Dat Marius Mitu met de hulp van Luc Misson zijn rechtszaak (in het kader van de zaak-Ye) tegen de bond in kort geding won, betekent niet dat de uitspraak ten gronde dezelfde zal zijn, nuanceren sportrechtspecialisten Kristof De Saedeleer en Johnny Maeschalck.
...

Dat Marius Mitu met de hulp van Luc Misson zijn rechtszaak (in het kader van de zaak-Ye) tegen de bond in kort geding won, betekent niet dat de uitspraak ten gronde dezelfde zal zijn, nuanceren sportrechtspecialisten Kristof De Saedeleer en Johnny Maeschalck. Om drie redenen werd de bond in het ongelijk gesteld. Twee ervan kunnen in cassatie rechtgezet worden : de bond vergat aan te tonen dat spelers wel degelijk lid zijn van de federatie (terwijl in spelerscontracten staat dat de bondsreglementen nageleefd moeten worden) en dat door de feiten de homogeniteit van de competitie in het gedrang kwam (in dat geval mag een federatie een disciplinaire sanctie opleggen voor de eigenlijke rechtszaak begint). Een grote wekker die afliep is wel de derde conclusie : Missons stelling - die door het hof gevolgd werd - dat een aantal bepalingen uit het KBVB-reglement in strijd zijn met het artikel 6 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens. Dat bepaalt dat iedereen recht heeft op een eerlijk proces, dat de rechten van de verdediging in alle omstandigheden gevrijwaard moeten blijven. De Saedeleer en Maeschalck : "Elke sporter die een disciplinaire straf krijgt, kan nu zijn heil zoeken in artikel 6 en de bondsreglementen laten uitpluizen." Best mogelijk dat spelers of clubs die al geschorst zijn nu de bonden zullen overstelpen met schadeclaims in zaken die nog niet verjaard zijn. Eigenlijk zou de bond het bondsreglement beter helemaal herschrijven in plaats van de zoveelste aanpassing door te voeren, vinden de twee sportrechtspecialisten : "Er zijn zo veel lacunes in die reglementen die in strijd zijn met de wet dat men beter preventief zou werken in plaats van het stop- en lapwerk dat nu na elke rechtszaak uitgevoerd wordt." Missons suggestie om een speciale raadkamer voor sport op te richten, vinden zij niet verkeerd : "De procedure bij TAS (Tribunal Arbitral du Sport) in Zwitserland schrikt veel sporters af : het is een dure zaak, een verre reis en je moet je verhaal in een vreemde taal doen." Dat veel ophefmakende sportprocessen in België plaatsvinden, is geen toeval : "Na het arrest-Bosman durven veel sporters sneller voor hun rechten opkomen, terwijl Belgische rechters oor hebben voor die problematiek. Vanzelfsprekend is dat niet. Nog steeds voelen sportbonden over heel de wereld zich boven de wet verheven. Ten onrechte : het sportrecht stopt niet aan de stadionpoort. Waarom zou een voetballer anders behandeld moeten worden dan een fabrieksarbeider ?" GEERT FOUTRé