Een paar maanden geleden was Diego Simeone, de haast tot het heiligdom verheven trainer van Atlético Madrid, te gast in een talkshow. Op een gegeven moment werd hem gevraagd uit een aantal kernwoorden een keuze te maken. Londen of Parijs, lang of kort haar, het klonk allemaal onschuldig. Tot er hem dan plots een delicate vraag werd voorgelegd: Pep Guardiola of José Mourinho? Simeone hoefde over het antwoord geen seconde na te denken: hij koos voor Mourinho.
...

Een paar maanden geleden was Diego Simeone, de haast tot het heiligdom verheven trainer van Atlético Madrid, te gast in een talkshow. Op een gegeven moment werd hem gevraagd uit een aantal kernwoorden een keuze te maken. Londen of Parijs, lang of kort haar, het klonk allemaal onschuldig. Tot er hem dan plots een delicate vraag werd voorgelegd: Pep Guardiola of José Mourinho? Simeone hoefde over het antwoord geen seconde na te denken: hij koos voor Mourinho. Dat soort antwoorden is eigenlijk een belediging want de Portugees werkte in het verleden bij aartsrivaal Real Madrid. Maar de Argentijn kwam ermee weg. Alles wat hij zegt, heeft dezer dagen een sacrale betekenis. Simeone heeft uit Atlético zo'n hecht bolwerk gesmeed dat hij het zich zelfs zou kunnen veroorloven een loge te bezitten in het Bernabéustadion van Real. Zeven kilometer ligt er in Madrid tussen de voetbaltempels van Atlético en Real. Zeven kilometer, maar toch twee werelden. Atlético resideert in een rauw arbeiderskwartier, tussen koude woonblokken, Real in een wijk met chique winkels, banken en ambassades. Real heeft alles wat Atlético mist: glamour, ijdelheid en zelfvertrouwen. Op een meer brutale manier kunnen voetbalculturen niet botsen. Atlético torst ook na de verkoop van verschillende sleutelspelers nog altijd een schuld van 150 miljoen euro met zich mee, Real haalt een veelvoud van dat bedrag, maar kan zich dankzij de steun van de steenrijke en gul bijpassende voorzitter Florentino Pérez de ene financiële escapade na de andere veroorloven. Andere cijfers illustreren de contrasten: 120 miljoen euro budget voor Atlético, 500 miljoen euro voor Real, 47 miljoen euro televisiegelden voor Atlético, 140 miljoen voor Real. Of zoals iemand het kernachtig verwoordde: met het geld van het elftal van Diego Simeone had Real alleen het rechterbeen van Gareth Bale kunnen kopen. Helemaal niets viel er vorig weekend in het straatbeeld van Lissabon van die tegenstellingen te zien. Aanhangers van Real en Atlético stapten in relatieve vrede door de stad. In een deftig visrestaurant, in een van de in de heuvels verscholen buitenwijken, aten ze zelfs broederlijk naast elkaar. Lissabon was voor even uitgegroeid tot een Spaanse vesting, geregisseerd door de UEFA die het anders zo stemmige Praça do Comércio, aan de oevers van de Taag, verminkte door er tenten en een reusachtig scherm op te stellen. Ruim 120.000 Spanjaarden waren naar Lissabon afgereisd, van wie 60.000 zonder ticket. Meer dan 45 miljoen euro zal er extra in de kassa van de Portugese hoofdstad vloeien, al veegt dat de problemen niet weg. Bedelaars, vooral gezeten voor de talrijke kerken van de stad, tonen dat Lissabon ook een wrange kant heeft. Iedere stad heeft zo haar contrasten. En profiteert als de mogelijkheid zich daarvoor aandient. Hotels in Lissabon hadden van de Champions League gebruikgemaakt om hun prijzen te vertienvoudigen, 500 euro voor een simpel driesterrenhotel was geen zeldzaamheid. Wijselijk hadden sommigen, zoals de verslaggever van dit blad, voor een onderkomen in de op 20 kilometer van Lissabon gelegen badplaats Estoril gekozen. Een prachtige treinrit van 35 minuten brengt je naar het bruisende centrum van de metropool. Voor 2,40 euro. Met zeer veel zelfvertrouwen had Atlético de schok met Real afgewacht. Op de afsluitende persconferentie had Simeone op de vraag of zijn ploeg zwakheden heeft, geantwoord dat dit zeker het geval is. "Het komt er alleen op aan die niet te tonen", zei de Argentijn. En toen Thibaut Courtois door het Duitse blad Sport-Bild werd gevraagd of hij de uitstekende schoten van Cristiano Ronaldo niet vreesde, had hij geantwoord: "Ronaldo kan zeer goed naar doel trappen maar ik ben een zeer goede doelman." In schril contrast met zo veel zelfvertrouwen hield Realcoach Carlo Ancelotti zich op de vlakte. De Italiaan is een oase van rust. Als dusdanig probeerde hij ook het voetbal van Real met verfijning te overgieten. Zes maanden lang zocht hij naar de juiste formule, zonder dat er zich binnen de club een probleem voordeed. Ancelotti verstaat de kunst vedetten in hun waarde te laten. Als speler was hij vroeger onzichtbaar, een defensieve middenvelder in dienst van anderen. Als trainer functioneert hij haast op dezelfde manier. Zijn denkbeelden staan haaks op die van Simeone, al wil Real niet altijd het voetbal brengen dat hij voor ogen heeft en kiest het soms voor de counter. Ook daarom werd er niet echt een spektakelstuk verwacht van de confrontatie tussen Real en Atlético. In de bespiegelingen vooraf zat een vreemd cynisme. Zo had bijvoorbeeld Atléticomiddenvelder Tiago tegenover de kwaliteitskrant El Pais met een opmerkelijke openheid verteld dat beide ploegen in het middenveld niets zouden riskeren. Hij verwachtte lange ballen naar voren, in de hoop dat een of andere bal goed viel, hij voorspelde fouten om te provoceren, wat volgens hem zowel de sterkte van Real is als die van Atlético. En met gevoel voor zelfironie zei aanvoerder Gabi: "Als wij de bal krijgen, zullen we die snel teruggeven." Alsof hij de defensieve zekerheid die Simeone in het elftal sleep nog eens wilde accentueren. Uiteindelijk is het voetbal van Simeone vergelijkbaar met dat van een kameleon. Naargelang van de omstandigheden neemt het een andere kleur aan. Dat bleek ook in de finale. Meer dan een uur lang toonde Atlético Madrid waarom het Spaanse kampioen is. Het opereerde als een onwrikbare ketting, met samenhorigheid en technisch vernuft, met een onvoorstelbaar engagement en bij tijd en wijle subtiel samenspel. Real vond amper een gaatje. Tot Atlético zich leek terug te trekken en Real de gelegenheid gaf de wedstrijd in handen te nemen. Het geloof in de dit seizoen zo weinig verschalkte defensie bleek ook in de finale van de Champions League groot. Vooral in de slotfase werden ballen blind weggekegeld, ook al omdat verschillende spelers op hun tandvlees zaten. Op geen enkele manier probeerde Atlético Madrid nog te voetballen. Op anderhalve minuut na werkte die strategie. Toen zorgde de onvolprezen verdediger SergioRamos voor de gelijkmaker. Verdiend gezien het wedstrijdverloop. Geen moment slaagde Atlético Madrid er in de verleningen in een knop om te draaien. Toen Gareth Bale voor de 2-1 zorgde, ging de hele ploeg uit de bol. Alleen Carlo Ancelotti stond roerloos aan de lijn en dronk van een flesje water. Het volksfeest ging verder, Atlético was murw geslagen, fysiek helemaal uitgeteld na een slopend seizoen. Twaalf jaar was het geleden dat Real Madrid nog eens de Europacup had gewonnen. Bijna één miljard euro aan transfersommen werd er sindsdien in de ploeg gepompt. Met de winst in Lissabon bevrijdt de ploeg zich van een hoop frustraties. De ontlading was groot, ook bij Cristiano Ronaldo. Als allereerste had hij de spelersbus verlaten toen de ploeg in de Portugese hoofdstad arriveerde, uitgerekend in zijn thuisland gunde hij niemand een blik. Nu kan hij een indrukwekkende score voorleggen: 252 goals in 246 matchen. Niet dat Ronaldo beslissend was in de finale, maar toen hij op strafschop de vierde maakte, trok hij zijn truitje uit en toonde zijn bloot bovenlichaam. Het was ook voor hem een bevrijding. En, wat voorzitter Florentino Pérez betreft, het begin van een nieuw verguld tijdperk. Titels en bekers veroveren, zo liet hij na afloop horen, zit nu eenmaal verankerd in het DNA van de Koninklijke. Of de club die onder een schuldenberg gebukt gaat nog eens gaat investeren? Het zal af te wachten zijn. Het nieuwe seizoen in Spanje werpt nu al zijn schaduw vooruit. Met Real dat zijn koninklijke status wil terugwinnen, met Atlético dat zich, zoals Diego Simeone benadrukt, verder wil profileren als de tactisch sterkste ploeg ter wereld en vooral met Barcelona dat zichzelf weer moet uitvinden. Dat het in Lissabon tot een fiesta van het Madrileense voetbal kwam, moet nergens zwaarder zijn aangekomen dan in Catalonië. DOOR JACQUES SYS IN LISSABONAncelotti verstaat de kunst vedetten in hun waarde te laten.