Vorige week werd een nieuwe jaargang in de Belgische competitie afgetrapt, al moet die aftrap grondig genuanceerd worden: ondanks de voorbereiding die voor het grootste deel van de clubs al midden juni begon, staan veel eersteklassers en in het bijzonder de topploegen nog voor een berg huiswerk. Op het vlak van uitgaande transfers was er heel wat bedrijvigheid in de Jupiler Pro League, maar kwalitatieve vervangers zijn op de verschillende trainingsvelden nog niet te bespeuren. De beschikbare euro's worden angstvallig in kas gehouden.
...

Vorige week werd een nieuwe jaargang in de Belgische competitie afgetrapt, al moet die aftrap grondig genuanceerd worden: ondanks de voorbereiding die voor het grootste deel van de clubs al midden juni begon, staan veel eersteklassers en in het bijzonder de topploegen nog voor een berg huiswerk. Op het vlak van uitgaande transfers was er heel wat bedrijvigheid in de Jupiler Pro League, maar kwalitatieve vervangers zijn op de verschillende trainingsvelden nog niet te bespeuren. De beschikbare euro's worden angstvallig in kas gehouden. Helemaal onlogisch is dat niet. De transfermarkt is nog bijna een maand open en slaat na Nieuwjaar opnieuw de tenten op. Clubs hebben dus nog tijd genoeg om de noodzakelijke versterkingen binnen te halen. Pas in april, bij het begin van de play-offs, gaat het om de knikkers. Al wat daaraan voorafgaat, is niet meer dan een middelmatige spaghettiwestern. De cowboys kijken elkaar in de ogen in afwachting dat een van hen de trekker overhaalt. Hoewel de houding van de ploegen begrijpelijk is, komt die het algemene niveau van ons voetbal niet ten goede. De waan van de dag regeert, een beleid op lange termijn wordt zeer moeilijk. Voor de trainers is het steeds starten en opnieuw beginnen. Aangezien het zwaartepunt van de competitie er pas over acht maanden staat aan te komen, houden we ons hart vast voor de prestaties van de Belgische teams in Europa. Vroege Europese uitschakelingen of enkele pandoeringen vallen niet uit te sluiten. En dat in tijden waarin de Rode Duivels het tot in de kwartfinales op een WK schoppen. Ziedaar de paradox van het Belgisch voetbal. Het enige voordeel aan de huidige situatie is dat de competitie een pak minder voorspelbaar geworden is. Zodra ze op kruissnelheid komen, zullen de klassieke namen als Anderlecht, Club Brugge en Standard ongetwijfeld de ruggengraat vormen van het titeldebat, maar voorlopig is het nog koffiedik kijken. Waarom dan niet een gokje wagen op AA Gent? De Buffalo's hebben na twee gitzwarte seizoenen, waarin telkens play-off 1 werd gemist en het een komen en gaan van spelers en trainers was, alles in zich om de revelatie bij uitstek te worden. Stilaan lijken de puzzelstukjes in de Oost-Vlaamse hoofdstad op hun plaats te vallen. Met de één jaar oude Ghelamco Arena speelt het team in een stadion dat een voorbeeld is voor elke andere Belgische ploeg en dat de club op termijn financieel en sportief op een hoger niveau kan tillen, en met Hein Vanhaezebrouck is er een coach binnengehaald die bij KV Kortrijk met beperkte middelen uitstekend werk heeft verricht. Na zijn mislukte passage bij Racing Genk zal hij erop gebrand zijn te bewijzen dat hij zijn plaats verdient bij een Belgische topper. In het zog van Van Haezebrouck werd er bovendien verstandig ingekocht. Spelers als Mustapha Oussalah, Sven Kums en David Pollet hebben hun strepen in het voetbal al verdiend en brengen ook een uitstekende mentaliteit mee. Iets waar het de afgelopen tijd in de blauw-witte kleedkamer soms aan ontbrak. Dit AA Gent moet dus zeker in staat zijn bovenaan mee te strijden. Verdere voorspellingen afvuren over het verloop van de competitie zou evenwel om de hierboven reeds vermelde reden zinloos zijn. De enige zekerheid is dat op het einde de Duitsers niet winnen. Al uw reacties en sportgerelateerde zoekertjes zijn welkom bij Sport/Voetbalmagazine, Raketstraat 50 bus 5, 1130 Brussel of via e-mail : sportmagazine@roularta.be. De redactie behoudt zich het recht voor teksten in te korten of te weigeren. De schrijver moet zijn naam en woonplaats vermelden. Thomas Lamm, Edegem