De laatste tijd heb ik meer en meer last van mijn linkerknie. Onbewust moet ik dan aan Nico Jansen denken. Er was nochtans een fundamenteel verschil tussen ons beiden. Ik liep de blessure op vrij laat in mijn carrière, Nico toen alles nog moest beginnen. Ik herinner mij nog levendig de lijdensweg die ik heb bewandeld: pijnstillers voor elke training en een inspuiting voor de wedstrijd. Dat was echter klein bier in vergelijking met wat de Amsterdammer heeft moeten doorstaan. Pijn verbijten is een kunst, en daar was Nico Jansen een meester in. Jansen was als spits een krachtpatser die vele doelpunten maakte. Hij kon zonder morren incasseren, maar hij kon ook goed uitdelen. Zijn bijnaam bij Feyenoord - 'de beuker van de Jordaan' - sprak dan ook boekdelen. Hoe zou het met Nico Jansen gaan?, vroeg ik mij plotseling af. En ik besloot hem te bellen. We spraken af in zijn stamcafé De Rubens in Knokke-Heist, de kuststad waar hij nu woont. Het eerste waarover we het hadden, was natuurlijk onze linkerknie. We kwamen vlug tot dezelfde conclusie: topsport is niet gezond!
...

De laatste tijd heb ik meer en meer last van mijn linkerknie. Onbewust moet ik dan aan Nico Jansen denken. Er was nochtans een fundamenteel verschil tussen ons beiden. Ik liep de blessure op vrij laat in mijn carrière, Nico toen alles nog moest beginnen. Ik herinner mij nog levendig de lijdensweg die ik heb bewandeld: pijnstillers voor elke training en een inspuiting voor de wedstrijd. Dat was echter klein bier in vergelijking met wat de Amsterdammer heeft moeten doorstaan. Pijn verbijten is een kunst, en daar was Nico Jansen een meester in. Jansen was als spits een krachtpatser die vele doelpunten maakte. Hij kon zonder morren incasseren, maar hij kon ook goed uitdelen. Zijn bijnaam bij Feyenoord - 'de beuker van de Jordaan' - sprak dan ook boekdelen. Hoe zou het met Nico Jansen gaan?, vroeg ik mij plotseling af. En ik besloot hem te bellen. We spraken af in zijn stamcafé De Rubens in Knokke-Heist, de kuststad waar hij nu woont. Het eerste waarover we het hadden, was natuurlijk onze linkerknie. We kwamen vlug tot dezelfde conclusie: topsport is niet gezond! Nico Jansen zette zijn eerste stappen in het voetbal bij de amateurs van DWS Amsterdam, de club waar ook Robbie Rensenbrink en Jan Jongbloed, de legendarische doelman van Oranje op het WK van 1974 en 1978, debuteerden. Na een fusie met blauw-wit ontstond FC Amsterdam, waar Nico op 19-jarige leeftijd terechtkwam in het 'betaalde voetbal'. Nico Jansen: "Wat niet veel mensen weten, is dat ik daar als linksachter aangetrokken ben. Coach Pim van de Meent heeft van mij een spits gemaakt, ik had vroeger nooit als aanvaller gespeeld, nooit! Toen is alles feitelijk begonnen. Ik scoorde aan de lopende band en we speelden in ons stadion voor gemiddeld 25.000 man. Pas op, we hebben vier jaar na elkaar Europees gespeeld. In 1975 zijn we zelfs in de kwartfinale van de UEFA Cup geraakt door onder meer Inter uit te schakelen. We wonnen met 1-2 in San Siro, waar ik twee keer scoorde. Toen ik in Milaan het veld op kwam, stond ik te trillen op mijn benen. Wat een mooi stadion zeg! "Na die wedstrijd heb ik enkele aanbiedingen gekregen van buitenlandse clubs zoals Everton, Manchester United, Arsenal, en een paar Franse ploegen, maar voorzitter Dé Stoop van FC Amsterdam wou mij niet kwijt. Einde verhaal." "Ik kon naar Feyenoord en naar Ajax, en ik koos als Jordanees voor de Rotterdammers. Heiligschennis. Dat heeft voor opschudding gezorgd. Van Dé Stoop had ik een nieuwe wagen gekregen, een Alfa Romeo. Ik kwam op een morgen uit mijn huis en zag dat mijn auto in de clubkleuren van Ajax was geschilderd en mijn vier wielen waren eraf! Dan sta je als 18-jarige maar raar te kijken. "Bij de Rotterdammers waren ze op zoek naar een opvolger voor Ove Kindvall. Feyenoord was ook gretiger om mij te hebben. Stoop heeft natuurlijk een mooie transfer gemaakt, die hoorde je niet klagen. Hij had mij aangekocht voor 3000 gulden en verkocht aan Feyenoord voor 1.500.000 gulden, waarvan 8 procent voor mij was." "Alles liep lekker, ik ramde de ballen erin. Ik werd de lieveling van het publiek. Willem van Hanegem nam mij onder zijn vleugels, ik logeerde zes maanden bij hem thuis. "En toen kwam die uitwedstrijd tegen FC Twente. Ik kwam alleen voor doel, dribbelde de keeper en schoof de bal binnen. Maar er kwam nog een late tackle van Niels Overweg op mijn knie. Een smerige tackle was dat! Ik was iets te laat, hij iets te snel. Dat voorval heeft me mijn carrière gekost. "De medische staf van Feyenoord dacht nochtans dat het geen ernstig letsel was. Doordat ik ongelooflijk sterke quadriceps had, bleef de knie stabiel. Ik bleef spelen met inspuitingen, al was het meer hinken. Na elke match was de knie vol vocht, dat er werd uitgetrokken. Een straatje zonder einde... "Na een Europabekermatch thuis tegen RWDM zag ik mezelf op tv. Ik schrok ervan. Ik sleepte mijn been letterlijk mee. Zo kon het niet meer verder. Ik trok naar dokter Strikwerda, een vooraanstaand chirurg, die zijn diagnose stelde. Twee meniscussen kapot en gescheurde kruisbanden van de linkerknie. Ik werd 's anderendaags geopereerd. Strikwerda kon niet geloven dat ik nog zo lang gespeeld had met zo'n knie. "Ik werkte als een gek om terug te komen maar werd nooit meer de oude. Na een tijd liet het bestuur van Feyenoord me weten dat ze van mij af wilden." "Ja. Jan Boskamp, die toen nog speelde bij de Brusselaars, is mij komen halen. Op een zaterdag om middernacht - ik vergeet het nooit meer - stond hij bij mij op de stoep. Boskamp, die toen alles bepaalde bij RWDM, vond dat ze een sterke beer nodig hadden in de spits. 'We moeten Nico Jansen nemen', had hij voorzitter l'Ecluse ingefluisterd. "Ik moest naar de keuring bij dokter Martens in Pellenberg. Die keurde mij helemaal af. Ongeschikt om ooit nog te voetballen, was het verdict. Toen kwam l'Ecluse naar me toe en vroeg: 'Denk je nog te kunnen voetballen en hoelang?' Ja, antwoordde ik, nog vijf of zes jaar. 'Oké, dan koop ik je', zei hij. Die kocht mij gewoon op mijn woord, daar heb ik veel respect voor. Ik heb veel aan die man te danken. "Ik heb bij RWDM nog gevoetbald met Johan Vermeersch. Lopen dat die man kon! Hij liep altijd buitenspel, zo vlug was hij. Tijdens een duurloop kon alleen Michel De Wolf hem volgen. Onze trainer, Jean Dockx, zei dat ik eens moest proberen om Vermeersch bij te houden, waarop ik antwoordde: 'Dat doe ik alleen maar als hij leert voetballen, hij kan nog geen cornerpaal voorbij.' RWDM was een raar ploegje en op training was er regelmatig een opstootje. "Zo ben ik eens moeten tussenkomen bij een handgemeen tussen Jan Boskamp en Franky Van der Elst. Franky had een grote mond opgezet tegen Jan. En dat deed je beter niet of je kreeg een klap op je bek. Ik heb ook eens in de clinch gelegen met Sead Susic. Op training deed hij niks, alleen maar zeiken. Toen ik daar een opmerking over maakte, wierp hij een kegel naar mijn kop. Ik heb hem dan eens goed aangepakt, een slachtpartij. Zelfs Boskamp durfde niet tussenbeide te komen. Na vijf jaar RWDM moest ik er weg, de reden daarvoor is mij nog altijd onbekend. Ze wilden zelfs niet meer spreken over een nieuw contract. Ik vermoed dat de nieuwe trainer Johan Vermeersch daar voor iets tussen zat, want hij wist dat hij bij mij geen enkel respect zou kunnen afdwingen." "Ik had een paar aanbiedingen in tweede klasse, maar mijn knie was goed gehavend. Ik voelde aan mijn lichaam dat ik moest stoppen. Dan ben ik naar SK Londerzeel ( vierde klasse, nvdr) geweest, maar daar heb ik niet veel gespeeld. Dan is Boom, tweede klasse, gekomen. Op een avond zat ik op café toen ik de voorzitter van Boom tegenkwam. Ik woog ondertussen 120 kilo. Hij vroeg mij of ik nog twee jaar voor Boom zou kunnen spelen. Dat gaat niet meer, antwoordde ik hem. We gaan een deal maken, repliceerde hij, want ik wil je absoluut. Dus ik zeg: als je mij die som geeft per wedstrijd, de eerste zes maanden, dan ga ik mijn best doen om af te vallen. We hadden die afspraak in december. In juli, voor het begin van het nieuwe seizoen woog ik nog 87 kilo, zo hard had ik getraind. Ik speelde meteen de eerste wedstrijd, en werd dat jaar topschutter van Boom met 23 doelpunten. Ik beleefde er nog twee plezante jaren. "Later was ik nog trainer van Steenhuffel, waar ik soms reservekeeper was. Ik heb eens vier strafschoppen gestopt tegen Hamme in de beker van België en we waren gekwalificeerd voor de volgend ronde tegen Harelbeke. Mijn vaste doelman was ondertussen terug uit vakantie en natuurlijk liet ik hem spelen. Hij kreeg er acht om zijn oren, waarvan zes van Pascal De Wilde. "Trainer was ik verder nog van Hemiksem, Hoboken, Boom en spitsentrainer bij SK Heist." "Ik was de eerste spitsentrainer in België! Een spits kan je eigenlijk niet veel leren, maar wel om agressief te zijn in de zestien meter. Spits zijn is een gave: je staat er of je staat er niet. Het is een gevoelskwestie, maar je kan dat wel bijschaven. Specifieke training voor een spits is heel belangrijk, maar de spitsen moeten wel willen natuurlijk. "Je komt ook spelers tegen zoals Wesley Sonck bij Lierse. Sonck kan best een aardige jongen zijn, maar ik heb weinig plezier aan hem gehad. Die kon ik niet meer inspireren. Hij dacht dat hij het beter wist, en daar heb ik problemen mee. Op je dertigste kan je nog veel leren, ik ben bijna zestig en ik leer nog elke dag. Ik ben een harde trainer en liet hem soms oefeningen doen om hem sterker te maken. Hij antwoordde dan: 'Dat doe ik niet, dat is niet meer van deze tijd.' Hij was zo goed, hem kon je niets meer leren - dat was zijn instelling!" "Ik heb dat twee en een half jaar gedaan. Maar ik werd het zo moe, er werd daar zo veel jojo gespeeld, ongelooflijk. We hadden daar een heel goede trainersstaf: Herman Helleputte, Eric Van Meir en Chris Janssens. Perfect toch? Dan Helleputte weg, Van Meir weg, Chris Janssens wou weg, maar die wordt dan hoofdtrainer. Ik was het zo beu allemaal. Er was geen systeem en iedereen wist het beter daar. Er was totaal geen organisatie vanaf de jeugd tot aan het eerste elftal. "Chris Janssens doet het wel heel goed op dit moment. Ik wist al toen ik bij Lierse kwam dat Janssens ooit hoofdtrainer zou worden. Hij had er de uitstraling voor, ik zag het meteen. Er is natuurlijk een beetje met de ellebogen gewerkt, maar dat doen ze allemaal in eerste klasse. "Ik ben zelf opgestapt bij Lierse. Op het laatst was ik geen spitsentrainer meer, maar moest ik de jongens die overbodig waren in de A-kern opvangen, met andere woorden: hen bezighouden. En er waren ook nog andere kleine dingetjes. Iedereen wou zich moeien met mijn werk. Ik was bezig met een training toen Janssens op mij toekwam en zei dat ik verkeerd bezig was, maar enkele dagen later gaf hij dezelfde oefeningen als die van mij. Daar had ik het moeilijk mee. Mijn vrouw was toen ernstig ziek, dus ik dacht: laat ze maar doen. Dat is absoluut niet mijn karakter, maar ik schoof alles van mij weg, terwijl ik ertegenin had moeten gaan! "Het salaris was geen vetpot: 750 euro per maand. Dat is toch om te lachen? En dan moest ik nog mijn eigen kaartjes kopen voor de uitwedstrijden. Voor tickets voor de thuiswedstrijden moest ik bijna bedelen. Ik werd niet gewaardeerd bij Lierse, het had geen enkele zin meer om te blijven. "Bovendien had ik een aanbieding van de Hubo. De grote baas is een vriend en hij bood me aan om voor hem te komen werken. Ik heb niet lang getwijfeld om erop in te gaan! Ik doe een beetje administratie en controleer de winkels, een leuke job." "Toen ik nog jong was, heb ik veel sociaal werk gedaan. Ik hield me bezig met gehandicapten en daklozen, bezocht jonge kinderen die kanker hadden in het ziekenhuis,... Noem maar op. Ik heb kinderen van zes en zeven jaar zien doodgaan, dat doet wel wat met een mens. Nu houd ik mij bezig met een project van Open Stadion: ik begeleid een voetbalploeg die bestaat uit daklozen. Onlangs ben ik nog met een busje met die mannen naar Polen geweest om er een toernooi te spelen. Je moet heel kordaat zijn met die mannen. Er was er eentje bij die constant rondliep met een flesje 'Fanta'. Die had namelijk stiekem een fles wodka gekocht en vulde het flesje geregeld bij. 's Avonds was hij ladderzat. Men is daar zeer streng in, iemand die alcohol of drugs in zijn bezit heeft, wordt onmiddellijk teruggestuurd." "Het eerste waar ik aan denk, zijn de vele blessures die ik heb gehad. Op mijn zestiende was ik al een meniscus kwijt. Het was vroeger niet zoals nu. Men loopt 's morgens gauw het ziekenhuis binnen en 's avonds is men alweer buiten. Ik ben daar verdorie twee weken moeten blijven. "Ik ben in totaal zestien keer geopereerd. Ik heb elf bouten in mijn rug en drie in mijn heup, om van mijn knieën en de rest nog maar te zwijgen. Op het vliegveld raak ik niet meer door de metaaldetector. Ik vraag me nog steeds af hoe mijn loopbaan er uitgezien zou hebben, mocht ik blessurevrij gebleven zijn..." DOOR GILLE VAN BINST - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Ik heb elf bouten in mijn rug en drie in mijn heup, om van mijn knieën en de rest nog maar te zwijgen."