In Wembley, het voetbalcafé op de Hasseltse Grote Markt, kijkt men verbaasd op bij de vraag of David Paas er al is. "David Paas ? Wie is dat ? Nooit van gehoord." Hoog tijd dat de Limburgse spits nog eens ontploft op een voetbalveld. Dat moet dan maar bij Westerlo, club waar hij nog tot eind volgend seizoen onder contract ligt. Bij Genk had hij, ondanks een tot medio 2004 lopend contract, geen toekomst meer - ook niet als figurant in de tv-soap die loopt op VT4. Bij Westerlo wel, op voorwaarde dan dat hij mee de ploeg uit de degradatiezone weghaalt.
...

In Wembley, het voetbalcafé op de Hasseltse Grote Markt, kijkt men verbaasd op bij de vraag of David Paas er al is. "David Paas ? Wie is dat ? Nooit van gehoord." Hoog tijd dat de Limburgse spits nog eens ontploft op een voetbalveld. Dat moet dan maar bij Westerlo, club waar hij nog tot eind volgend seizoen onder contract ligt. Bij Genk had hij, ondanks een tot medio 2004 lopend contract, geen toekomst meer - ook niet als figurant in de tv-soap die loopt op VT4. Bij Westerlo wel, op voorwaarde dan dat hij mee de ploeg uit de degradatiezone weghaalt. David Paas : Verlies je met Genk ergens een punt, is iedereen ontgoocheld - supporters, trainer, bestuur, spelers. Elk punt dat je met Westerlo haalt, is er één gewonnen. Kwalitatief hebben we een behoorlijk team. Zonder al te veel tegenslagen moeten we een makkelijk seizoen doormaken en blijven we niet in acuut degradatiegevaar. Op dit moment is dat gevaar er wel, de minste tegenslag brengt de ploeg uit balans. Vorig jaar kwamen we met Genk doorgaans op achterstand, maar konden we dat bijna altijd ombuigen in een zege. De mentale weerbaarheid was zo groot dat je er vanuit ging niet te kunnen verliezen. Kregen we een goal binnen, dan wist je : dat zetten we straks even recht. Komen we met Westerlo op achterstand, zie je de twijfel zo in het team sluipen. Toen ik er tekende, verwachtte ik niet dat we voor Europees voetbal zouden gaan, maar evenmin verwachtte ik te moeten knokken tegen de degradatie. Ik heb nog geen enkele wedstrijd zonder inspuiting kunnen spelen. Op de eerste training al raakte ik geblesseerd. De voorbije weken was ik niet geblesseerd genoeg om niet te spelen, maar ook niet fit genoeg om scherp en snel te zijn. Ik heb ook een moeilijk anderhalf jaar achter de rug. Bij Harelbeke kreeg ik volop vertrouwen, wist ik nog voor ik trapte dat die bal binnen ging. Bij Westerlo is dat vertrouwen er terug, want bij Genk kreeg ik het, behalve de eerste maanden, nooit. Ik ben niet het type speler dat in zijn eentje de zaak laat draaien. Ik weet wel dat eens Westerlo beter zal gaan voetballen, ik een meerwaarde beteken voor dit team. Op dit moment zit ik aan zeventig procent van mijn mogelijkheden. Aan de trainer om te beslissen of die zeventig procent volstaan om me een basisplaats te gunnen, dan wel wat te wachten.Als ik dan toch sportief een stap terug moest zetten, wilde ik naar een ploeg waar ik zelf honderd procent achter stond. Daarom zegde ik neen tegen teams waar ik niet zeker was van het financiële plaatje, waar vanalles aan de hand was. Ook tegen buitenlandse teams, waarvoor ik zou moeten verhuizen en mijn vrouw haar job opgeven. Bij Westerlo hoor je nooit klachten over late of niet uitgevoerde betalingen. Hier krijg je de tien euro waar je recht op hebt, moet je niet afwachten of de honderd euro die een ander belooft wel komen. Ik weet nu dat dit inderdaad de plezantste kleedkamer is van België, zoals ik altijd al had gehoord. Ik kan me geen dag herinneren dat hier niet gelachen werd. Toen Jan Ceulemans me belde of ik geïnteresseerd was, heb ik ze in Genk meteen gezegd dat dit me wel interesseerde. De besprekingen gingen héél snel. Het is tenslotte al de derde keer dat Westerlo met mij aan tafel zat. Ceulemans wilde me al toen ik bij Harelbeke zat, en ook vorig jaar. Nee, hij is nog altijd zichzelf. Relativerend als het goed gaat, maar ook wanneer het niet goed gaat. Je ziet dat hij lijdt onder de huidige situatie, bijvoorbeeld aan het feit dat hij een aantal dingen uitprobeert, zoals spelen met een libero, terwijl hij normaal altijd uitgaat van aanvallend voetbal. Wat hij de voorbije weken deed, is tegen zijn natuur. Ik vind het nog altijd een schitterende vent. Als je niet weet wie hij is en je ziet hem voor het eerst, loop je hem evengoed voorbij, dan lijkt hij iemand die nooit in zijn leven iets heeft meegemaakt, zo gewoon doet hij. Terwijl veel trainers die nooit tegen een bal hebben gesjot, zich kunnen aanstellen alsof ze het ABC van het voetbal hebben uitgevonden. Daarom heb ik enorm veel respect gekregen voor de persoon Jan Ceulemans, wat ik vroeger al had voor de voetballer. Schitterend. Maar ik heb het wel gehad bij Genk. Daarom wilde ik ook een contract voor anderhalf jaar bij Westerlo, om na dit seizoen niet hetzelfde mee te maken als de vorige jaren. Ik heb geen zin om hier een half jaar te voetballen met als vooruitzicht dat ik straks voor de derde keer naar de B-kern gestuurd word. Mentaal maakte ik moeilijke tijden mee in Genk. Die rechtszaak woog nog het zwaarst door, men heeft mij er dat nooit vergeven. Terwijl ik alleen maar mijn belangen verdedigde, die van de ene op de andere dag geschaad werden zonder dat ik ook maar één professionele fout had gemaakt. Als je dan gepakt wordt, vind ik het logisch dat ik me verdedig. Ik ben profvoetballer : als je zonder reden van de ene op de andere dag niet meer mee mag trainen, is dat niet correct. Dat klaagde ik aan, al is dat niet evident voor een individu tegen een machtsapparaat.Nog voor de uitspraak stelde Genk een regeling voor, omdat ze beseften dat ze over de hele lijn fout zaten. Genk gaf me waar ik recht op had. Maar de extrasportieve impact van die zaak woog zwaar door. Genk was niet gelukkig met de publiciteit die ermee gepaard ging. Waarschijnlijk hadden ze ook op een makkelijkere tegenstander gehoopt, hadden ze gedacht dat ze mij met die verwijzing naar de B-kern een beetje konden afbluffen, zodat ik de eerste de beste transfermogelijkheid met beide handen zou aangrijpen. Waarschijnlijk heeft mijn strijdlust hen een beetje verrast.Nee. Het probleem is : geld. Sportief heb ik mijn waarde in de kern van Genk, ook nu nog. Na de match met Westerlo op Genk kwamen de meeste Genkse spelers me dat ook zeggen : hadden we jou er nu maar bij gehad. Ik aanvaard dat Dagano en Sonck op dit moment beter zijn. Het zou geen schande geweest zijn om voor hen op de bank te zitten. Maar je wist dat Genk door zijn Europese campagne over het hele seizoen meer dan twee spitsen nodig zou hebben, zodat ik zeker aan bod zou zijn gekomen. Maar het punt is : als bankzitter is David Paas naar Belgische normen een te dure speler. Ook voor een ploeg met het budget van Genk. Dat denk ik niet. Ik hoopte op kansen, maar diep vanbinnen wist ik beter. Genk bekeek het opportunistisch : ze hadden een tijdelijke vervanger voor Dagano nodig en ik was er al. Ze moesten me toch betalen, hadden niemand anders en ik had met de invallers toch al twintig keer gescoord. Ik heb me nooit illusies gemaakt over wat er na de terugkeer van Dagano zou gebeuren met mij. Dan zat Genk gewoon weer met het probleem-Paas.Dat veranderde niets aan mijn situatie. Was het Suzuki niet geweest, dan hadden ze wel Pietje of Jantje gevonden om er een uitleg aan te geven. Weet ik heel zeker. Wist ik op het eind van vorig seizoen al. Toen benadrukte de trainer dat hij heel tevreden was over mijn inzet, maar dat Dagano en Sonck zijn nummers één en twee zouden zijn voor het nieuwe seizoen. Hij zei er ook bij dat Igor De Camargo en Kevin Vandenbergh voor bijkomende concurrentie in de spits zouden zorgen. Daar had ik geen probleem mee : als iemand van zeventien meer brengt voor de ploeg dan ik, kan ik me daar ook bij neerleggen. Maar die indruk had ik nu niet. De voorzitter zei me dat ook : 'verdien jij een appel en een ei, dan ben je er bij, maar het financiële plaatje moet kloppen'. Waarom zou ik dat doen ? Toen ik dat contract tekende, was ik mijn prijs ook waard. Als je twintig keer scoort en je krijgt van drie ploegen meer aangeboden dan wat Genk me wilde geven, denk ik niet dat ik van Genk het onmogelijke heb gevraagd. Het verschil is dat die andere ploegen een groot bedrag bij de transfer zelf wilden betalen, terwijl Genk dat wou spreiden over de maandelijkse betalingen.Geen idee. Ik krijg op mijn rekening waar ik recht op heb. Hoe ze dat onder mekaar hebben afgesproken, is mijn zaak niet.Nee. Ik ben wel slim geworden door het voetbal. Onder meer omdat ik op jonge leeftijd bij Tongeren in het bestuur een paar interessante mensen ontmoette die het goed met mij voorhadden en me sindsdien met raad en daad bijstaan. En me vervolgens introduceerden bij andere interessante mensen die experts zijn op hun domein, fiscaal of juridisch. Die materies interesseren mij ook. Wanneer ik met een club een akkoord bereik, wil ik het ook altijd meteen op papier. De uitleg dat we dat later wel zullen regelen, pakt bij mij niet. Ik heb niet de pretentie om te zeggen dat ik daar een grote verdienste in had. Toen ze me nodig hadden, stond ik er, bracht ik de prestatie die ik moest brengen. Ik denk ook dat ik me in die zes maanden ontzettend positief heb opgesteld, net als in de periode daarvóór. Dat is mijn verdienste in die onverwachte titel. Ik had wel het gevoel dat ik daar tussen had kunnen lopen. Met 6-0 gaan verliezen op Real is toch tien keer mooier dan een doordeweekse competitiematch tegen een kleine Belgische ploeg te winnen met 1-0. Ik genoot van de vooruitgang die Belgisch talent als Sonck, Daerden en Thijs maakten. Ik ben benieuwd naar hun volgende stap na Genk, dan wel of ze Genk naar een nog hoger niveau kunnen tillen. Door die Europese campagne zijn ze volwassener geworden. Ze zijn niet meer zo snel onder de indruk. De groep die vorig jaar op de laatste speeldag kampioen moest worden op Westerlo, was een bange groep. Die zag je ook nog in de tweede helft op Real. De laatste wedstrijden was dat er niet meer bij. Sonck en Skoko nu al, Daerden en Thijs als ze zich zo blijven ontwikkelen. Skoko voelt nu ook van overal het vertrouwen dat hij twee jaar geleden niet had. De honger naar resultaat is ontzettend groot in de kleedkamer. Dat is de verdienste van de trainer, maar ook van de spelers die met hem willen meedenken. De één heeft de ander nodig. Hoe je het ook draait om keert : Vergoossen was nooit een topvoetballer. Van Ceulemans steel je op training met je ogen, bij Vergoossen doe je dat niet. Hij optimaliseert zijn systeem, iedereen weet wat er in die 4-4-2 van hem verwacht wordt. Hoe zijn looplijnen zijn, hoe hij aanspeelbaar moet zijn, waar hij moet inspelen. Wesley is een geval apart. Hij heeft kritiek nodig om nog beter te kunnen presteren. Vergoossen creëert ook perfect het kader om met hem om te gaan. Hij gaat niet lijnrecht tegen hem in : hij geeft hem in eerste instantie gelijk, maar voegt daar achteraf toch zijn kritiek aan toe. Vergoossen zegt : 'ik kan je reactie begrijpen, maar je zou beter zo en zo reageren'. Met die aanpak heeft hij impact op Wes. Wesley kan naar buiten opvliegend overkomen, maar is eigenlijk een jongen van goud met een heel klein hartje. Daarom komen er in de kleedkamer ook nooit problemen na zijn uitlatingen. Omdat je achteraf weet dat het zo niet bedoeld is. Wesley is geen etter, hij weet waar hij naartoe wil.Naar een club waar de trainer hem absoluut wil om te spelen. Niet naar een club waar er drie, vier spitsen zijn en waar hij het zelf maar moet uitzoeken. Wes en Genk maken mekaar sterker, vind ik. Daarom moet Genk absoluut proberen om hem langer aan zich te binden. Je kan niet roepen dat je elk jaar in de topdrie wil eindigen, en aan de andere kant weigeren om ervaren spelers aan te trekken en benadrukken dat de lonen naar omlaag moeten.Ik leer van alle trainers iets. Soms nog meer van een slechte dan van een goeie.Ik vind hem een goeie trainer. Omdat hij de gave heeft om zijn systeem als heel simpel te laten overkomen en het nauwgezet te laten uitvoeren. Verdienstelijk was ook de manier waarop hij vorig jaar de rust bewaarde binnen een jonge groep, die verstoord had kunnen raken door de druk die een ambitieuze voorzitter constant verwoordde. Rust is ook, wanneer het wat minder gaat, de positieve aspecten eruit lichten en wanneer het goed gaat, de mindere punten aanhalen. Daar heb je als speler iets aan. Iemand afkraken na een foute prestatie, daar win je niets mee. Want de volgende week moet je toch weer samen een wedstrijd voorbereiden.Hij staat op zijn leeftijd veel verder dan ik. Misschien ben ik te lang blijven hangen bij Tongeren, waar ik pas op mijn tweeëntwintigste ben vertrokken. Ik heb nu de reputatie een counterspits te zijn, omdat ik zo ben opgeleid : altijd op het randje voetballen en dan snel uitbreken. Pas bij Genk trainde ik in een team dat ervan uitgaat dat het op tien wedstrijden negen keer het meest in balbezit is. Vandaar dat je ze ook zo ziet schrikken als ze tóch eens onder druk komen te staan, omdat ze daar niet op voorbereid zijn. Kom ik op jongere leeftijd bij een dominant voetballende ploeg terecht, dan noemt men mij nu waarschijnlijk geen counterspits. Maar aan achteraf en indien heeft niemand een boodschap. Dat telt niet meer mee. door Geert Foutré'De kleedkamer van Westerlo is inderdaad de plezantste van België.''Wesley is een jongen van goud met een heel klein hartje.'