Op zijn allereerste werkdag als trainer van Sporting Lokeren ging Franky Van der Elst met zijn spelers een partijtje paintball spelen. In een geforceerde poging om de groepssfeer aan te halen was dat vooraf door Paul Put zo voorzien en Van der Elst, die nochtans niet houdt van dat soort opgeklopte toestanden, wilde dat niet veranderen. De foto's van het in commando verklede en met verf spuitende gezelschap van Lokeren werden in de media breed uitgesmeerd. Dat soort randverschijnselen haalt het tegenwoordig steeds gemakkelijker op het voetbal op zich. Paul Put kan erover meepraten. De intussen van zijn voetstuk gedonderde kroonprins ondervond het eerder toen hij liet horen op wedstrijddagen kaarsen te branden en eraan toevoegde bij een overwinning te voet naar Scherpenheuvel te willen gaan. Dat zijn niet bijster gelukkige uitspraken maar op ...

Op zijn allereerste werkdag als trainer van Sporting Lokeren ging Franky Van der Elst met zijn spelers een partijtje paintball spelen. In een geforceerde poging om de groepssfeer aan te halen was dat vooraf door Paul Put zo voorzien en Van der Elst, die nochtans niet houdt van dat soort opgeklopte toestanden, wilde dat niet veranderen. De foto's van het in commando verklede en met verf spuitende gezelschap van Lokeren werden in de media breed uitgesmeerd. Dat soort randverschijnselen haalt het tegenwoordig steeds gemakkelijker op het voetbal op zich. Paul Put kan erover meepraten. De intussen van zijn voetstuk gedonderde kroonprins ondervond het eerder toen hij liet horen op wedstrijddagen kaarsen te branden en eraan toevoegde bij een overwinning te voet naar Scherpenheuvel te willen gaan. Dat zijn niet bijster gelukkige uitspraken maar op Sportweekend, het zondagse programma van de VRT waarin entertainment kennelijk moet primeren op de sport, mocht hij dat allemaal nog eens komen uitleggen. Om een en andere kracht bij te zetten stak Put in de studio een kaars aan. Waarover gaat het tegenwoordig eigenlijk nog ? Hoe gekker een trainer doet, hoe gemakkelijker hij opvalt. De heren lijken er zich goed bewust van te zijn. Doy Perazic, de nieuwe sportieve baas van Antwerp, liet de spelers op een gegeven moment met tennisballen trainen. In plaats van hardop te beginnen lachen kwam het bericht bloedserieus in de kranten. En Sergio Brio, de in Bergen aangespoelde Italiaan, gaat de voetballers leren wat ze wel en niet mogen eten. Over dat gegeven wordt er meer gepalaverd dan over de voetbalinzichten van deze ex-voetballer van Juventus Turijn. Trainers mogen tegenwoordig wat dan ook vertellen zonder dat iemand hen op de vingers tikt. Henk Houwaart, die een paar weken geleden op een wel heel erg gênante manier jankte dat hij nergens meer aan de bak kwam en intussen bij Sporting West tekende, vindt dat hij beter had verdiend. Dat is leuk om horen voor de bestuursleden van deze tweedeklasser. Houwaart wilde op vraag van een krant ook nog een paar tips geven aan de bij Lokeren ontslagen Paul Put : die moest zeker een aantal wedstrijden gaan bekijken in tweede klasse. Want daarvoor had hij, Houwaart, als analist van een krant te weinig tijd gevonden. Waarmee hij zijn nieuwe werkgever duidelijk maakte weinig te weten van de reeks waarin hij aan het werk gaat. Maar geen mens die daarom maalt. Verbazend eigenlijk dat iemand als Franky Van der Elst in de gegeven omstandigheden nog aan de bak komt. Van der Elst is als trainer dezelfde gebleven dan als voetballer : de apostel van de eenvoud. Hij verrichtte in vier jaar tijd bij Germinal Beerschot geen overweldigend werk, hij predikte geen revolutionaire ideeën, maar hij deed het ook niet slecht. Zeldzaam waren niettemin de voetballers die zijn trainingsaanpak roemden, al hoeft dat geen criterium te zijn : de ene trainer instrueert zijn spelers wat dat betreft al wat beter dan de andere. Van der Elst heeft het nooit nodig gevonden spelers te vragen hem te bewieroken. Hij deed zijn werk en ging naar huis. Dat leverde hem het imago op lui te zijn. Bij Lokeren krijgt Van der Elst de kans zich weer te profileren. Daar is meer voor nodig dan een 2-0-zege tegen Club Brugge. Want de omstandigheden op Daknam blijven heel moeilijk. Trainers zijn meer dan ooit speelballen in de handen van het bestuur. Ze moeten zich plooien want ze worden aangezien als overgangsfiguren. Ook aan de top. Hugo Broos deed daar vorige week een opmerkelijke uitspraak over. Hij wilde best bij Anderlecht blijven. Maar dan wel (mee) op voorwaarde dat er geen compromissen meer worden gedaan qua coaching. Waarmee Broos bekende dat hij inmenging had geduld. Het overaanbod aan trainers zorgt voor andere normen. Het lijfsbehoud staat voorop. Anders dreigt het stempellokaal. En in het beste geval een bij-job als analist. Hoewel : ook daar worden de plaatsen dun. Voor de topper tussen Anderlecht en Club Brugge waren er een paar weken geleden haast meer analisten in de perskamer dan journalisten. Een onrustwekkende ontwikkeling maar ook hier is er sprake van andere waarden. Een aantal analisten, die op wedstrijden de plaats innemen van journalisten, verbaast er zich over dat ze zo moeilijk aan een perskaart geraken. Intussen grabbelen sommigen naar hartelust uit de doos van de dooddoeners. Want ooit willen ze natuurlijk weer aan het werk. Als trainer welteverstaan. door Jacques SysWaarover gaat het eigenlijk nog ?