Nauwelijks tien dagen geleden, tijdens de zesdaagse van Gent, situeerde het epicentrum van de wielersport in ons land zich nog op en rond de wielerbaan. Hoewel vanaf vrijdag in Berlijn een belangrijke Wereldbekermanche richting Tokio 2020 op de kalender staat, is de aandacht in België voor het baanwielrennen intussen weer in een wak aan het vallen. Bij publiek en pers, maar ook bij de Belgische profploegen. Op één uitzondering na.
...

Nauwelijks tien dagen geleden, tijdens de zesdaagse van Gent, situeerde het epicentrum van de wielersport in ons land zich nog op en rond de wielerbaan. Hoewel vanaf vrijdag in Berlijn een belangrijke Wereldbekermanche richting Tokio 2020 op de kalender staat, is de aandacht in België voor het baanwielrennen intussen weer in een wak aan het vallen. Bij publiek en pers, maar ook bij de Belgische profploegen. Op één uitzondering na. Sport Vlaanderen-Baloise is het enige team in ons land dat systematisch in baantalent blijft investeren en pistiers een stabiel kader biedt. Op de voorbije Gentse zesdaagse bijvoorbeeld reden er vijf renners mee uit de stal van teammanager en wedstrijddirecteur Christophe Sercu. Geen toeval dus dat deze door de Vlaamse overheid gefinancierde ploeg het decor van de Gentse zesdaagse uitkoos om (vervroegd) haar 25-jarige bestaan te vieren. Een van de opgemerkte gasten was Eddy Merckx, wiens naam sinds het ontstaan van de ploeg in 1994 op de fietsen prijkt. Ter gelegenheid van de viering werd ook een nieuw boek voorgesteld, dat aan de hand van anekdotische verhalen en spraakmakende figuren en resultaten terugblikt op de voorbije kwarteeuw van de ploeg. Een rijke geschiedenis die begint met een toevallige ontmoeting in een lift van het gebouw waar het kabinet van toenmalig minister Leona Detiège gevestigd was. In twee aparte hoofdstukken wordt ingegaan op de pistefocus, die zich oorspronkelijk concentreerde op de Australische Belg Matthew Gilmore en afgelopen zomer in Glasgow uitmondde in de Europese titel ploegkoers van Kenny De Ketele en Robbe Ghys. Opvallend, zo leert het uitgebreide palmares achteraan het boek, is dat het team de jongste jaren succesvoller is op de baan dan op de weg. De afgelopen drie seizoenen behaalden de renners van ploegleider Walter Planckaert slechts één overwinning in een UCI-profkoers (van eerste categorie of hoger): een etappe in de Ronde van de Fjorden vorig jaar, met dank aan Dries Van Gestel. Ook is het alweer van 2016 geleden dat er uit de kweekvijver van Sport Vlaanderen nog eens een renner naar de WorldTour is doorgestroomd. Toch is de erfenis van het op één na oudste wielerteam van dit land indrukwekkend. Dat blijkt alleen al uit het hoofdstuk waarin enkele renners terugblikken op hun periode bij de ploeg. Oliver Naesen, Sep Vanmarcke, Yves Lampaert en Thomas De Gendt zijn slechts enkele van de vele vaandeldragers in het huidige peloton die ooit de kleuren verdedigden van de Vlaamse opleidingsploeg. Allemaal koesteren ze nog steeds de unieke sfeer van hun ex-team, zoals Victor Campenaerts die in het boek onder woorden brengt: 'Allemaal jonge Vlamingen, ongetrouwd, geen kinderen, bijna allemaal dezelfde leeftijd, hetzelfde loon. Dat schept een soort gelijkheid die je niet terugvindt in de WorldTourploegen.'