Inside jokes op Strava

'Mijn allereerste post op Strava, goed tien jaar geleden, in januari 2012, als tweedejaarsjunior. Een kort ritje rond Lille, de vrijdag voor de Wereldbekercross in Liévin. Weliswaar geen bewuste post, want ik ben pas met Strava begonnen de zomer erop, tijdens een stage met Telenet-Fidea in Sankt Moritz. Begin dat jaar maakten we al voor het eerst gebruik van Garmins op basis van een gps-signaal, niet meer zonder snelheidssensor in het voorwiel. Op die stage zagen we dat we onze gegevens konden synchroniseren met Strava en dat je daarop een mooi overzicht had van je afgelegde weg, het hoogteprofiel, de klimtijden... Automatisch werden zo al mijn trainingen van dat jaar geüpload, en zo verscheen dat ritje van in januari als eerste op mijn account.
...

'Mijn allereerste post op Strava, goed tien jaar geleden, in januari 2012, als tweedejaarsjunior. Een kort ritje rond Lille, de vrijdag voor de Wereldbekercross in Liévin. Weliswaar geen bewuste post, want ik ben pas met Strava begonnen de zomer erop, tijdens een stage met Telenet-Fidea in Sankt Moritz. Begin dat jaar maakten we al voor het eerst gebruik van Garmins op basis van een gps-signaal, niet meer zonder snelheidssensor in het voorwiel. Op die stage zagen we dat we onze gegevens konden synchroniseren met Strava en dat je daarop een mooi overzicht had van je afgelegde weg, het hoogteprofiel, de klimtijden... Automatisch werden zo al mijn trainingen van dat jaar geüpload, en zo verscheen dat ritje van in januari als eerste op mijn account. 'Toch heb ik de volgende jaren niet alles op Strava gezet. Meestal alleen in het buitenland, op stage. Pas sinds een aantal jaar ben ik er veel actiever mee bezig. Inclusief een originele benaming van elke training - ik maak daar zelfs een sport van. Ook binnen de 'klassieke' kern bij Jumbo-Visma komt het op het einde van een rit vaak ter sprake. Dan zoeken we naar een inside joke die de buitenwereld niet begrijpt. 'Het mooiste voorbeeld: eind mei vorig jaar, een lange duurtraining op de Sierra Nevada die we de 'Hongaarse variant' noemden. Een grapje over de fictieve coronavariant die Mike Teunissen misschien had opgelopen in de voorafgaande Ronde van Hongarije, als risicocontact van een andere ploegmaat, die bij zijn thuiskomst positief had getest. Even paniek dus bij ons, want als ook Mike was besmet, dan hadden wij het misschien ook zitten. Dus moesten we met z'n allen vlug een PCR-test doen. In afwachting van de uitslag vonden we die nieuwe variant uit: de Hongaarse. ( lacht) Leuk om in de reacties mensen te zien gissen: waar gaat dit nu over? En dan kunnen we daar de volgende dag mee lachen. 'Die reacties zijn, naarmate mijn prestaties beter werden, de laatste jaren sterk gestegen. Van enkele tientallen na een gewone training tot enkele honderden na een grote zege - sommige diehardfans reageren zelfs élke keer. Soms ook plaatselijke bewoners en wielertoeristen die het tof vinden als je bij hen in de buurt bent gepasseerd. In oktober, tijdens een vakantie in Italië, reageerde zelfs een eigenaar van een pizzeria op een looptocht: dat ik absoluut zijn pizza's moest proberen: 'De beste van de stad!' Dus zijn Sarah en ik een van de volgende dagen eens gaan proeven. Vond die kerel natuurlijk schitterend. ( lacht) 'Strava is zo een perfecte manier om mijn fans een inkijk te geven in wat ik doe als profrenner, hoeveel uren mijn trainingen in beslag nemen. Al geef ik wel niet alles prijs: het aantal kilometers wel, maar niet de specifieke wattages die ik heb getrapt, over de hele rit en in intervalblokken. Dat blijft top secret. ' 'In al die honderden trainingen ben ik al door veel mooie landschappen gereden, met fantastische uitzichten. De voorbije jaren heb ik altijd erg uitgekeken naar de verkenning van de Strade Bianche. Voor mijn eerste deelname in 2018 had ik er geen tijd voor - en in de koers zelf zeker niet. Pas toen ik in 2019 terugkeerde, merkte ik op die witte grindpaden hoe schilderachtig de Toscaanse heuvels zijn. Alsof je in een fictieve wereld rondrijdt, bijna te mooi om waar te zijn. Qua landschap kan weinig dat overtreffen. 'Even indrukwekkend: de Mortirolo, die ik vorige zomer tijdens een stage heb beklommen. Mij aangeraden door enkele collega's: dat je daar op de top een hele tijd over de bergkam kunt rijden, met een fabuleus uitzicht op de vallei. En dat was ook zo. Súper schoon. Dichter bij huis, in Nederland, heb ik onlangs ook de Slingerdreef ontdekt, een breed fietspad van 10 à 15 kilometer dwars door een natuurgebied in de buurt van Chaam en Breda. Toevallig ben ik er opgedraaid, ik was echt onder de indruk. Een beetje te vergelijken met het Prinsenpad in de Kempen, richting Dessel en Mol. Een rustige route door de natuur waar ik al fiets sinds mijn tiende, toen nog met de wielertoeristenclub van Lille. Vanwaar de naam? Weet ik niet. Je passeert het Prinsenpark in Retie, misschien daarom? Of misschien was het ooit een route van een of andere prins uit de middeleeuwen? ( lacht) 'Van die mooie landschappen genieten is een van de mooie kanten van het wielrennen. Ik zoek die ook op, zeker als ik een lange duurtraining uitteken. Doe ik bijzonder graag, via Google Maps en Strava, vooral tijdens een stage in het buitenland, alleen of met een kleinere groep. Volg Wout, de gids! ( lacht) Tijdens de grotere oefenkampen met Jumbo-Visma stippelen de ploegleiders wel meestal het parcours uit, dan kun je niet anders dan in de pas lopen. 'Ik maak daar ook mijn werk van: het moet, in de mate van het mogelijke, altijd een rondje zijn. Twee keer dezelfde weg passeren: not done! Zelfs als ik in België, zonder iets te plannen, een training afwerk, probeer ik altijd vanuit een andere kant richting huis te rijden. Zover als Strava Art ( mooie figuren maken met je afgelegde parcours, nvdr) ga ik wel niet, want dan moet je voortdurend terugkeren, continu zoeken naar de juiste straat. Liever een rit met mooie aaneensluitende wegen, om zo nieuwe omgevingen te ontdekken. 'Omdat ik daar vooraf zo mee bezig geweest ben, moet ik tijdens de rit zelfs amper of niet op mijn gps kijken. Daar links, wat verder rechts: dat zit al in mijn hoofd. En als ik één keer ergens gepasseerd ben, herken ik het de volgende keer ook meteen. Dat oriënteringsvermogen heb ik blijkbaar al van jongs af. Volgens mijn ouders keek ik tijdens een reis met de auto als kleine jongen zelfs al mee op de kaart. 'Mama, we moeten langs daar.'' ( lacht) 'Een nieuwe omgeving ontdekken, daarvoor zijn gravelrides op bredere banden perfect geschikt. Van zodra je de gewone weg verlaat, wordt de wereld een pak groter en soms nog mooier. Zeker in de Kempen, waar ik al elke centimeter asfalt heb gezien. Ook in het buitenland, zeker in de buurt van Girona in Spanje, heb ik al fantastisch mooie routes gedaan. Tijdens zo'n gravelride kan ik úren fietsen zonder dat ik één keer aan de tijd denk, omdat ik helemaal opga in de ontdekking van een nieuw stuk. 'Zoals in de 'Dirty Kanzelled' die ik tijdens de eerste lockdown in 2020 heb gereden. Een initiatief van Laurens ten Dam, die in de VS aan de echte Dirty Kanza had willen deelnemen, tot die werd gecanceld. Samen met crosscollega Daan Soete en ploegmaat Maarten Wynants heb ik toen zowat alle mogelijke onverharde paden van de Kempen opgezocht: ruim elf uur, goed voor 323 kilometer. Zowel qua duur als qua afstand mijn record op de fiets - een héérlijke dag. Soms wordt het ook letterlijk een avontuurlijke tocht, want je rijdt dikwijls verkeerd tijdens zo'n gravelride en dan beland je al eens op privéterrein. Met een vriend heb ik me zelfs ooit vastgereden op een kasteeldomein. Omdat terugkeren via dezelfde weg tegen de regels is, moesten we met de fiets over een grote poort klauteren om er weer uit te raken. Straffe toeren.' ( lacht) 'Een grapje, dat overdrijven. Anderzijds is iets extra's doen ook niet altijd slecht. In dit geval dus een training van zeven en een half uur vanuit Livigno, over onder meer de Gavia en de Mortirolo, met die fameuze bergkam. Een toer waarvan ik wist dat hij te lang zou zijn voor wat er op mijn schema stond. Maar ik vond hem te mooi om hem niet te doen. Wel in het gezelschap van Jasper Stuyven en Jan Bakelants, die op het einde om het halfuur begon te zagen: 'We gaan veel te lang fietsen!' Dus heb ik een beetje gelogen, dat het wel zou meevallen. Anders had Jan misschien afgehaakt. ( lacht) Al was mijn bobijntje na zeven en een half uur ook wel af, hoor. 'Wat die duurtrainingen betreft krijg ik van mijn coach Marc Lamberts wel wat speling. Zelfs om iets meer te doen als ik zin heb. Minder? Dat gebeurt bijna nooit. ( lacht) Marc staat er wel op dat ik mijn blokken volgens de voorgeschreven duur en wattages afwerk. Maar ook dat is geen probleem. Zeker qua duur, want op dat vlak ben ik een perfectionist, soms zelfs een halve autist: x minuten interval en y minuten rust, dat moet kloppen. Het liefst tot op de seconde. Het gaat ver: als ik weer aan een blok moet beginnen en ik fiets op dat moment door een druk centrum, dan doorkruis ik als een halve gek die straten. Belachelijk misschien, maar als dat in mijn hoofd zit, dan móét ik doorrijden. Ik kan dat niet loslaten. ( lacht) 'Daarom probeer ik mijn route wel zo uit te stippelen dat ik niet in zo'n situatie beland. Meestal weet ik perfect, zoals voor een intervaltraining: na zoveel kilometer kan ik op die beklimming een blok van x minuten inlassen, op die helling of op die lange weg kan ik een sprint van een halve minuut trekken, tussen die twee hellingen zit x minuten rust... Veel andere renners denken: aha, het gaat bergop, we gaan eens vlammen. Bij mij is dat perfect gepland - bijna toch. ( lacht) In het Hageland ken ik bijvoorbeeld alle klimtijden van elke helling: de Poggio van Diest, van beneden aan de brug, da's ongeveer een minuut, enzovoort. 'Waar ik fiets, bepaal ik altijd zelf, behalve tijdens grote teamstages. Maar de invulling van mijn trainingsschema - de duur, de blokken - dat is voor mijn trainer. Daarover overleggen we zelden of nooit, want dan begin je compromissen te zoeken. Ik zal alleen terugkoppelen als het praktisch gezien niet in mijn tijdschema past. Marc gaat immers altijd uit van het ideale scenario. Ik vertrouw hem, na bijna tien jaar samenwerken, daarin ook volledig. Soms is hij voorzichtig, maar hij durft me ook te prikkelen, hoor. Met wattages in VO2max-sprints waarvan ik zelfs denk: oei, ga ik dat wel kunnen? En vaak slaag ik daar ook in. Omdat hij perfect weet wat ik kan. Een betere coach zou ik me niet kunnen inbeelden.' 'Van alle trainingen drijft deze nog altijd boven in mijn geheugen als degene waarbij ik het meest heb afgezien. Op stage in Dénia, in Spanje, goed twee weken voor het WK veldrijden 2016 in Heusden-Zolder. Daar was de omloop veranderd: de finale bestond uit een loopstrook, een stuk steil bergop en een laatste deel van twee minuten tot de finish. Niels Albert, toen mijn ploegleider, wilde dat Tim Merlier en ik dat simuleerden. Bij gebrek aan een crossparcours liet hij ons eerst twintig, dertig kniebuigingen doen, om onze benen te doen verzuren. Dan moesten we op de fiets springen, om vervolgens een steile zijkant van de Col de Rates volle bak naar boven te sprinten. Waar Niels klaarstond met de brommer, waarachter we onze inspanning nog twee minuten moesten doortrekken, tot de fictieve eindstreep in Heusden-Zolder. Dat hebben we vijf, zes keer herhaald, tot we letterlijk kotsmisselijk waren. Puur fysiek gezien misschien niet ideaal, maar mentaal gaf het ons wel een boost richting het WK. 'Naar zulke zware trainingen, waarvan je weet dat ze véél pijn zullen doen, kijk ik zeker niet uit. Nog altijd begin ik er met wat tegenzin aan, hopend dat het zo vlug mogelijk voorbij is. De beste manier om daarmee om te gaan is er gewoon invliegen. Zoals ik ooit op Instagram heb gepost, na een lactaattest: the only way around suffering is to go straight through it. Je moet dat hebben, die denkwijze, zelfs die nervositeit. Want als je dat niet hebt, dan kun je jezelf geen pijn doen. Ik heb dat nog steeds, dus... ( lacht) 'Tijdens die intense blokken focus ik vooral op mijn tijd en wattages, niet zozeer op het volgende doel, laat staan een fictieve tegenstander. De pijn doorsta ik door de motivatie om bij elk interval nóg een seconde onder mijn vorige tijd te willen duiken, door nóg wat harder te trappen. Kleine doelen om me te blijven pushen. Omdat ik weet: hier ga ik beter van worden. Op het moment zelf is die pijn niet aangenaam, maar achteraf haal ik er veel voldoening uit.' 'Nog zo'n originele benaming. Voor de hond zijn kloten... ( lacht) Een training de woensdag na de Omloop Het Nieuwsblad en voor de Strade Bianche, het prille begin van de coronapandemie, begin maart 2020. Omdat ik ervan uitging dat alle koersen nog zouden doorgaan, werkte ik nog een laatste zware brommertraining in de Ardennen af, achter de rug van mijn schoonvader Roger. Twee graden, regen... Strontweer. Het werd nog minder leuk toen ik na een interval op de Stockeu op de top al uithijgend op mijn gsm keek: 'Alle koersen afgelast, ook de Strade Bianche.' Een mokerslag. En dan moest ik nog twee uur in de regen terug naar de camionette fietsen, met een moral onder het vriespunt. Nooit hebben twee uren zólang geduurd. De dag erna heb ik zelfs niet getraind. Weg goesting. 'Het meest extreme dat ik qua weersomstandigheden heb meegemaakt? Ook met mijn schoonvader en ook in de Ardennen - veel geluk hebben we ginder nog niet gehad. Een aantal jaar geleden waren we op weg richting Tilff, tot de hemel achter ons zwart werd. Een aankomend onweer. We dachten het voor te blijven, maar werden toch ingehaald door de hagelbollen, zo dik als knikkers. Nooit gezien. Gelukkig konden we schuilen in een bushokje, om daarna in de 'gewone' regen verder te rijden. In Tilff stond het hele centrum echter blank, een zijstraat was zelfs een rivier geworden. En daar reden Roger en ik dwars doorheen. Je zag de verbaasde blikken: welke zotten zijn dat? ( lacht) 'Als prof in België, en zeker als crosser, ben ik natuurlijk wel wat gewoon. Al meer dan eens heb ik een stortvlaag over mij gekregen of werd ik vier uur aan een stuk nat geregend. Dan lijkt het alsof je de enige fietser ter wereld bent. Geen enkele zielsgenoot kom je dan tegen. Zelden blijf ik dan thuis. Mijn training daarvoor aanpassen, ik heb er te veel moeite mee. Pas als het van 's ochtends écht hondenweer is, of te gevaarlijk door ijs of sneeuw, zet ik me toch op de rollen voor een Zwiftsessie. Wel geen zes uur, zoals Primoz Roglic ooit op de Sierra Nevada, toen hij ingesneeuwd was geraakt. Die is helemaal gek op dat vlak. ( lacht) Mijn record staat op vier uur, ver boven mijn op één na langste rollensessie, van twee uur. Wel al enkele jaren geleden, nog voor het Zwifttijdperk. Na dagenlang slecht weer had ik geen zin om nogmaals kou te lijden en dus wilde ik eens testen hoelang ik het op de rollen zou volhouden. Vier uur dus, maar ik was wel naar de kloten, fysiek - volledig gedehydrateerd - én mentaal. Beter word je daar niet van.' 'Tijdens een lange training of een ontspannende rit de dag na een koers, zoals hier na mijn zege in de Strade Bianche, las ik meestal een koffiestop in. Soms met een gebakje erbij, maar dat mag niet altijd. ( lacht) Vaak probeer ik bij het uitstippelen van de route ergens halverwege een goeie koffiebar te zoeken. Desnoods via een ommetje, want zo'n pauze is heerlijk ontspannend. 'Het kan verkeren: toen Daan Soete en ik nog als beloften bij Telenet-Fidea reden, bestelden wij een icetea toen we voor het eerst met de 'grote mannen' op een terras zaten. Zo'n koffiebreak hadden wij nog nooit gedaan. Tot dan stopten wij dikwijls aan een tankstation, voor een cola en een koek. We dronken toen zelfs nog geen koffie, maar Bart Wellens zei meteen: 'Dat zal rap veranderen, je zult het léren drinken.' Wij dachten: je lust dat of je lust dat niet. Tot we het uiteindelijk beu waren om telkens iets anders dan koffie te bestellen. Dus vroegen we toch eens een koffie. En voor we het wisten, waren we verkocht.' ( lacht)