Hannes Obreno: "De Olympische Spelen in Rio de Janeiro zijn het eerste doel. Als ik volgend jaar op het WK in Aiguebelette een topnegenplaats roei, dan ben ik zeker van kwalificatie. Het zal kantje boord worden, maar onlangs werd ik op het WK in Amsterdam achtste en de kans is bijzonder klein dat er plots nieuwe namen opstaan.
...

Hannes Obreno: "De Olympische Spelen in Rio de Janeiro zijn het eerste doel. Als ik volgend jaar op het WK in Aiguebelette een topnegenplaats roei, dan ben ik zeker van kwalificatie. Het zal kantje boord worden, maar onlangs werd ik op het WK in Amsterdam achtste en de kans is bijzonder klein dat er plots nieuwe namen opstaan. "De laatste jaren was mijn progressie spectaculair. Vorig jaar zilver op het WK bij de beloften (tot 23 jaar, nvdr), onlangs vijfde op het EK en achtste op het WK in Amsterdam, waar ik vooraf hoopte op een plaats in de top twaalf. Een opsteker, ook al omdat van de twaalf halvefinalisten alleen de Zwitser Barnabe Delarze jonger was. Een opvallende vaststelling: de skiffeurs die op de voorbije Olympische Spelen finales roeiden en medailles pakten, waren er op het laatste WK nog altijd bij en gaan wellicht door tot Rio. "De nieuwe wereldkampioen, de Tsjech Ondrej Synek, is 32 jaar en won zilver op de Spelen van Peking en Londen, terwijl Mahé Drysdale - de Nieuw-Zeelandse olympisch kampioen van Londen - 36 jaar is en op het WK tweede was. De Duitser Marcel Hacker is zelfs nog een jaar ouder en won, toen ik amper negen was, al brons in Sydney. Een jeugdidool. Het was toch eventjes slikken toen ik al die mannen van dichtbij zag. Stuk voor stuk flinke dertigers, die bovendien zwaarder en groter zijn. Ik weeg momenteel 84 kilogram voor 1m84, er mag dus wel nog wat spiermassa bijkomen. Soms voel ik me een grassprietje." "Maar de tijd speelt in mijn voordeel. Ik kan nog progressie maken, zij wellicht niet. Toen ik op het EK mijn herkansing won en Olaf Tufte, olympisch kampioen in Athene en Peking, daardoor niet naar de halve finale mocht, had ik even het gevoel dat ik mijn excuses moest aanbieden. Mag niet, hé. (lacht) Misschien moet ik wat meer een klootzakje zijn, maar dat zit niet in mijn karakter." "Ik ben beginnen te roeien omdat mijn broer Thijs lid van de Brugse Trim- en Roeiclub was en ik als klein mannetje altijd mee mocht in het motorbootje van de trainer. Ondertussen ben ik toch ook al vijftien jaar bezig. Zoals ieder kind heb ik gevoetbald en was ik met een paar vrienden zelfs een tijdje lid van de plaatselijke krachtbalclub in Dudzele. Niets voor mij... Roeien vond ik wél plezant, al weet ik niet precies waarom. Geen spelelement, altijd dezelfde omgeving, steeds weer die monotone beweging - naar voren en naar achteren - uitvoeren, en al van jongs af drie, vier trainingen per week. In de wintermaanden was het soms doorbijten. In de regen of de kou in een boot stappen is niet altijd even aangenaam. Een aantal jongens haakte in die periode af, ik houd het nog altijd vol. (lacht) "Twee, drie jaar geleden heb ik even getwijfeld omdat ik problemen met mijn gewicht kreeg en naar de zwaargewichten (+72,5 kilogram, nvdr) moest overstappen. 'Heeft het nog zin om verder te doen?' Maar het jaar erna werd ik vierde op het WK voor beloften, vorig jaar tweede. Die uitslagen zeggen toch 'iets', want de meeste gasten die aan de top staan, hebben in het verleden op de WK's voor beloften ook op het podium gestaan. Sommigen toen ze negentien waren, anderen - zoals ik - op latere leeftijd. "Ik voel me een echte skiffeur. In een ploegboot kun je weleens plezier maken met de andere roeiers, maar dan is de kans ook groter dat je je aan elkaar begint te ergeren. En wat moet je op den duur nog tegen elkaar zeggen? Mocht ik in een ploegboot kunnen stappen die internationaal beter zou kunnen presteren dan ik in skiff, dan zou ik dat zeker overwegen, maar momenteel is dat het geval niet. Op de Belgische kampioenschappen won ik de vierkoppel met mijn broer en twee junioren, het jaar ervoor zelfs met drie junioren. Dat zegt alles over het niveau van het roeien in België. Voor de Spelen van 2016 is het nu al te laat om een ploeg te vormen, tegen 2020 is er misschien iets mogelijk met een of twee jongens die nog bij de junioren roeien. "Ik zit graag alleen in mijn bootje. De dagen dat ik geen zin heb om te trainen zijn op één hand te tellen. Vorig jaar is dat me een keer overkomen, maar na twee dagen zat ik al opnieuw op het water. Een keer per jaar, dat mag, hé? Ik ben enorm blij dat ik sinds vorig jaar met Dirk Crois (ex-bondscoach en aan de zijde van Pierre-Marie Deloof zilver op de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984, nvdr) kan samenwerken. Dirk kan mij technisch bijschaven, maar vooral: het is aangenaam dat je tijdens de trainingen van dichtbij gevolgd én soms op de vingers getikt wordt." "Ik studeer momenteel bouwkunde in Oostende, een richting die ik vrij goed met de trainingen kan combineren. Van Bloso kreeg ik een studentencontract, waar ik meer dan tevreden mee ben. Je moet niet roeien om rijk te worden (lacht), want alleen op de Holland Beker in Amsterdam valt er 'iets' te verdienen: 3000 euro voor de winnaar, 1500 voor de tweede en 750 euro voor de derde - voor een roeier zijn dat gigantische bedragen. Vorig jaar werd ik tweede, na de Nederlander Roel Braas en voor Drysdale. "Ik volg in grote lijnen de trainingsschema's van de Oost-Duitser Harald Jährling, die een paar jaar geleden bondscoach was. Want ook dat is hier een probleem: een nieuwe bondscoach brengt meestal ook andere ideeën mee, zodat je bijna elk jaar een andere schema moet volgen. Dat leidt soms tot spanningen met de nationale trainer (de Fransman Dominique Basset, nvdr), maar ik doe waar ik mij het best bij voel én progressie mee maak. En ik probeer nu toch ook een beetje op mijn voeding te letten, want vroeger zei ik geen neen tegen een hamburger." DOOR CHRIS TETAERT - BEELDEN: BELGAIMAGE/DAVID STOCKMAN"Ik zit graag alleen in mijn bootje. De dagen dat ik geen zin heb om te trainen zijn op één hand te tellen."