Tot de kerstdagen vroeg men zich zelfs af of Aalst het seizoen wel zou uitspelen. Terwijl trainer Wim De Coninck op het veld met zijn kleuterklasje wekelijks groeipijnen beleefde, zocht men zich in de bestuurskamer suf naar vers geld. Dat moest dienen om in te bereiken wat op dat moment onhaalbaar geacht werd : aan de licentievoorwaarden voldoen. Uiteindelijk was zoals in de oude Griekse tragedies een deus ex machina nodig die - in de gedaante van Gentenaar en Okapimanager Patrick D...

Tot de kerstdagen vroeg men zich zelfs af of Aalst het seizoen wel zou uitspelen. Terwijl trainer Wim De Coninck op het veld met zijn kleuterklasje wekelijks groeipijnen beleefde, zocht men zich in de bestuurskamer suf naar vers geld. Dat moest dienen om in te bereiken wat op dat moment onhaalbaar geacht werd : aan de licentievoorwaarden voldoen. Uiteindelijk was zoals in de oude Griekse tragedies een deus ex machina nodig die - in de gedaante van Gentenaar en Okapimanager Patrick De Cock - met de oplossing kwam die niemand tot dan toe durfde opperen : de broodnodige middelen in eigen midden verzamelen. Vijf beheerders die elk tien miljoen inbrachten - plus nog één van hen die via zijn bedrijf extra investeerde als nieuwe hoofdsponsor - reduceerden in minder dan twee maanden tijd alle extrasportieve problemen tot nul. Dat betekende een stimulans voor de spelers die tijdens de week op slecht gerolde velden trainden, vaak geen propere handdoeken vonden en wel eens verloren liepen in het gras dat niet gemaaid was omdat de grasmaaier defect was. Aalst had met veel moeite een kern samengesteld met een samenraapsel van een paar ervaren spelers, jong talent en een paar huurspelers. Trainer werd Wim De Coninck. Vertrouwd met de betere elementen in de jeugdopleiding wist hij perfect in te schatten wie wat wel en niet kon. Van bij het begin van het seizoen bracht Aalst goed voetbal. Het weigerde zich op de eigen helft terug te trekken en betaalde voor zoveel enthousiasme vaak cash de rekening. Achterin was voldoende know-how om een solide basis te bieden. Op het middenveld kon Miceli, de enige nieuwkomer met naam, niet aarden in een systeem met twee verdedigende middenvelders. De van Genk geleende Rogerio slaagde daar wel in. Groot probleem doorheen de hele competitie was dat het verzorgde uitvoetballen en het veldoverwicht te zelden resulteerden in kansen en nog minder in goals. Ook bij de tegenvallende resultaten (nul op twaalf, één op vijftien) bleef de trainer vertrouwen geven aan zijn spelers. De ommekeer volgde één week na de zware 7-0-pandoering op Standard. Aalst won voor het eerst, van La Louvière, en zette vanaf de elfde speeldag zowaar een reeks van vijf ongeslagen wedstrijden in. Toen de extrasportieve zorgen aangepakt werden, liep het pas goed los met zeges tegen subtoppers als Moeskroen, Genk en GBA en gelijke spelen tegen Standard en op Club Brugge. De veer leek te breken in de verloren thuismatch tegen KV Mechelen. De onderlinge verdachtmakingen maakten een eind aan het groepsgevoel en crisismanager Patrick De Cock moest overgaan tot de meest ongeloofwaardige ingrepen om de rust in de tent te brengen en Aalst in eerste te houden. Dat is gelukt, waardoor het sponsorcontract voor volgend seizoen gevrijwaard bleef en opnieuw extra middelen voorhanden lijken.door Geert Foutré