23 september

De Coca-Cola op tafel hadden ze in Brazilië ook, dus geheel in den vreemde hoefde hij zich niet te voelen, maar zijn blik die bij het aanschouwen van de foto ook nu nog in de oneindigheid houvast zoekt, zegt het tegendeel van zijn glimlach : Wamberto de Jesus Sousa Campos voelde zich bij zijn aankomst in België ontheemd. De dag dat hij Brazilië verliet om in Seraing te komen voetballen, herinnert hij zich daarom nog precies : op 22 september 1991 zijn familie verlaten in São Luis, op 23 september 1991 in België gearriveerd. Hij vergeet het nooit. Hij ziet het zelfs, ook zonder foto, nog haarscherp voor zich, hoe Gérald Blaton en Madame Philippe, diens vrouw, naast hem zitten. Goedmoedige lui die de ploeg omhoog stuwden en de daartoe aangetrokken Braziliaanse spelers als hun zonen beschouwden.
...

De Coca-Cola op tafel hadden ze in Brazilië ook, dus geheel in den vreemde hoefde hij zich niet te voelen, maar zijn blik die bij het aanschouwen van de foto ook nu nog in de oneindigheid houvast zoekt, zegt het tegendeel van zijn glimlach : Wamberto de Jesus Sousa Campos voelde zich bij zijn aankomst in België ontheemd. De dag dat hij Brazilië verliet om in Seraing te komen voetballen, herinnert hij zich daarom nog precies : op 22 september 1991 zijn familie verlaten in São Luis, op 23 september 1991 in België gearriveerd. Hij vergeet het nooit. Hij ziet het zelfs, ook zonder foto, nog haarscherp voor zich, hoe Gérald Blaton en Madame Philippe, diens vrouw, naast hem zitten. Goedmoedige lui die de ploeg omhoog stuwden en de daartoe aangetrokken Braziliaanse spelers als hun zonen beschouwden. Dit seizoen scoorde hij tegen Lokeren twee keer op de drieëntwintigste september. Niet zomaar de drieëntwintigste september, maar de drieëntwintigste september dat hij exact vijftien jaar in Europa voetbalde, bij Seraing, Standard, Ajax, Bergen, Standard en nu weer Bergen. Op die dag, de drieëntwintigste, herinnert hij zich elk jaar nog eens hoe hij in Brazilië in het zaalvoetbal de beker won, maar ook hoe hij, door al zijn vrienden bij grote clubs als Flamengo en São Paulo te zien voetballen, voelde dat hij ook zijn kans moest wagen. Weg uit São Luis, waar hij als enige van de nationale jeugdselecties in een klein clubje voetbalde. Elke drieëntwintigste september herinnert hij zich dat zijn vader groenten en fruit probeerde te verkopen, maar dat bracht niet veel op en moeder waste kleren en maakte huizen schoon, maar ook dat bracht niet veel op. Zijn moeder, als er geld voorhanden was, moest daarom vaak kiezen tussen er eten mee kopen voor het gezin of er de training van Wamberto mee betalen. Hij herinnert zich hoe zeer zijn hart verscheurde als ze hem aanmaande te gaan trainen en hij besefte dat het gezin, met zijn vier broers en vijf zussen, soms niet at om hem te kunnen laten voetballen. Hoe ze hem, het verwende jongste nestje van het gezin, zo geholpen hebben, niet wetend of hij het zou halen, dát, zegt Wamberto, kan hij nooit vergeten. "Dus je begrijpt : elke drieëntwintigste september móét ik naar huis bellen."Hoe moest hij het haar zeggen ? Hoe moest hij haar, zijn eigen vrouw, zeggen dat hij, de profvoetballer, in de val was getrapt, zich niet meer kon concentreren op zijn sport omdat hij zich te gulzig in het nachtleven had gestort, te veel mooie vrouwen had aangetrokken en haar, ja, hij zegt het nu maar zoals het was, haar had bedrogen ? Hij durfde het niet. Hij wou het wel zeggen, maar hij durfde het niet. Tot de wedergeboorte kwam. Wamberto de Jesus Sousa Campos, geboren als katholiek in São Luis, liet zich vijf jaar geleden in Nederland herdopen en werd protestant. Daardoor, zo werd hem duidelijk, kon hij afstand nemen van het verleden, een streep trekken en weer familieman worden, een familieman in het reine met zichzelf. Als hij tenminste ook alles opbiechtte. Tranen kwamen ervan. En een moeilijke periode. Maar ook begrip. Begrip dat je op het moment zelf denkt dat het niks ergs is en pas later beseft dat het echt niet kan. Begrip dat zo groot is dat er vergiffenis komt. Wamberto voelt zich goed in zijn vel nu en iedereen mag het weten. "Ik durf het nu bekennen, want mijn doopsel heeft mij veel veranderd. Ik respecteer mijn vrouw en mijn kinderen nu meer dan ooit. We zijn gelukkig."Wamberto de Jesus Sousa Campos voetbalt in São Luis, zijn Braziliaanse thuishaven. Hij voetbalt in het shirt van Ajax, waar hij in vijfenhalf jaar, van 1998 tot 2003, 122 wedstrijden heeft gespeeld. Elke keer als hij terugging naar Brazilië, nam hij er truitjes van mee om met de vrienden - Ajax thuis tegen Ajax uit - te voetballen. Samen met een van zijn vier broers heeft hij er nu een echte voetbalploeg opgericht. Spelen doen ze in een competitie met de omliggende dorpen, maar het doel blijft om in de eerste klasse van São Luis uit te kunnen komen. In Ajaxuitrusting wordt ondertussen wel niet meer gevoetbald. Wamberto's team draagt eigen truitjes met het opschrift CEWAC. Centre Educacional Wamberto Campos. Diezelfde naam draagt ook de school die hij er oprichtte met zijn broers, zussen en bevriende leraren. Het schoolgebouw waarin straatkinderen leren lezen en schrijven kocht Wamberto aan, net als schooltassen, boeken én het achterliggende stuk grond. Want uitbreiding dringt zich op : de vijftien leerlingen met wie het project begon, zijn er inmiddels honderdtwintig geworden. "Kinderen zien die goed kunnen voetballen maar niets van lezen of schrijven weten, is erg. Dat ik mijn vrienden ginder zo verder kan helpen, doet mij daarom echt plezier. Ik ga er nog graag terug om met hen te voetballen."Zijn ouders wonen nog in de favela's op São Luis, een eilandje in het noorden van Brazilië waar ook Luis Oliveira vandaan komt, en zelf komt hij er dus ook nog graag, maar twintig dagen per jaar is genoeg. Dan wil hij alweer terug naar huis. En thuis is Nederland en België. Meer dan de helft van zijn leven heeft hij hier gesleten. Zeker zijn kinderen - de jongste van de drie, Wanderson, is hier geboren - voelen zich meer Europeaan dan Braziliaan. Wanderson werd zelfs bang als ze op vakantie in zijn vaders land door de favela's struinden. Na zijn carrière, voelt Wamberto, zal hij er dan ook niet definitief terugkeren. Alleen als vakantie en om de familie te zien. Voor zijn ouders heeft hij er een huis gekocht in zijn oude wijk en voor zichzelf schafte hij een woning aan het strand aan, maar hij laat daar eigenlijk altijd alleen zijn spullen achter, want hij gaat zelf nog altijd liever naar de favela's terug. Dan zit hij weer thuis, is er eten en drinken genoeg, wordt de Heer, allemaal hand in hand rond de tafel staand, gedankt. Het is er altijd feest nu, want hij heeft het gehaald. "Sommigen denken wel eens dat het nu bij Bergen voorbij is met mijn carrière, maar ik ben pas 31. Ik voel me top en ik heb nog goesting."RAOUL DE GROOTE