Soms komt hij thuis en werpt zijn vriendin hem een 'Wat heb je nú weer gezegd ?' voor de voeten, nadat ze een blik in de krant of op teletekst heeft geworpen. Tristan Peersman wordt het een beetje beu om de haverklap met zijn eigen woorden te worden geconfronteerd - of met wat ervan wordt gemaakt. "Ik ben daar niet gelukkig mee. Dus is het beter dat ik zwijg. Misschien ben ik een beetje naïef geweest." Liever gaf hij dus geen interview, maar zie : twee uur later staat het bandje vol.
...

Soms komt hij thuis en werpt zijn vriendin hem een 'Wat heb je nú weer gezegd ?' voor de voeten, nadat ze een blik in de krant of op teletekst heeft geworpen. Tristan Peersman wordt het een beetje beu om de haverklap met zijn eigen woorden te worden geconfronteerd - of met wat ervan wordt gemaakt. "Ik ben daar niet gelukkig mee. Dus is het beter dat ik zwijg. Misschien ben ik een beetje naïef geweest." Liever gaf hij dus geen interview, maar zie : twee uur later staat het bandje vol. Tristan Peersman : "Ik probeer altijd de waarheid te zeggen, de dingen zoals ik ze denk. Blijkbaar wordt dat niet altijd geapprecieerd. Soms botst het. Journalisten maken er een ander verhaal van dan ik verteld heb. Mensen vinden het ook nodig om daar achteraf commentaar op te geven. Dan is het beter dat ik niks meer zeg. Dan heb ik nergens meer last van." "Dat is wat jij gelezen hebt.""Ik heb het op een andere maniér gezegd : ik heb gezegd dat er zaken waren, manieren van doen, waarin ik mij niet kon vinden. En dat als het er toch zo aan toe moet gaan, ik er beter mee kan stoppen. Dat is niet zeggen dat ik er ook mee gá stoppen. Er zijn zaken gebeurd die ik hier niet kan vertellen. ( Zwijgt.) Ik heb alleen duidelijk willen maken dat ik mij daar niet in kon vinden." "Ik denk het wel, spijtig genoeg.""In die zin dat het niet is overgekomen zoals ik het had gewild. Misschien omdat ik er te weinig over kon of wilde zeggen, waardoor het wél goed zou zijn overgekomen. Ik kan hier echt niet verder op ingaan. Ik stel voor dat je een andere vraag stelt ( lacht)." "Toen ik het zelf las en me in de plaats stelde van iemand die niet weet wat er binnenskamers gebeurt, dacht ik ook : het is een beetje overdreven. Alleen : ik wéét wat er is gebeurd. Dat maakt het anders.""Nee, helemaal niet. Ik heb een paar keer in de krant moeten lezen dat ik me afzonderde van de groep. Daar word ik ziek van : ik heb een heel goed contact met de groep.""Ik kan niet spreken voor andere mensen. Ieder moet voor zichzelf voor de spiegel gaan staan. Maar omdat niet iedereen de hele historie kent, denk ik nu : ik had beter gezwegen. Dus, bij deze : ik was verkeerd ( lacht)." "( Zonder aarzelen.) Nee." "Ik vond gewoon dat ik gelijk had. Is dat impulsief ? Dat voorval met die scheidsrechter was trouwens iets anders. Borkelmans was weer tussen de lijnen gekomen zonder toestemming, waarna hij scoorde. We stonden met vijf, zes man rond de scheidsrechter, in het tumult krijg ik een duw in mijn rug, ik val voorover en bots tegen hem aan, maar hij zei dat ik hem had geduwd. Ben ik dan impulsief ?" " René Cool was keeperstrainer bij Beveren. Hoeveel miljoenen heeft die man niet opgebracht voor de club, aan keeperstransfers alleen ? Peter Maes, Geert De Vlieger, Erwin Lemmens, ik : honderd miljoen frank ? Méér ? En dan komt er van de ene op de andere dag een trainer die zegt : 'Sorry, met u kan ik niet werken : ontslagen !' Ik was elf jaar toen ik bij Beveren begon. Van mijn vijftien jaar tot in de eerste ploeg heeft René mij opgeleid, ik heb veel aan hem te danken. In mijn ogen werd hij ten onrechte ontslagen. Daar heb ik op gereageerd. Dat was niet impulsief, noch in mijn eigen belang : ik heb gewoon iemand willen helpen." "( Verbaasd.) Nee. Ik heb mijn revalidatie uitsluitend op de club gedaan. Ik heb hier toch een keeperstrainer ?" "Omdat je een grote verantwoordelijkheid hebt als laatste man van de ploeg. Geen enkele doelman heeft concurrentie nodig om zich daar bewust van te zijn. Door die concurrentie krijg je extra druk.""Dat hangt ervan af hoe je ermee omgaat.""Nee. Ik denk dat Daniel ( Zitka, nvdr) en ik elkaar ongeveer waard zijn. Het is geen gemakkelijke situatie, er is niet echt een nummer één." "Goed, echt waar. Als mens kom ik goed overeen met Daniel. Hij heeft een goed karakter en ik ook - als mens toch, want er is een verschil tussen de mens en de topsporter. In het dagelijkse leven zouden wij goede vrienden kunnen zijn. Door de situatie hier op Anderlecht is het natuurlijk anders.""Wat ben jij dan voor een slecht mens ! ( Lacht hard.) Ik denk zo niet. Ik ben zelf lang geblesseerd geweest, dus ik wens niemand een blessure toe." "Waarom zou ik ? Ik zou het heel erg vinden als iemand anders het mij zou toewensen. Ik vind het niet gezond om zo te denken. Tenslotte zijn we hier allemaal voor hetzelfde doel : kampioen spelen en zo ver mogelijk komen in de Champions League.""Ik denk niet dat dat verkeerd is.""Dan citeer ik onze trainer, die zegt dat hij over twee evenwaardige keepers beschikt. Als ik na zestien matchen een evenwaardige keeper ben als Zitka... Dat heb ík toch niet gezegd ? Trouwens, wanneer heb je recht van spreken ? Ik was drie jaar geblesseerd. Dat is niemands fout, maar daardoor heb ik inderdaad niet veel gespeeld.""Nee. Omdat ik ervaren heb dat de helft van wat geschreven wordt, niet juist is. Daar hecht ik dus weinig belang aan. Wat ik wel erg vind, is dat de mensen die het lezen, het ook blindelings geloven. Maar dat is iets anders dan denken : ik kan niks meer.""Commentaar van mijn ouders. Van mensen die het goed met mij voorhebben. Ik ben groot geworden met de kritiek van mijn vader. In die acht jaar bij Beveren, van mijn twaalf tot twintig jaar, heb ik in zijn ogen, denk ik, één goede wedstrijd gespeeld ( lacht). Ik heb dus leren leven met kritiek." "Ja. Vooral na de wedstrijd in Charleroi. Dat was een pijnlijk moment, daar heb ik wakker van gelegen omdat mensen er een verkeerd beeld door krijgen van mij.""Ja, waarschijnlijk wel. Ik moet deze club erg dankbaar zijn. Dat weten ze ook allemaal : meneer Verschueren, me-neer Van Holsbeeck, meneer Collin, de voorzitter. Anderlecht was het beste wat mij toen kon overkomen. Natuurlijk heb ik hier ook moeilijke momenten gekend. Drie jaar geblesseerd zijn : dat is mentaal enorm moeilijk, of je nu bij Anderlecht zit of ergens anders. Maar het klopt dat ik bij Anderlecht een grotere zekerheid had dat alles weer in orde kwam. Qua medische begeleiding staat deze club toch een streepje voor op de andere clubs, denk ik." "Niemand weet wat ik in die drie jaar heb meegemaakt. Mensen beseffen niet hoe hard ik aan mijn terugkeer heb moeten werken. Anders kom je nooit terug als je drie jaar niet hebt gevoetbald. Het is dus gemakkelijk praten : dan was hij geen profvoetballer meer geweest. Ik heb er zélf alles aan gedaan om profvoetballer te blijven." "Professioneel. Hij is de trainer. Hij neemt de beslissingen en ik kan me voorstellen dat dat bij Anderlecht niet zo gemakkelijk is. Hij heeft het niet altijd gemakkelijk gehad, maar heeft het wel altijd goed opgelost. Ik heb daar respect voor.""Nee, dat is een trainerskeuze. Maar dat wil niet zeggen dat ik er gelukkig mee moet zijn.""Geen commentaar.""Het is móói. Ik doe mijn job graag, ik ben graag bij Anderlecht. Dit is mijn vijfde jaar hier : ik ken ondertussen het reilen en zeilen in de club.""Weet ik niet. Mijn contract loopt af in 2006. Normaal zouden we praten in oktober - nu dus ongeveer.""Dat weet ik niet. Als zelfs de trainer het antwoord niet kent, hoe ik dan ?""Ik probeer me op mezelf te concentreren. Ik hou me niet bezig met de vraag : heeft Kompany zijn schoenen geknoopt of niet als hij het veld opstapt ? Vincent is een speciale gast met enorm veel kwaliteiten. Ik vind : laat hem met rust. Er wordt een beeld van die jongen gecreëerd dat hij hautain is, maar dat is hij helemáál niet." "Helemaal niet, en zeker niet met de mens Pfaff. Als ik De Pfaffs zie op tv, heb ik veel respect. Ik zou het zelf niet kunnen : mijn hele leven laten filmen, tot op het toilet toe. Maar als ik hem als vader, als grootvader, als mens bezig zie, dan heb ik groot respect. En als keeper is het respect nog groter. Vooral in Beveren hadden ze het moeilijk met dat interview." "Ik had er meer dan één. Ik ben in de goal gaan staan door Jean-Marie, daarna kwam Michel Preud'homme en ik had ook heel veel bewondering voor Peter Schmeichel, vooral wegens zijn uitstraling. Hij was niet de technische keeper, maar had wel dikwijls de bal." "Gôh, meer een technische stijl. Als ik niet minstens gelijk met de aanvaller op de bal kan zijn, vind ik het absurd om tegen de grond te gaan. Je brengt een speler meer in de problemen door lang te wachten. Verder zie ik niet genoeg van mezelf om er een stijl op te plakken.""Tijden zijn niet te vergelijken. In de tijd van Piot en Pfaff kon je nog zeggen : de bal komt, ik zie hem, ik vang hem. Maar nu ? Dat schot op het einde tegen Spanje : viér keer heb ik mijn vuisten moeten verplaatsen voor ik de bal erop kreeg. En dan nog vloog hij achter mij. Die bal was dus vier keer van richting veranderd ! Hij komt ook twee keer zo snel als vroeger. Toen had je nog de tijd om een sprongetje te maken alvorens hem klemvast te pakken. Nu keep je zuiver op reflex. Ik denk dat Preud'homme die overschakeling naar de nieuwe ballen nog net heeft meegemaakt. Nu heb je weer die Roteiro, waarmee we ook in Spanje speelden : een echte ramp ! Vreselijk. Keepen is niet meer hetzelfde vak als vroeger : het is moeilijker nu." "Dat veld was een soort zandbak : veel grind, met kleine steentjes, waarop de bal echt afremde. Toen we na de opwarming binnen waren, hebben die Spanjaarden het vlak voor de wedstrijd nog besproeid. Ik wist dat niet. Niemand had ons dat verteld, ik heb het pas na de wedstrijd vernomen. Bij die fase was het zelfs mijn bedoeling om de bal búiten de backlijn weg te koppen. Maar hij raakte de grond en kwam bijna uit aan de cornervlag. Als ik een fout maak, ben ik de eerste om het toe te geven. De rest van mijn match was in orde volgens mij. Als anderen hun beoordeling laten afhangen van die eerste dertig seconden : oké, van mij mag dat. Maar ik zie het anders.""Vooral rustgevend. Als ik thuis met de kleine bezig ben, denk ik nog weinig aan voetbal. Vroeger was het : voetbal, voetbal, voetbal. Nu is er iets anders in de plaats gekomen, dat mij ook nodig heeft.""Ik hoop : een betere papa. Maar mijn vaderschap is nog jong, de moeilijkste dingen moeten nog komen. Op vier maanden ben je nog geen goede papa, denk ik."door Jan Hauspie'Daniel heeft een goed karakter, ik ook. In het dagelijkse leven zouden wij goede vrienden kunnen zijn.''Ik hou me niet bezig met de vraag : heeft Kompany zijn schoenen geknoopt ? Ik vind : laat hem met rust.'