Neen, op de eerste toog van Geraardsbergen hebben ze vorige week Rudi Cossey niet gezien. Hij was nochtans meegevraagd door vrienden, maar twee dagen na de zege tegen Club Brugge vond hij rondhangen in de cafés van zijn woonplaats iets te gewaagd. "Er wonen te veel Clubsupporters in de buurt." En op het Belgisch kampioenschap halve marathon in augustus zullen we hem ook niet zien. Althans, zeker niet aan de start in de buurt van de bekende Muur. Tien jaar geleden moest hij na twee knieoperaties stoppen met voetballen en met dat gewricht kwam het nooit meer goed. "Vijf minuutjes lopen en ik moet stoppen. Maar dat is allemaal niet zo erg, ik steek genoeg tijd in het voetbal hier."
...

Neen, op de eerste toog van Geraardsbergen hebben ze vorige week Rudi Cossey niet gezien. Hij was nochtans meegevraagd door vrienden, maar twee dagen na de zege tegen Club Brugge vond hij rondhangen in de cafés van zijn woonplaats iets te gewaagd. "Er wonen te veel Clubsupporters in de buurt." En op het Belgisch kampioenschap halve marathon in augustus zullen we hem ook niet zien. Althans, zeker niet aan de start in de buurt van de bekende Muur. Tien jaar geleden moest hij na twee knieoperaties stoppen met voetballen en met dat gewricht kwam het nooit meer goed. "Vijf minuutjes lopen en ik moet stoppen. Maar dat is allemaal niet zo erg, ik steek genoeg tijd in het voetbal hier." De laatste weken meer dan ooit, want na het afhaken van Aimé Anthuenis is hij tot het einde van het seizoen hoofdcoach. Eindelijk ? Cossey : "Toen ik begon als assistent was ik veel ambitieuzer dan nu. Ik trainde in het begin de beloften en op één jaar tijd stroomden er vier, vijf jongens naar de A-kern door. De jonge DeBeule kwam kijken, ik kon twee keer per dag trainen, had de zaken conditioneel op een rijtje, alles liep perfect. Leiding geven lag me, destijds ook als speler. Ik wist dat ik niet veel kon, allez, ik wist waar mijn beperkingen lagen en kon me daardoor goed staande houden, zelfs bij Club Brugge. Van dat soort spelers hebben ze er nu te weinig, vind ik. Jongens die anderen corrigeren en het hen makkelijker maken." In 1997 mocht hij na het ontslag van Fi Van Hoof één wedstrijd coachen : de match tegen Genk, die Lokeren met 1-5 verloor. Willy Reynders werd vervolgens hoofdcoach. Wilde hij dan al die rol ? Cossey : "Neen. Ik was ambitieus, maar niet ambitieus genoeg om die job dan al te willen. Dat zou iets te snel zijn geweest. De doelstelling was wel om op termijn, na het halen van diploma's, door te groeien. Maar met de jaren verminderde die ambitie, en toen het halen van het Pro Licencediploma verplicht werd om hoofdtrainer te kunnen worden, begon ik me net goed te voelen in de rol van assistent. Werken in de schaduw, minder druk, andere manier van werken et cetera." Zo schikt een mens zich in zijn rol. En krijgt hij van zijn voorzitter het etiket van ideale assistent. Een trouwe luitenant, geen potenzager. Niet alleen zijn ambitie, maar ook zijn visie leerde hij bijstellen. Cossey : "Aanvankelijk ging ik mee met de trend van die tijd, dat we meer aanvallend voetbal moesten brengen. Meer uitgaan van eigen kwaliteiten, drie spitsen. Streven naar een winnersmentaliteit op training, heel veel belang hechten aan het conditionele aspect. Ik zag dat vooral opgebouwd door lange duurlopen, ik was niet zo opgetogen met dat kortere werk. Bij mij was er bij wijze van spreken alleen sprake van een bos in dat opzicht. Daar kon je het beste, in een andere sfeer, conditie opbouwen. ( glimlacht) Vond ik. Tot Willy Reynders kwam..." Die gooide het over een andere boeg : veel meer gestructureerd, vanuit een organisatie, en met een duidelijke doelstelling. Cossey : "Wil je druk zetten op de helft van de tegenstander, dan moet je ervoor zorgen dat spelers via oefenstof oplossingen leren zoeken op de korte ruimte. Daarom zijn we beginnen werken met korte spelvormen, en dat werkte, ontdekte ik. Toen zag ik in dat je als speler wel een zekere bagage meeneemt, maar nooit zo ver denkt als een trainer. Over het waarom van een oefening. Een speler vindt dat hij goed getraind heeft als hij zich geamuseerd heeft. Maar het gaat allemaal veel verder."Na Reynders kwam Georges Leekens, zijn ex-trainer bij Club Brugge. Cossey : "Ik merkte dat hij dezelfde man was gebleven, ontdekte weer die mentaliteit, de vechtlust van vroeger, voetballend vanuit een organisatie. De kop ervoor. Korte oefenstonden, veel hetzelfde, maar altijd met maximale inzet. Van hem heb ik ook geleerd altijd heel goed geordend te werken. Na een vergadering alles op papier zetten, ondertekend en met de datum erop, zodat je jezelf altijd kan indekken." Steeds op dezelfde dingen werken kan ook nefast zijn. Zo verbaasde Chris Janssens tijdens ene Willem II-Roda JC eigen ploegmaats én tegenstander door alle vrije trappen van Roda goed te raden en weg te koppen. Alsof hij een magneet in het hoofd had. Zijn geheim ? Bleek dat Leekens dezelfde signalen en versies gebruikte als diegene die Janssens destijds in Lokeren onder hem inoefende. Cossey lacht. "Ik hou van iedere trainer en iedere ploeg de standaardsituaties bij en je zou schrikken als je die zag. Bij veel trainers komen die terug, ook als ze naar een andere ploeg verhuizen. De fasen die wij bij Club deden met mij, Staelens, Booy en Farina kwamen bij ons terug. Dat gold ook voor de keuze van de types. Leekens heeft graag veel grote, sterke jongens in zijn ploeg. Maar, hij haalt er wel succes mee." Stond het voetbal van Leekens dan niet ver af van zijn eigen idealen ? Cossey : "Is dat countervoetbal ? Speelt Standard dan ook countervoetbal, omdat ze graag de lange bal hanteren ? Of heet dat nu modern : snel omschakelen ? Voetbal is zo snel mogelijk in de zestien meter komen en scoren. De overgang van Reynders naar Leekens was abrupt, maar soms heeft een ploeg dat nodig. Je mag geen tien, twintig jaar aan een stuk met dezelfde soort trainers werken, vind ik. Af en toe heb je een man nodig die binnenkomt en bepaalde mensen een tik op hun kop geeft. Ik besef dat, net zoals ik de vergankelijkheid van voetbal en roem besef. Na de zege tegen Brugge is hier alles goed, maar als we straks twee keer na mekaar verliezen, zullen ze wel zeggen : 'Ach, die Cossey, het is maar een assistent, wat wil je ?' Ik heb hier grote trainers meegemaakt, zoals Muslin. Euforie bij de aanvang, tot en met. Maar op het einde, toen het wat minder ging, was niks nog goed. Hadden ze kritiek op het feit dat hij zat te biljarten, terwijl dat al vanaf het begin zijn manier was om zich te ontspannen." We bomen nog wat door over zijn gaandeweg evoluerende visie en de inbreng van Paul Put, de opvolger van Leekens : aanvallende automatismen, pass- en trapvormen, looplijnen, allemaal o zo belangrijk in het voetbal van Put. Moet je het offensieve niet overlaten aan de creativiteit van de speler ? Cossey : "Ja, vanaf het moment dat je in de buurt van de zestien komt. Tot daar moet je alles georganiseerd hebben. Wees maar zeker dat Wilhelmsson nooit op de eigen helft zal dribbelen. Pas in de buurt van de zestien zal Vercauteren hem dat toestaan. Je moet de ploeg een raam aanreiken, waarbinnen hij tracht te functioneren. Die organisatie is zowel offensief belangrijk als defensief. Een ploeg waar het offensief niet klopt, heeft ook vaak defensief problemen, omdat de ruimtes tussen de linies te groot worden." Dat merken ze dezer dagen goed in Westerlo, waar na de transfer van Coelho plots de balvaste spits ontbrak, zodat Westel geen tijd meer kreeg om zich te organiseren. Cossey : "Wij hebben dat ook gekend, gelukkig heeft Bancé nu zoveel vertrouwen dat hij voor aansluiting kan zorgen. Anderlecht heeft dat met Frutos. Een enorme aanwinst. Mpenza is iemand van de acties en de snelheid, Jestrovic iemand voor de zestien meter. Put had dat hier met Bangoura. De meeste ploegen hebben nood aan zo'n type. Wat is het probleem van Beveren ? Fantastisch voetbal, maar ze hebben geen aanspeelpunt. Tachtig procent balbezit, maar ze creëren er geen kansen mee. Hou de boel gesloten, laat ze niet in je zestien meter komen en je bent al bijna zeker van een punt. Straf vervolgens defensief een van hun blunders af en je wint." Standard had in de heenronde met Tchité ook geen balvaste spits. Waarom staan die dan voorin ? Cossey : "Daar had je een mix : diepgang, nu ook met De Camargo, aansluiting vanaf het middenveld met Geraerts en balvastheid op de flanken, bij Conceição en later Rapaic. Mensen die ook nog eens het verschil kunnen maken. Daarom hebben ze meer mogelijkheden dan Brugge. Club had met Lange een aanspeelpunt, maar als hij er niet is, hebben ze een probleem. GertVerheyen was in de eerste helft tegen ons constant weg naar de flank en Portillo weegt als diepe spits te licht voor België. Onderschat het niet, je staat constant tussen twee man en daar moet je goeie papieren voor hebben. Portillo rendeert beter met het gezicht naar doel. Balaban ? Te egoïstisch voor het Brugse concept. Te weinig werkkracht om zich door te zetten in een ploeg die het vooral moet hebben van het collectief. En ik was heel tevreden dat Roelandts tegen ons geschorst was. Met nog iets meer snelheid is dat een topper. Ik heb het hier na het vertrek van Geraerts vaak gezegd : als je die kan halen, niet twijfelen. Redelijk balvast, goeie voetballer. De Gretarsson uit zijn beginperiode. De laatste jaren voetbalt die iets te veel vanuit zijn positie." Maar het meest bewondert hij Muslin, de enige die erin slaagde om iedereen zich even belangrijk te laten voelen, die nog meer sprak over voetbal met zij die ernaast vielen dan met de basiself en die in de voorbereiding de spelers de principes van een zoneverdediging uitlegde als waren het preminiemen. Is dat niet erg, dat je zoiets in de eerste klasse met afgewerkte producten nog moet doen ? Cossey : "Ze weten allemaal hoe het moet, in theorie, maar de praktijk is een ander probleem. Er zijn ploegen, Moeskroen bijvoorbeeld, waartegen je met één eenvoudige flankverandering een man afzondert. Alleen, zonder dekking. ( neemt een blad en tekent een oefening, in een vlak van vijftien meter bij vijftien meter, met drie rijen van vier spelers) De twee buitenste rijen moesten de bal over de grond naar elkaar proberen door te spelen en de middelste rij moest druk zetten op de speler in balbezit om dat te vermijden. Daarna werden de vlakken steeds groter. Ze keken hier nogal, hoor, maar pikten het toch snel op. Muslin had een duidelijke visie en week daar geen meter vanaf. Zijn verdedigende middenvelder moest geen twee meter staan van de plaats die hij hem opgelegd had, of hij corrigeerde. Muslin wilde bij balbezit dat er heel snel diepte werd gezocht. Van Gretarsson werd hij in het begin dan ook zot, omdat die vaak een balletje bijhield, of achteruit voetbalde. Daar huiverde hij van. Recht vooruit mocht ook nooit, altijd diagonaal. Recht is te makkelijk te verdedigen." Is het jammer dat de man al na zes maanden vertrok ? Cossey : "Ja, maar anderzijds heeft hij wel ogen geopend. Ik bouw verder op wat hij achterliet, met nuances. Hij gebruikte minder spelvormen, ik doe dat meer. Ik let ook veel op waar Paul Put op hamerde : de juiste snelheid van de pass. Niet keihard inspelen, zodat je ploegmaat twee controles nodig heeft voor hij er wat mee kan doen."Waarom zijn de grote vernieuwers - Sinibaldi, Happel, Ivic, Sollied, Muslin - altijd buitenlanders ? Is dat niet erg voor de Belgische trainer ? Cossey : "Belgen kregen hier genoeg kansen, ik heb slechts één buitenlandse trainer gehad en ja, alleen die was vernieuwend. Maar niet op het medische vlak, Muslin was tegen lactaattests of hartslagmeters." Spelers vlogen in het begin tegen 120 procent, maar vielen dan terug. Omdat ze moe werden ? Cossey : "Neen, vanwege te veel blessures. En die hadden niks te maken met het conditionele." Sommigen verwijzen dan naar het veld. Daar staat geen sprietje gras meer op, zeggen de tegenstanders van de mix met kunstgras. Gevolg : je glijdt minder door, remt bruusker af en zo ontstaan meer blessures. Cossey : "Neen. Wijzelf hebben hier geen blessures gekend. Anderen wel. Claessens van Genk blesseerde zich hier, Oussalah brak hier zijn been, Vanaudenaerde sloeg zijn enkel om. Is dat omwille van het veld of door het maken van een verkeerde beweging ? Ons veld is wat harder en voor anderen is de omschakeling misschien wat moeilijker, dat kan. Wij trainen er regelmatig op. Maar onze blessures vielen vaak op verplaatsing." Hij krijgt nu een kans als hoofdtrainer. Cossey : "Daar heb ik veel zin in. Maar ik ga straks makkelijk opnieuw een stap terug kunnen zetten. Als speler heb ik altijd een dienende rol gehad, als trainer ook, en mijn ei kon ik op vrijdagavond in de invallerswedstrijd kwijt. Onder Muslin moest ik minder veldwerk doen, maar als een plant stond ik er toch ook niet bij. Ik vroeg veel informatie en deed videoanalyses en administratief werk. Had ik dat drie jaar lang moeten doen, dan was ik wellicht minder gelukkig geweest, maar het duurde gelukkig slechts zes maanden."PETER T'KINT EN FRéDéRIC VANHEULE