Toen het twee jaar geleden landskampioen werd, baadde Anderlecht in offensieve weelde. Met Dieumerci Mbokani, Tom De Sutter en Matías Suárez beschikte het over drie ervaren spitsen. Op de flank pingelde ook nog ene Milan Jovanovic. Na de titel viel het kwartet in de zomer van 2013 uit elkaar. Mbokani en De Sutter vertrokken, Jovanovic hing zijn schoenen aan de haak. En Suárez? Met hem ging het van kwaad naar erger. Knieperikelen hadden de Argentijn al een groot stuk van het kampioensjaar gekost. Het nieuwe seizoen moest dat van de definitieve terugkeer worden. In oktober 2013 echter ging hij opnieuw door de knie. Van het nieuwe trio spitsen bleven er nog twee over: Aleksandar Mitrovic en Gohi Bi Cyriac.
...

Toen het twee jaar geleden landskampioen werd, baadde Anderlecht in offensieve weelde. Met Dieumerci Mbokani, Tom De Sutter en Matías Suárez beschikte het over drie ervaren spitsen. Op de flank pingelde ook nog ene Milan Jovanovic. Na de titel viel het kwartet in de zomer van 2013 uit elkaar. Mbokani en De Sutter vertrokken, Jovanovic hing zijn schoenen aan de haak. En Suárez? Met hem ging het van kwaad naar erger. Knieperikelen hadden de Argentijn al een groot stuk van het kampioensjaar gekost. Het nieuwe seizoen moest dat van de definitieve terugkeer worden. In oktober 2013 echter ging hij opnieuw door de knie. Van het nieuwe trio spitsen bleven er nog twee over: Aleksandar Mitrovic en Gohi Bi Cyriac. Cyriac was een jaar eerder al neergestreken in Brussel. Een verrassende transfer, want bij Standard had hij kort voordien zijn tweede zware knieoperatie op vijftien maanden tijd ondergaan. Aan voetballen was hij lang nog niet toe. Geen punt voor Anderlecht: met Mbokani en De Sutter beschikte John van den Brom voorlopig over voldoende diepe spitsen. Cyriac mocht in alle rust verder werken aan zijn herstel. Alleen: dat herstel bleef maar aanslepen. Zelfs voor de play-offs, een vol jaar na zijn laatste operatie, kreeg Anderlecht hem niet klaargestoomd. Twee korte invalbeurten, goed voor twintig minuten speeltijd: dat was het. Maar geen nood: na dat verloren kampioensjaar leek het moment van Cyriac eindelijk te zijn aangebroken. Mbokani weg, De Sutter weg en nog geen Mitrovic: de spitspositie lag helemaal open. In de supercup tegen KRC Genk maakte de Ivoriaan zijn paars-witte debuut in de basis. Een bevredigend debuut, dat echter geen vervolg kreeg. Op de eerste speeldag tegen Lokeren werd hij al in de rust gewisseld, een week later na dik een uur. Daarna volgden nog twee late invalbeurten en moest hij Suárez en godbetert Samuel Armenteros voor zich in de basis dulden. Sneller dan hem lief was wist Cyriac zich gedegradeerd tot nummer drie in de pikorde der paars-witte spitsen. De basisplaats van Armenteros tegen AA Gent was illustratief voor de Brusselse spitsenarmoede. De Cubaanse Zweed was de Brusselse rangen halfweg het titelseizoen al vanuit Nederland komen vervoegen. Een half jaar vroeger dan aanvankelijk voorzien wegens dreigend spitsentekort (Mbokani naar de Africa Cup, Suárez op de sukkel). Veel toegevoegde waarde bracht hij niet in dat eerste halfjaar: zijn bijdrage aan de titel was nihil. Zijn basisplaats ten koste van Cyriac vroeg in het nieuwe seizoen was zijn laatste wapenfeit in het paars-witte shirt. Na amper zeven maanden werd hij aan Feyenoord verhuurd. Twee weken later maakte Aleksandar Mitrovic zijn debuut voor Anderlecht. Mitrovic' debuut kwam er in de vorm van een invalbeurt uit bij Zulte Waregem. De boodschap voor Cyriac was duidelijk: het vertrouwen van de Brusselse staf en directie in hem was niet groot. Armenteros mocht dan van de hand zijn gedaan, de pas in Zaventem gelande Mitrovic sprong al meteen over zijn hoofd. Voortaan gold de Serviër als de paars-witte zekerheid diep in de spits. Met Suárez in steun. Uitgerekend de rol waarin Cyriac bij Standard uitstekend had gefunctioneerd met Mémé Tchité. De rol ook waarin hij met zijn snelheid en balvastheid complementair had kunnen zijn met Mitrovic. Helaas, het kwam er niet van. Zelfs toen Suárez' knie het eind oktober 2013 begaf, veranderde er niets voor de Ivoriaan. De speelgelegenheid die hij kreeg bleef minimaal. Anderlecht greep in tijdens de winter. In januari 2014 haalde het David Pollet weg bij Charlerloi. Opnieuw een transfer die uitdraaide op een mislukking. Pollet speelde amper, veel minder nog dan Cyriac, die vooral in januari en februari aardig wat speeltijd vergaarde. Pas op de laatste speeldag van de reguliere competitie kreeg hij zijn eerste basisplaats. Zijn verhaal bij Anderlecht was over nog voor het was begonnen. Net als eerder Armenteros werd Pollet al na een halfjaar van de hand gedaan. Anderlecht pakte zijn verlies en verkocht hem aan AA Gent. Armenteros werd opnieuw verhuurd, dit keer aan Willem II. Zomer 2014, één jaar geleden. Anderlecht besloot geen vervanger aan te trekken voor Pollet en hield Mitrovic en Cyriac over als diepe spitsen. Op die manier effende de club het pad voor Oswal Álvarez, net 19 geworden op dat moment. Een echte negen-en-een-half, enigszins vergelijkbaar met Cyriac, máár blessuregevoelig. Jarenlang had het in Colombia opgedolven talent af te rekenen gehad met hamstringblessures. Een gevolg van zijn extreme explosiviteit, zo werd gezegd. Tussen Kerstmis 2014 en 1 februari 2015 speelde hij vijf wedstrijden, waarvan twee in de basis. Daar bleef het bij. Alternatieven waren er niet. Ronald Vargas - net als Cyriac aangetrokken na een paar zware knieoperaties - was na drie jaar vol blessures en weinig voetbal vertrokken. Wel binnengehaald die zomer was Ibrahima Conte. Die waande zichzelf bij Zulte Waregem al de opvolger van Thorgan Hazard, maar werd in Brussel niet beslissend genoeg gevonden voor de rol van schaduwspits. Hij moest de door Massimo Bruno en Guillaume Gillet gelaten leemte op rechts invullen. Vandaag herstelt hij van een - jawel - dubbele knieoperatie. In januari 2015 ging Anderlecht opnieuw de markt op. Weer werd het geen succes. Marko Marin leek de geknipte man voor een kwaliteitsinjectie in steun van Mitrovic. Een grote naam, dat wel, maar op een zijspoor gesukkeld. Hij geraakte er in Brussel niet af. Exit Marin. Andere paars-witte wintertransfer: Idrissa Sylla. Een echte spits, maar: geblesseerd. Aangetrokken met een adductorenblessure, toch naar de Afrika Cup vertrokken en bij zijn terugkeer niet meer in staat gebleken om te voetballen. Zijn complete eerste half seizoen in Brusselse loondienst ging in rook op. Armenteros, Pollet, Sylla: neen, van zijn 'januarispitsen' kreeg Anderlecht het de voorbije drie winters niet warm. Uit het eigen opleidingscentrum van Neerpede komt ook al een tijdje geen puntaanvaller meer door. Romelu Lukaku was de laatste. Junior Kabananga stond toen op drie in de pikorde, achter Lukaku en De Sutter, maar werd amper gebruikt en tenslotte ingeruild voor Dalibor Veselinovic - nóg een mislukking. Dat was in 2011. Vorig seizoen stak Nathan Kabasele nog eens zijn neus aan het venster, maar vijf jaar na zijn debuut als zestienjarige hangt hij nog steeds tussen wal en schip. Meer hoop is er nu op Aaron Leya Iseka gevestigd: hij viel na Nieuwjaar zeven keer in en maakte in het laatste PO1-duel tegen kampioen AA Gent zijn eerste negentig minuten vol. Geduld is echter nog geboden: de jongere broer van Michy Batshuayi is zeventien. DOOR JAN HAUSPIE - FOTO: BELGAIMAGEArmenteros, Pollet, Sylla: van zijn 'januarispitsen' kreeg Anderlecht het de voorbije drie winters niet warm.