SPELCULTUUR DE WERELDKAMPIOEN VAN DE HOOGSTE PREMIE

Moeilijk in te schatten tot wat de Spanjaarden straks op het WK in staat zijn. In hun kwalificatiegroep moesten ze zich vergenoegen met een tweede plaats achter Servië & Montenegro. Maar in de eerste barragewedstrijd verpletterden ze gelijk Slovakije met 5-1. Die grote schommelingen vinden hun verklaring in het gegeven dat bondscoach Luis Aragonés het juiste spelsysteem nog niet heeft gevonden. Soms, zoals tegen Slovakije, pakt hij uit met drie spitsen. Bij andere gelegenheden kiest hij voor meer voorzichtigheid en voor twee spitsen. Die wisselingen maken het team onzeker, temeer omd...

Moeilijk in te schatten tot wat de Spanjaarden straks op het WK in staat zijn. In hun kwalificatiegroep moesten ze zich vergenoegen met een tweede plaats achter Servië & Montenegro. Maar in de eerste barragewedstrijd verpletterden ze gelijk Slovakije met 5-1. Die grote schommelingen vinden hun verklaring in het gegeven dat bondscoach Luis Aragonés het juiste spelsysteem nog niet heeft gevonden. Soms, zoals tegen Slovakije, pakt hij uit met drie spitsen. Bij andere gelegenheden kiest hij voor meer voorzichtigheid en voor twee spitsen. Die wisselingen maken het team onzeker, temeer omdat de Spanjaarden op het veld een echte leider missen. De sterkte van de Selección ligt in de creativiteit van de opbouw. Xabi Alonso en David Albelda laten de bal vlot circuleren en reiken de aanvallers veel kansen aan, maar die worden te vaak onbenut gelaten. Spanje is er voor de achtste keer bij op de eindronde van een WK. Telkens wordt het op zijn minst tot de subfavorieten gerekend, al stootte het nooit verder door dan de kwartfinale. Hoe groot de honger naar een wereldtitel is, bewijst de premie die de Spaanse voetbalbond in het vooruitzicht stelt : elke Spaanse speler zou dan 570.000 euro vangen. Dat is, voor zover bekend, het hoogste bedrag per speler dat op een wereldtitel wordt geplakt. Maar alleen zo vallen de Spanjaarden voor hun nationale ploeg te motiveren. Clubs als Real Madrid en Barcelona gelden als de beste ter wereld. Daarbij vergeleken hinkt de Spaanse nationale ploeg achterop.Nadat Luis Aragonés de Spaanse nationale ploeg werd toevertrouwd - kort na het EK van 2004 in Spanje -, zakte de gemiddelde leeftijd van de spelers naar 24 jaar. Het handelsmerk van Aragonés als clubtrainer was : de degradatie vermijden. Onder zijn leiding verloor Spanje nog geen enkele wedstrijd maar dat belet de Spaanse pers niet te schrijven dat Spanje zich niet dankzij maar ondanks zijn bondscoach kon kwalificeren voor het WK. Aragonés kreeg ook kritiek toen hij zijn spits José Antonio Reyes, die bij Arsenal speelt, op een trainingskamp aanraadde om te bewijzen dat hij beter was dan - quote - "die schijtneger". Bedoeld was : Thierry Henry. Maar de microfoons van een televisieteam luisterden mee en in Spanje werd geëist dat Aragonés zijn ontslag nam. De verontschuldiging van de bondscoach luidde : "Ik wilde alleen maar mijn speler motiveren." Soms zijn cijfers superlatieven en bij Raúl is dat het geval. In de Primera División telt hij 180 doelpunten. En in de Champions League 51 - niemand doet beter. Met Real Madrid werd hij vier keer kampioen van Spanje en won hij drie keer de Champions League. Hij verdient 6 miljoen euro per jaar. Voor de Spaanse nationale ploeg werd hij 92 keer geselecteerd en scoorde hij 42 keer, ook dat is een record. Nooit debuteerde een jongere voetballer bij Real Madrid : vandaar dat velen de vergissing maken om Raúl als een veteraan te zien, terwijl hij nog altijd maar 28 jaar is. Raúl verenigt techniek met spelintelligentie en koelbloedigheid. Het liefst opereert hij als hangende spits.