was er heerlijk toeven, de koffie en broodjes aan de rust smaakten uitstekend, de cognac nadien ook en de persconferenties voor het begin van het seizoen pleegden door te gaan in een zeer gastronomische omgeving. AS Oostende ademde klasse en grandeur uit, een beetje naar het beeld van hun zeer gedistingeerde voorzitter. Niet veel is er daarvan overgebleven na de fusie. KV Oostende raakte nog wel twee keer in de eerste klasse en de flamboyante voorzitter Eddy Vergeylen deed zijn best om de media te halen of met een publicitaire stunt uit te pakken, zoals die keer in 1998 dat hij Jean-Marie Pfaff als trainer aantrok. Het avontuur duurde maar een paar weken want Pfaff verbaasde de groep met zeer bizarre trainingsmethoden. Het bracht Vergeylen niet uit zijn evenwicht. Hij vertelde de ene grap na de andere, stapte fluitend door het leven en verbaasde zich zo over de ernst in het voetbalwereldje dat hij zei dat sommigen mensen dringend aan hun lachspieren geopereerd moesten worden. De misschien wel meest memorabele periode beleefde KV Oostende onder Raoul Peeters. De Mechelaar nam de club in 1991 in handen, promoveerde in twee jaar van derde naar eerste klasse en eindigde tijdens de campagne 1993/94 op de zevende plaats. Heel erg aangenaam was het telkens weer om Peeters, een onvervalste levensgenieter, te interviewen. Hij presenteerde zich uitstekend en formuleerde keurig; hij was een werker en geen dromer. En hij nodigde je vaak uit in een restaurant, meestal langs de dijk, het geruis van de zee, de wandelaars die voorbij slenterden, het was telkens weer een stukje vakantie. Er kwamen heerlijke gerechten op tafel, overgoten met voldoende wijn en Peeters vertelde onverbloemd en onversneden over zijn werk in Oostende. Zoals die ene keer toen zijn ploeg op een slecht veld moest trainen, een akker waarop geen voetbaltechnische oefeningen mogelijk waren, het gevolg van een dispuut tussen de club en het naburige Media Center. Het remde de prestaties in dat wonderbaarlijke seizoen niet. Toen Raoul Peeters door zijn (vak)werk heel veel aanbiedingen kreeg maar toch aan de kust besloot te blijven ook al wist hij dat de supporters die hem de hand schudden het daaropvolgende seizoen heel anders konden reageren. En ook al besefte hij dat KV Oostende bij zijn terugkeer in eerste klasse zo sterk kon presteren omdat de andere trainers zich de moeite niet hadden genomen om de ploeg te analyseren. Dat deed Peeters wel. Zijn tactisch inzicht werd geprezen, al zette hij dat nooit zelf in de verf. Relativeren had Raoul Peeters geleerd sinds hij zijn driejarig dochtertje in een ongeval verloor. Ze werd aangereden door een dronken chauffeur. Door zich met hart en ziel op de voetbalsport te storten, probeerde hij de wonden te laten helen. En vooruitzien kon Peeters. Na de schitterende campagne werd hij het daaropvolgende seizoen door KV Oostende ontslagen, al zou hij later nog een keer bij de club terugkeren. Vandaag is Raoul Peeters 65 jaar en technisch directeur van Racing Mechelen, de club waar zijn trainerscarrière begon.