Maandag 9 juli

We hebben een date! Met een gewezen miss Rusland nog wel. Victoria Lopyreva is op dit WK FIFA-ambassadrice. Ze is de ex van Fjodor Smolov, een van de vedetten van Rusland. Haar verhaal leest u op pagina 66. Plaats van afspraak is het Lotte Hotel, onderdeel van een Koreaanse luxeketen. En, we geven het toe, we zijn onder de indruk. De Franse oud-international William Gallas (40) struint door de lobby alsof hij er thuis is, wij voelen ons verwend. De veiligheidscheck aan de deur is de gewone - langzaam begint het op je zenuwen te werken: letterlijk overal waar je binnenkomt moet je door die elektronische poortjes die mensen bij ons kennen van luchthavens - maar vervolgens staat er iemand te wachten om je op te vangen en je te begeleiden naar waar je moet zijn. In ons geval is dat een zaaltje op de eerste verdieping, maar naar verluidt is de lobby, met buitenterras, op de derde verdieping zeer de moeite waard. En de spa nog meer. Maar de plicht roept, voor bubbels en andere frivoliteiten is er geen tijd.
...

We hebben een date! Met een gewezen miss Rusland nog wel. Victoria Lopyreva is op dit WK FIFA-ambassadrice. Ze is de ex van Fjodor Smolov, een van de vedetten van Rusland. Haar verhaal leest u op pagina 66. Plaats van afspraak is het Lotte Hotel, onderdeel van een Koreaanse luxeketen. En, we geven het toe, we zijn onder de indruk. De Franse oud-international William Gallas (40) struint door de lobby alsof hij er thuis is, wij voelen ons verwend. De veiligheidscheck aan de deur is de gewone - langzaam begint het op je zenuwen te werken: letterlijk overal waar je binnenkomt moet je door die elektronische poortjes die mensen bij ons kennen van luchthavens - maar vervolgens staat er iemand te wachten om je op te vangen en je te begeleiden naar waar je moet zijn. In ons geval is dat een zaaltje op de eerste verdieping, maar naar verluidt is de lobby, met buitenterras, op de derde verdieping zeer de moeite waard. En de spa nog meer. Maar de plicht roept, voor bubbels en andere frivoliteiten is er geen tijd. Op de snelweg op weg naar hier was er een opvallend beeld: een peloton wielertoeristen dat voor onze neus de autostrade opdraait. De eerste paar honderd meter hebben ze nog een pechstrook, daarna niet meer. Risky business. Het zijn trouwens niet de eerste fietsers die we op de snelweg zijn. Zo'n afspraakje met de ambassadrice maak je niet zelf. Het is niet dat we op haar zijn afgestapt en haar nummer hebben gevraagd. Of ze een suite moest regelen, vroeg de assistente per mail? We slikten even. Een gewoon zaaltje was genoeg, we hadden geen cameraman of een fotograaf bij ons. Als ze dat ziet, is Victoria een tikkeltje teleurgesteld. De wereld van foto en film is duidelijk haar ding, niet voor niets heeft ze er al een carrière als tv-figuur opzitten. We moeten lachen, als we binnenkomen. Ze ziet ons, scant snel welk vlees ze in de kuip heeft (vrouwen kijken ook naar schoenen) en gaat dan professioneel achterover leunen. Uiteindelijk mag ze toch op de foto, want collega Thomas Bricmont wil zijn vrienden thuis jaloers maken. Direct verandert haar blik, in modus pro. De avond sluiten we af in het centrum van Moskou, in de buurt van de Christus de Verlosserkathedraal. Een majestueus bouwwerk. Eigenlijk willen we naar het Poesjkinmuseum, maar dat is op maandag dicht. Ook de kathedraal is inmiddels gesloten. We nemen de brug over de Moskva en settelen ons in Strelka, een bar met zicht op de kathedraal. Langzaam gaat de zon onder. Cocktailtijd. Vakantiegevoel. Voor ons werpen twee meisjes alles in de strijd om de 'nieuwe Victoria' te worden. Ze nemen foto's van elkaar, in de meest verschillende poses, de lange slanke benen zo veel mogelijk ontbloot, en proberen zwoel in de camera te kijken. Instagram moet worden gevoed. Aan de tafel achter ons ontspint zich tussen een Rus en een Argentijn die eeuwige discussie: wie is de beste, Messi of Ronaldo? Op naar Sint-Petersburg, voor een afspraak met de geschiedenis. Voor het eerst kan België een WK-finale bereiken. We nemen de vroege vlucht, om vooraf nog iets van de stad te kunnen zien. De goeie beslissing, ook al deed het pijn toen iets over vier de wekker ging. Te veel cocktails, een keer verslapen en je betaalt dat cash. Het is fris in Sint-Petersburg, voor het eerst sinds lang haalt de thermometer de 15 graden niet, vroeg in de ochtend. Onze mond valt open van zoveel moois. Twee eeuwen lang was dit de hoofdstad van dit land. In het begin van de achttiende eeuw vanuit het niets opgebouwd door tsaar Peter de Grote op moerasland, veroverd op de Zweden, dus eigenlijk amper driehonderd jaar oud. De pracht mag dan indrukwekkend zijn, de verhalen achter de bouw schrijnend. Het waren lijfeigenen, slaven zo u wil, die in groten getale hier het leven lieten bij de bouw. Ze moesten zelf hun werktuigen én hun eten meenemen. Sommigen stierven zelfs al onderweg naar hun verplichte dienst. Een op de tien, vijftien gezinnen moest verplicht een arbeider afstaan. Duitse en Nederlandse ingenieurs, ervaren in het droogleggen van moerasland, hielpen bij de constructie. Tsaar Peter haalde nog andere gastarbeiders naar zijn stad, zodat deze bevolking veel internationaler lijkt dan Moskou, een beetje zoals in Kaliningrad waar ook andere types rondliepen. Hier begonnen ook de revoluties tegen het regime, in het begin van de twintigste eeuw. In deze stad vloeide veel bloed, tussen al dat moois. In 1918 verloor ze haar status van hoofdstad, nadat Lenin die naar Moskou had verhuisd. Ook al is ze maar de tweede stad van het land, ze blijft een venster naar Europa. Uiteraard willen we naar het Hermitage. En naar het Winterpaleis. En naar het Peterhof, met de grandeur van Versailles, maar dat willen ook de duizenden andere toeristen die hier ronddwalen en aanschuiven, in lange rijen. Sint-Petersburg kreunt onder het massatoerisme en onder een zeer slecht verkeersbeleid. Je mag hier nog gratis parkeren in de straten, en dus staan die vol. Ook vol bussen, die kriskras geparkeerd staan en het zicht op de gebouwen verhinderen. Een inwoner van Gent gruwt van zoveel blik. Een en ander inspireert de Fransen. Didier Deschamps parkeert zijn bus voor HugoLloris, verhindert de Rode Duivels het zicht op doel, en stuurt de Belgische fans, die voor de eerste keer wat massaler aanwezig waren, verweesd de nacht in. Om kwart over vijf vertrekt de trein naar Moskou. Gezien het werk duurde tot iets over half twee lokale tijd is het niet meer de moeite om nog een hotel te nemen. De paar uur tussenin doden we graag en vlot in discotheek-bar Madagascar, vlak bij de Nevsky Prospekt, de grote verkeersader in het stadscentrum. Aan de overkant ligt de Ierse pub O'Hooligans. Wie verzint het? Madagascar draait vooral latino muziek. Brazilianen, Mexicanen, Colombianen, Uruguayanen, Argentijnen, ... Ze waren allemaal een paar maanden geleden zo optimistisch over hun land dat ze tickets kochten voor deze halve finale. Meisjes dansen en verleiden, jongens zingen luidop mee, mannen lurken aan de shishapijp. Chillen, al zullen we niet snel wennen aan dat vroege daglicht dat door de ramen piept. Ei zo na missen we nog de trein, omdat we aan het verkeerde station staan. Iets té chill. Een taxichauffeur wil van de verwarring profiteren om ons heel veel aan te rekenen voor een noodtransport, maar een inwoonster van Sint-Petersburg die net van de trein stapt, schiet ter hulp. Ze betaalt zelfs onze taxi. Knap. Ter gelegenheid van dit tornooi legt de FIFA gratis treinen in. Om 05u10 is ons compartiment, nummer 6 in wagon 12, nog helemaal leeg. We maken snel het bed op en denken: lekker comfortabel. We hadden immers al horrorverhalen gehoord over snurkende medepassagiers. Net dan duiken drie Russen op. Dat wordt dus toch delen. De vermoeidheid slaat toe en nog voor de trein weg kan rijden - stipt op tijd, we zullen ook exact op het juiste tijdstip in Moskou aankomen - vallen we in slaap. Dat doen ook de Russen, die duidelijk ook een portie alcohol binnen hebben... Van 5.14 uur tot 16.32 uur. Dat is een stevig ritje. Af en toe stopt de trein, om een snellere door te laten. Airco is er niet, raampjes brengen amper frisse lucht. Er is wel wifi én er zijn stopcontacten, je kan werken. Om 10.30 uur wordt het te benauwd in de coupé en zoeken we het restaurant op. Af en toe waait wat zweetgeur uit een ander compartiment waarvan de deur openstaat, her en der zitten mensen te eten. Er is veel personeel aan boord, agenten ook, en elke wagon heeft zijn bediende die langs komt met voedsel en drank. Je kan ook maaltijden laten leveren op bed. In de barwagon nestelen we ons aan een tafeltje. Het is er een internationale boel en zo vliegt de tijd voorbij. Chinese fans komen aanschuiven om te eten, maar zijn het Engels niet machtig. Een paar Zuid-Amerikanen loven België. Maar de interessantste mensen zijn twee Russen: Michael en Vladimir. Vlad, zoals hij zich voorstelt, is een technicus, die net als wij de twee halve finales combineert. Hij helpt bij de wifinetwerken in het stadion en vraagt me uit over hoe dit tornooi was, in vergelijking met andere. Hoe tevreden wij zijn. En waarom journalisten zo vervelend doen ook en toch hun eigen hotspots willen gebruiken... Ik zeg hem dat het eigen is aan het ras. Mike zit in de bouw. Hij is nog jong, maar reist veel, en heeft veel westerse contacten, onder andere in Oostenrijk en Duitsland. Hij is dol op de Belgische bieren die hier overal verkrijgbaar zijn. Meer en meer stellen we ons vragen of er nog echt sprake is van een boycot. Het land sloot in augustus 2014 zogezegd de grenzen voor de import van agrarische producten uit de EU, VS, Australië en Noorwegen. Dat was een reactie op de economische sancties van die landen. Die kwamen er omdat Rusland te weinig doet om het conflict in Oekraïne te beëindigen. Rusland zet sindsdien versneld in op zelfvoorzienendheid. Ook Mike polst naar wat we vinden van Rusland. Hij lacht als hij zijn geld bovenhaalt: 'Ze hebben zelfs nieuwe briefjes laten drukken, ter gelegenheid van dit WK. Het is alsof we tijdelijk in een ander land leven. Alles mooi, alles gratis, iedereen vriendelijk. Hopelijk blijft dat na volgende week ook zo.' Hij heeft zijn land de voorbije dertig jaar ontzettend zien evolueren, zegt hij. Naar de tijd van het communisme willen ze niet meer terug, ook al heeft de gemiddelde Rus het niet breed, zeker niet op het platteland. Mike wijst naar buiten: 'Ruimte en bossen hebben we genoeg, werk wat minder. Daarom komen veel mensen naar Moskou, maar vaak zijn ze even snel weer terug weg. Moskou is Rusland niet, Moskou is hectisch, kil, egoïstisch.' Maar is dat geen tendens in elke wereldhoofdstad? Op het communisme volgde ongebreideld kapitalisme. Naar die tijd, de jaren negentig, wil ook niemand terug. 'Het ging alleen nog om geld verdienen, zonder morele waarden. Ik wil het ook goed hebben voor mijn familie, mijn dochtertje, maar niet ten koste van alles.' Daarop kwam Vladimir Poetin orde scheppen. Stemde Mike in april voor de president? Hij is eerlijk: 'Ja. Omdat er toch een paar dingen ten goede zijn veranderd. De lonen liggen laag, maar je bent tegenwoordig wel zeker dat je op tijd wordt betaald. En mensen in dienst nemen kost niet zoveel. Wie initiatief wil nemen, kan dat. Je bent wel een beetje verplicht om op de president te stemmen. Ik woon in een kleine stad en als het centrale gezag ziet dat er daar onvoldoende stemmen voor de macht zijn, vergeet men je bij projecten. En bovendien, ik maak me geen illusies: ze vullen toch wel de briefjes in, of je nu stemt of niet. En elke dag kan je verrast worden. Drie jaar geleden stond tegenover 1 euro 40 roebel. Een dag later moesten we er 100 voor betalen. De boycot heeft wel degelijk zijn gevolgen gehad: reizen naar Europa was plots veel minder, en alles werd dubbel zo duur. Anderzijds gingen mensen ook weer initiatief nemen, zelf groenten telen. Wij zijn creatief.' Rusland is een prachtig natuurland. Mike toont foto's van zijn dochter, zijn familie, het leven op het platteland, vrouwen met hoofddoek die we buiten ook door de velden zien stappen. Om te ontsnappen aan de drukte bouwt hij af en toe zelf een houten boot. Daarmee vaart hij dan de rivieren af. Prachtige zonsondergangen en landschappen passeren op zijn smartphone. Rond 16.30 uur rijden we het station binnen. Tijd voor de metro richting Loezjniki, waar Russen en Engelsen met mekaar verbroederen. Zelfs na de ontgoocheling van de uitschakeling een paar uur later. We staan héél ver van de oorlogsdreiging en het hooliganisme waar een paar maanden geleden nog zo hard voor werd gewaarschuwd. Door de verlengingen is het iets over één als we terug zijn in het hotel. Een bed is welkom, maar in de bar is nog veel vrolijkheid... Het is hard om gedisciplineerd te blijven. Laatste dag in Dedovsk, op het trainingscentrum van de Rode Duivels. Sommigen vinden het een gevangenis, het is inderdaad ommuurd en er is bewaking aan de ingang. Maar echt gevangen voelen we ons niet. Omdat we vroeg zijn, zit de drank nog achter slot. Dat moest, want de bewakingsagenten en het onderhoudspersoneel waren iets te gulzig in het zich bevoorraden voor thuis. 's Avonds in het restaurant bedankt Philippe Albert ons voor een leuke maand. Dat siert hem, het is de man ten voeten uit. Als speler maakte hij twee WK's mee, dit is zijn eerste aan de andere kant, als analist. Er is heel hard gelachen met zijn uitspraak tijdens België-Japan. Na de beslissende goal van Nacer Chadli riep hij door de microfoon: ' Je l'ai dit, bordel!' Er verschenen prompt T-shirts op de markt met die uitspraak. Af en toe werd Albert hier geïnterviewd door buitenlanders, die op zoek gingen naar een expert en dan wat opkeken van de eenvoud van de man. Soms zat hij daar op zijn teenslippers en in korte broek. Altijd genietend, nooit klagend, bereid tot alles. Eenvoud siert, net als zijn bedankje. Hij zei dat dit het mooiste WK was voor hem. Onder spelers is het blijkbaar toch allemaal iets minder collegiaal dan wij denken. Vrijdag tikdag. Omdat de rug protesteert, moeten we af en toe wandelen tegen de pijn. Fake news in de Moscow Times! Dat pikte het op van de Facebookaccount van ene Lui Vega en kadert in een verhaal over mythes over Rusland. Weet u waarom Rusland hier zo goed presteerde? Over de bal werd een magnetisch veld gespannen, onzichtbaar voor het blote oog. Datzelfde magnetische veld - een fysicus kan dit allicht beter uitleggen - werd ook rond het doel 'geweven'. In het Kremlin zat iemand die het veld negatief maakte, op een moment dat de tegenstander op doel schoot, zodat de bal afweek. Schoten de Russen op doel, dan werd de lading positief en kreeg de bal extra vaart! Is een stroompanne in Sotsji in de kwartfinales dan de oorzaak van de uitschakeling of reikte het signaal niet zo ver? Een laatste retourtje Moskou-Sint-Petersburg. Een laatste lange dag. Een laatste keer 21 uur onderweg voor een voetbalwedstrijd. De goeie prestaties van de Rode Duivels vergoelijken veel. In de metro op weg naar het stadion spreekt Dimitri ons aan. Zijn Engels is perfect, het klinkt Amerikaans zelfs. Vier maanden studentenuitwisseling in North-Carolina hebben hun werk gedaan. Ook hij is blij dat zoveel toeristen nu een ander beeld hebben van zijn land, ook al geeft hij toe dat we niet alles weten. Hoeveel geld verdwenen is bij de bouw van het stadion in Sint-Petersburg, dat verhaal kent nog niemand. In zijn hand heeft hij een karton, met een foto van Kevin De Bruyne. Let him talk staat ernaast geschreven, verwijzend naar de discussie op het veld tussen David Silva en Fernandinho met De Bruyne in oktober vorig jaar, toen die met de scheidsrechter wilde praten en dat niet mocht van zijn ploegmaats. Dimitri, een groot fan van het Britse voetbal, vond het een leuk idee en wil er de tv mee halen. Het is zijn tweede België-Engeland op dit tornooi. Hoeveel geluk kan een mens hebben? Hij kocht helemaal in het begin van de verkoop blind zijn tickets, zonder de ploegen te kennen, voor twee wedstrijden: op donderdag 28 juni in Kaliningrad en voor de troosting in zijn stad. Twee keer dezelfde match! Het thuisfront stuurt een berichtje: feest maar lekker mee! We lachen eens, omdat we weten wat ons na de match nog wacht. Nog vijf uur terugreis. Maar dat doen we met een paar mooie beelden in ons hoofd: de ondergaande zon over de baai, de brug, het stadion, de counter met het schot van ThomasMeunier dat op de vuisten van Jordan Pickford strandt, de groepsfoto op het einde. Op de luchthaven geniet Glenn Hoddle van zijn pint en kaart Dion Dublin, oud-voetballer en nu tv-presentator, na met een verslaggever van de BBC. Radio-interviews worden letterlijk tussen pint en hamburger afgenomen. Op het vliegtuig zitten we te midden van wat Engelsen. Naast ons een jeugdwerker uit Coventry, die vorige week zaterdag zijn verjaardag vierde en zag hoe Engeland zich plaatste voor de kwartfinales. In een opwelling - hij had wat veel pinten op - besliste hij om naar Rusland te komen. Zijn baas belde hij op dinsdag met het bericht dat hij ziek was. Vrijdag stuurde hij een sms'je dat hij nog steeds niet genezen was. Twee nederlagen later moet hij nog zoeken naar een vlucht terug. Dat blijkt niet te kunnen voor maandagavond laat. Dat wordt nog een dag brossen. Ai, ai, ai. De kater na het feest. Finaledag. Het zit erop. Over vier jaar gaan we de woestijn in. Letterlijk. Bestemming Qatar, een wintertornooi van 21 november tot 18 december, het kortste tornooi uit de recente geschiedenis. Grote schermen op de kerstmarkten. Bereid u voor op vier jaar verhalen over hitte (gemiddelde temperatuur in december is 24 graden!), te weinig hotelbedden (ongeveer 1,5 miljoen bezoekers op een totale bevolking van 2,5 miljoen, er zal moeten worden geïmproviseerd met tentenkampen van de bedoeïenen), verhalen over onmenselijke omstandigheden bij de bouw van de stadions, enzovoort. Het grote voordeel: de afstanden. Het wordt een minitornooi. De afstand tussen de twee verst van mekaar gelegen speelsteden - Al Khor en Al Wakrah - bedraagt... 75 kilometer. In Gent zouden ze zeggen: allen daar op de fiets!