Spannend, hé. Je struikelt in alle commentaren bij wedstrijden uit play-off 1 om de haverklap over het woord. Logisch, want behalve dat het spannend is, valt er over al te veel duels weinig te vertellen.
...

Spannend, hé. Je struikelt in alle commentaren bij wedstrijden uit play-off 1 om de haverklap over het woord. Logisch, want behalve dat het spannend is, valt er over al te veel duels weinig te vertellen. Hoewel, de vraag is of het echt wel spannend is. De titelrace lijkt immers een koers tussen vier ezels die niet echt vooruit willen. Er hangt een wortel van zo'n vijftien miljoen euro (van de Champions League) voor hun neus, maar de dieren zijn niet vooruit te branden. Waarom zouden wij ons dan druk moeten maken over wie er kampioen wordt? Veel matchen worden spannend genoemd omdat het lang 0-0 blijft, maar een wielerkoers is toch niet spannend omdat het peloton tot vlak voor de streep samenblijft? Twee teams die met dichtgeknepen billen spelen om niet te verliezen en keepers die zogoed als werkloos blijven, sinds wanneer is dat spannend? Echt spannend is het als de partij over en weer golft en er ieder moment aan een van de twee doelen een goal kan vallen. Dat soort wedstrijden was de voorbije weken echter even schaars als foutloze scheidsrechters. De voorstanders van de play-offs (tijdens de reguliere competitie vaak criticasters van het systeem, maar sinds wanneer mogen journalisten en analisten niet elke dag zichzelf tegenspreken?) kirren dezer dagen van de pret. "Kijk eens naar Frankrijk, Italië en Duitsland," klinkt het dan, "maar bij ons: spannend, hé." Mijn oren. In Engeland en Spanje is het ook spannend, maar dat komt niet in hun kraam te pas. Deze heerlijke spanning danken we aan de onvolprezen play-offs. Terwijl alleen de waardeverhoudingen tussen de teams bepalen hoe onzeker de afloop van een competitie is, niet de format. Nee, volgens sommige nieuwlichters hebben we alles te danken aan de halvering van de punten. Leve de kunstmatige spanning. Ook als die de reguliere competitie devalueert tot een eindeloze inleiding, het zwaartepunt van het voetbalseizoen vernauwt tot de maanden april en mei en het belang van de laatste tien wedstrijden zo oppookt dat trainers constant over de rooie gaan en elke scheidsrechterlijke vergissing tot halszaak wordt uitgeroepen. Dat het spannend is in de Jupiler League, heeft alles te maken met de nivellering die nu al enkele jaren aan de gang is aan de top van ons voetbal. Niemand steekt er nog boven uit. Geen club, geen speler. Het angstzweet breekt me uit als ik eraan denk dat er straks een formulier voor de Gouden Schoen moet worden ingevuld. Al decennia levert elke jaargang een verrassing op. Ieder keer weer is er een kleinere club die lange tijd in de kopgroep meedraait. De laatste campagnes zijn echter zo voorspelbaar als het resultaat van de strafschoppen van Anderlecht. Het is echt niet logisch dat Lokeren en Zulte Waregem, clubs met budgetten die een kwart en zelfs minder bedragen van de topclubs, nu al enkele seizoenen meedoen met de grote jongens. Straffer nog: de meeste waarnemers zijn van oordeel dat deze twee ploegen het betere voetbal brengen. En dat terwijl Zulte Waregem toch ook verscheidene smaakmakers moest laten vertrekken. Moeten we dus blij zijn met deze alom bewierookte spanning? Absoluut niet. Weg met de opgelegde zenuwachtigheid van de play-offs, die spelers en scheidsrechters verlamt, voortdurend tot fricties tussen de clubs en tussen de clubs en de bond leidt en het slechtste in onze trainers bovenhaalt. Meer topwedstrijden zouden onze ploegen en spelers beter moeten maken, maar het positieve effect van de verdubbeling van het aantal toppers gaat volledig verloren in dit enerverende slot. Het heeft onze clubs ook Europees nog geen stap vooruit geholpen. Integendeel. Wie straks ook de Champions League of de Europa League intrekt, opzienbarende resultaten moeten niet worden verwacht. Wie spanning wil, gaat beter naar een casino. Wij willen voetbal zien en dat is veel meer dan spanning. Combinaties, technische hoogstandjes, doelpunten. En laat maar een of twee ploegen er gerust wat boven uitsteken, zodat ze hopelijk ook in Europa weer voor wat spanning kunnen zorgen. DOOR FRANÇOIS COLINDe titelstrijd lijkt een koers tussen vier ezels die niet echt vooruit willen.