5 mei 1992, voor altijd een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Bastia. Twee weken ervoor heeft Sporting Club de Bastia, ook als tweedeklasser de trots van de voetbalgekke havenstad, zich geplaatst voor de halve finale van de Coupe de France. De loting is een godsgeschenk: Olympique de Marseille, een van de beste teams in Europa, met onder anderen Jean-Pierre Papin, Chris Waddle, Abedi Pelé en Didier Deschamps.

De capaciteit van het Stade Armand-Cesari, 8750 plaatsen, wordt met een noodtribune opgetrokken naar 18.000, meer dan een verdubbeling. De sfeer op Furiani, zoals het stadion in de volksmond wordt genoemd, is indrukwekkend, maar waarnemers omschrijven de 'nieuwe' tribune als een schommelende boot. Tien minuten voor de aftrap stort het bovenste deel in: 18 doden en 2300 gewonden. Directeurs van de club verdwijnen in de cel, twee dagen voor de start van het proces wordt voorzitter Jean-François Filippi op straat doodgeschoten. Een moord die tot vandaag onopgelost is.

De zakenman was een omstreden figuur die de banden met Fronte di Liberazione Naziunale Corsu (FLNC), dat pleitte voor meer autonomie, stevig aanhaalde. Een nationalistische club van maffiosi, klonk het, nadat het FLNC kantoren van Nouvelles Frontières had opgeblazen. Enkele maanden erna werd de reisorganisator hoofdsponsor van de club, na de belofte dat het geen doelwit van aanslagen meer zou zijn...

De club cultiveerde het underdogimago - wij, eilandbewoners, tegen zij, de Franse overheersers -, óp het veld deden I Lioni di Furiani (De Leeuwen van Furiani) hun bijnaam alle eer aan. Met als absoluut hoogtepunt het parcours in de UEFA Cup in het seizoen 1977/78, toen Sporting Clube de Portugal, Newcastle, Torino, Carl Zeiss Jena en Grasshopper Club Zürich puntenloos afdropen. PSV hield Bastia op een verzopen grasmat in de finale op 0-0 en maakte de klus in Eindhoven (3-0) af.

De drie Corsicanen in het team waren halfgoden - kapitein Charles Orlanducci, Paul Marchioni en Claude Papi, de kalende middenvelder én kettingroker -, de Nederlandse international Johnny Rep swingde zoals in zijn beste Ajaxdagen. Als hij er zin in had. 'Ik ben nergens gelukkiger geweest dan op Corsica', keek L'Ange Blond terug op zijn twee seizoenen (1977-1979) in Bastia, waar hij genoot van lange lunches in de duurste restaurants en 's nachts de discotheken onveilig maakte, maar die ook tot Beste Buitenlander van het Seizoen werd verkozen.

In 1981 won Bastia met de Kameroense spits Roger Milla zijn eerste Coupe de France, de enige échte prijs in de clubgeschiedenis, in 2002 tekenden les Bastiais in de finale in het Stade de France voor een gigantisch fluitconcert tijdens La Marseillaise. Sindsdien werd het volkslied nooit meer gespeeld voor een bekerfinale...

Met de club ging het snel bergaf. Wedstrijden werden wegens geweld stopgezet en de cijfers in de balans kleurden donkerrood, waardoor de club maar net de schrapping van de bondslijsten kon vermijden. In de zomer van 2017, 40 jaar na de start van de memorabele Europese campagne, werd het ooit zo trotse Sporting Club de Bastia herdoopt in Sporting Club Bastiais en begon het aan de weg terug in National 3, de vijfde afdeling. Vorig jaar werd het kampioen, nu staat het een reeks hoger weer aan kop. Er is weer hoop op Furiani.

Sporting Club Bastiais

Opgericht

1905

Stad

Bastia (45.715 inwoners)

Kleuren

blauw-wit

stadion

Armand-Cesari (33.000)

5 mei 1992, voor altijd een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Bastia. Twee weken ervoor heeft Sporting Club de Bastia, ook als tweedeklasser de trots van de voetbalgekke havenstad, zich geplaatst voor de halve finale van de Coupe de France. De loting is een godsgeschenk: Olympique de Marseille, een van de beste teams in Europa, met onder anderen Jean-Pierre Papin, Chris Waddle, Abedi Pelé en Didier Deschamps. De capaciteit van het Stade Armand-Cesari, 8750 plaatsen, wordt met een noodtribune opgetrokken naar 18.000, meer dan een verdubbeling. De sfeer op Furiani, zoals het stadion in de volksmond wordt genoemd, is indrukwekkend, maar waarnemers omschrijven de 'nieuwe' tribune als een schommelende boot. Tien minuten voor de aftrap stort het bovenste deel in: 18 doden en 2300 gewonden. Directeurs van de club verdwijnen in de cel, twee dagen voor de start van het proces wordt voorzitter Jean-François Filippi op straat doodgeschoten. Een moord die tot vandaag onopgelost is. De zakenman was een omstreden figuur die de banden met Fronte di Liberazione Naziunale Corsu (FLNC), dat pleitte voor meer autonomie, stevig aanhaalde. Een nationalistische club van maffiosi, klonk het, nadat het FLNC kantoren van Nouvelles Frontières had opgeblazen. Enkele maanden erna werd de reisorganisator hoofdsponsor van de club, na de belofte dat het geen doelwit van aanslagen meer zou zijn... De club cultiveerde het underdogimago - wij, eilandbewoners, tegen zij, de Franse overheersers -, óp het veld deden I Lioni di Furiani (De Leeuwen van Furiani) hun bijnaam alle eer aan. Met als absoluut hoogtepunt het parcours in de UEFA Cup in het seizoen 1977/78, toen Sporting Clube de Portugal, Newcastle, Torino, Carl Zeiss Jena en Grasshopper Club Zürich puntenloos afdropen. PSV hield Bastia op een verzopen grasmat in de finale op 0-0 en maakte de klus in Eindhoven (3-0) af. De drie Corsicanen in het team waren halfgoden - kapitein Charles Orlanducci, Paul Marchioni en Claude Papi, de kalende middenvelder én kettingroker -, de Nederlandse international Johnny Rep swingde zoals in zijn beste Ajaxdagen. Als hij er zin in had. 'Ik ben nergens gelukkiger geweest dan op Corsica', keek L'Ange Blond terug op zijn twee seizoenen (1977-1979) in Bastia, waar hij genoot van lange lunches in de duurste restaurants en 's nachts de discotheken onveilig maakte, maar die ook tot Beste Buitenlander van het Seizoen werd verkozen. In 1981 won Bastia met de Kameroense spits Roger Milla zijn eerste Coupe de France, de enige échte prijs in de clubgeschiedenis, in 2002 tekenden les Bastiais in de finale in het Stade de France voor een gigantisch fluitconcert tijdens La Marseillaise. Sindsdien werd het volkslied nooit meer gespeeld voor een bekerfinale... Met de club ging het snel bergaf. Wedstrijden werden wegens geweld stopgezet en de cijfers in de balans kleurden donkerrood, waardoor de club maar net de schrapping van de bondslijsten kon vermijden. In de zomer van 2017, 40 jaar na de start van de memorabele Europese campagne, werd het ooit zo trotse Sporting Club de Bastia herdoopt in Sporting Club Bastiais en begon het aan de weg terug in National 3, de vijfde afdeling. Vorig jaar werd het kampioen, nu staat het een reeks hoger weer aan kop. Er is weer hoop op Furiani.