Op de eerste verdieping van de noordtribune, in de naar hem genoemde feestzaal, blinkt het standbeeld van Raymond Goethals. Lange regenjas, vier vingers in de lucht, sigaretje in de mond. In 1959, toen Koninklijke Sint-Truidense Voetbalvereniging niet meer dan een meeloper in de hoogste voetbalafdeling was, plukten enkel pientere bestuurders Den Tuveneir bij de bescheiden derdeklasser Stade Waremmien weg. Niemand die toen kon vermoeden dat een onbekende Brusselaar van Sint-Truiden een voetbalstad en van Stayen een hel zou maken.
...

Op de eerste verdieping van de noordtribune, in de naar hem genoemde feestzaal, blinkt het standbeeld van Raymond Goethals. Lange regenjas, vier vingers in de lucht, sigaretje in de mond. In 1959, toen Koninklijke Sint-Truidense Voetbalvereniging niet meer dan een meeloper in de hoogste voetbalafdeling was, plukten enkel pientere bestuurders Den Tuveneir bij de bescheiden derdeklasser Stade Waremmien weg. Niemand die toen kon vermoeden dat een onbekende Brusselaar van Sint-Truiden een voetbalstad en van Stayen een hel zou maken. In Goethals' zevende (en laatste) seizoen klopte STVV voor meer dan 20.000 toeschouwers Anderlecht (2-0), pakte het de herfsttitel en stond het twintig speeldagen aan de leiding. Door de krappe Truiense kern werd paars-wit op de valreep alsnog landskampioen, maar de namen van toen zijn bij de oudere Haspengouwers nog altijd in het geheugen gegrift: Lon Polleunis - Gouden Schoen van 1968 -, RogerNilis, LucienBoffin, RogerMaes, LucienN'Dala... Brullende toeschouwers die vaak tot tegen de zijlijn stonden, de modder van Stayen, de buitenspelval als gevreesd wapen, meesterlijke tactische ingrepen. STVV eert zijn godenkind. In de Feestzaal RaymondGoethals herinneren oude zwart-witfoto's aan een van de meest roemrijke periodes uit de clubgeschiedenis, Goethals' analyse van Los Galácticos werkt op de lachspieren. "Real Madrid? Das gien pluug hein? Da zen vedette. Balrecuuperoosje: njet. Zidan, pazoep, wereldklasse, mor niet defensief quoi. Bekkam: schuune veurzet, mor deine luupt niet. Figo, dribbelt veur Zidan zen vuuten. Carlós: dei zit mier vanveu dan vanachter, en das eullezen back links!" Den Tuveneir is zelfs in de toiletten prominent aanwezig: Nie zievere... Speile! 'STVV: voetbal, volk en vuur' flikkert het eerste zoekresultaat op Google. Negentig jaar geleden, in 1924, opgericht als fusie van FC Goldstar en FC Union, maar de eerste officiële match van Sint-Truidensche Voetbalvereeniging was allesbehalve een succes: negen (9!) betalende toeschouwers voor een oefenwedstrijd tegen Cercle Tongeren... Twintig jaar dobberen tussen provinciaal voetbal en bevordering, met hier en daar een uitschieter. Zoals PaulKogelkeAppeltants, de topschutter, die er ooit in slaagde om in een seizoen 50 (van de 93) doelpunten te maken en kort na de Tweede Wereldoorlog als eerste Truienaar bij de nationale ploeg debuteerde. In 1957 stond Stayen in vuur en vlam, toen geel-blauw voor het eerst in zijn bestaan naar de voetbalelite promoveerde. Met bijna stuk voor stuk kerels uit de streek, gerekruteerd tijdens het jaarlijkse toernooi voor de wijken van de stad: Nieuw, Schurhoven, Sint-Pieter, Sint-Truiden en Stayen, sinds 1927 de thuishaven van geel-blauw en in de jaren vijftig tot Staaien verbasterd. De kletterende golfplaten, de daverende televisiebeelden, de trillende stem van BRT-icoon Rik De Saedeleer. Stayen, burcht van passie en vuur, waar talenten uit de streek zich konden ontwikkelen. MarcWilmots, DannyBoffin, RolandVelkeneers en StefAgten, de ruggengraat van de club die in 1987 - na dertien seizoenen tweede klasse - opnieuw naar eerste promoveerde. Het palmares is bescheiden - tweede plaats onder Goethals in 1966, twee verloren bekerfinales (1971, 2003) - en toch is STVV een monument, ook al voetbalt de club sinds 2012 opnieuw in tweede klasse. Oh ironie, want onder impuls van Roland Duchâtelet onderging het bouwvallige Stayen net op dat moment een indrukwekkende metamorfose. De Belgische ondernemer trok Sint-Truiden in 2004 uit het financiële moeras en droomde van een multifunctioneel stadion "waar voetbal, ontspanning en handel hand in hand gaan". De financiële problemen waren nochtans niet nieuw. Onder impuls van burgemeester Jef Cleeren, ooit de aalvlugge rechtsbuiten van geel-blauw en later assistent van Raymond Goethals, sprong het stadsbestuur midden de jaren tachtig een eerste keer in de bres voor de voetbaltrots van Haspengouw. Stayen werd voor 500.000 euro stadseigendom, maar rond de eeuwwisseling zat de club opnieuw in zwaar financieel weer. Enter Roland Duchâtelet, op dat moment nummer 23 op het lijstje van de rijkste Belgen, die met zijn bedrijven TV-Lokaal en Melexis shirtsponsor wordt. Maar STVV blijft onder de schulden kreunen, zodat de toenmalige voorzitter Leo Schepers opnieuw op de hulp van zijn hoofdsponsor rekent. Duchâtelet staat aanvankelijk niet te springen om een beleidsrol op te nemen, maar wordt in 2004 de nieuwe grote baas - én alleenheerser - van de club. In 2008 koopt de Deurnenaar, inmiddels naar Sint-Truiden verhuisd en eerste schepen van de stad, Stayen voor een restwaarde van 550.000 euro. Na een korte politieke rel - mandatarissen mogen geen overeenkomsten met de stad sluiten - verkoopt Duchâtelet zijn aandelen in de door hemzelf opgerichte nv STVV (later nv Stayen) aan zijn vriendin Marieke Höfte, die het stadion zal exploiteren én renoveren. "De gebouwen zijn gescheiden van het voetbal en in een andere vennootschap ondergebracht, want de club kan zulke investeringen onmogelijk dragen", aldus Duchâtelet in Sport/Voetbalmagazine. "Sint-Truiden is hét voorbeeld van een voetbalclub die een businessplan voor een multifunctioneel stadion in de praktijk kon omzetten", zegt Vincent Mannaert in oktober 2009. Mannaert, toen algemeen manager van SV Zulte Waregem, dat twee jaar ervoor plannen ontvouwde om het Regenboogstadion vanaf 2010 tot een moderne voetbaltempel om te bouwen, krijgt die namiddag een persoonlijke rondleiding van Duchâtelet en is onder de indruk. "Dit project is een symbiose van politiek, ondernemerschap en een hart voor voetbal, verenigd in één persoon. Dat vind je nergens anders. Er wordt veel over gepraat, maar hier hebben ze het gedaan. Dat Roland dit voor mekaar gekregen heeft, is zijn grote verdienste." In Waregem wachten ze nog altijd op de vergunningen (de meest optimistische openingsdatum is begin 2016), de stadionplannen van Club Brugge zijn aan een derde locatie toe, in het dossier rond het nationaal stadion in Brussel rollen politici net niet vechtend over de straat. België en voetbalstadions, een treurig verhaal... "Ook de bouw van het stadion in Gent, het mooiste in België, was een martelgang", zegt Alain Coninx, communicatieverantwoordelijke van de Kanaries. "Het grote verschil met de andere stadiondossiers is dat er hier al gevoetbald wérd en dat Roland Duchâtelet alles - aankoop stadion, verbouwingen... - zélf investeerde." Maar toch: faut le faire. Coninx: "Onlangs was Stefan L'Hermitte van L'Equipe Magazine twee dagen in Sint-Truiden voor een verhaal rond het stadion en Roland Duchâtelet. Zijn eerste reactie was ook: 'Wat is dit hier allemaal?' Los daarvan, toch een kanttekening: de toestand van de meeste Belgische stadions is schandalig. De gemeentelijke of stedelijke overheden zouden moeten bijspringen om andere dossiers te steunen, alleen beseffen ze niet altijd wat het voetbal hen bijbrengt. Clubs houden jongeren van straat en bieden hen ook een opvoeding aan. Fysieke inspanningen, leren omgaan met nederlagen, ze krijgen normen en waarden mee... En dat kost de overheid niets." Het kloppend hart van Stayen, de oorspronkelijke benaming van de wijk waarin het stadion ligt, is het Grand Café langs de Tiensesteenweg, waar Hotel Stayen (55 kamers, waarvan sommige mét uitzicht op het speelveld) in 2009 de deuren opende. Duchâtelet, toen: "Uit een studie van Toerisme Vlaanderen bleek dat er in Sint-Truiden 120 kamers te kort waren. In de week mikken we op zakenmensen, in het weekend op Haspengouwtoeristen. Oorspronkelijk dachten we aan 36 kamers, Toerisme Limburg zei dat we de capaciteit moesten opdrijven zodat we een volledige toeristenbus in het hotel konden laten slapen. Hotel Stayen wordt daarmee het grootste hotel van de stad." In de nieuwe hoofdtribune werden onlangs de 21 nieuwe skyboxen (goed voor telkens twaalf personen) in gebruik genomen, op niet-wedstrijddagen kunnen gasten van Hotel Stayen er overnachten. In de catacomben van de drie nieuwe tribunes gonst het van de bedrijvigheid. Commerciële vestigingen van onder andere Proxiglass, Telenet, Albert Heijn, Game Mania, Lidl, Belle & Bo, Callexcell en Kruidvat creëerden om en bij de 700 nieuwe arbeidsplaatsen, de keuken van de event- en expohal 'De Rvue' kan 1500 eters tegelijk bedienen, de Truiense jeugd kan in de fuifbunker terecht. In de twee woontorens rond de 'Kleine Markt' zijn 71 appartementen ondergebracht, de derde woontoren is in aanbouw. De Hel van Stayen: van heilige grond tot big business, een kind van zijn tijd. Mét een anachronisme: de oude staantribune achter het doel, die tegen de spoorweg aanschurkt, bleef behouden, al verhuist de harde kern dit seizoen naar de overzijde. Golfplaten vervangen door beton. Coninx: "Dit blijft een zeer volkse club, die bijzonder nauw met de stad verbonden is. Dat voelde je vorig seizoen in de aanloop naar de beslissende wedstrijd tegen Mouscron-Peruwelz. Mensen die om de een of andere reden niet naar het stadion komen - slapende supporters -, maar die je in de straten of de cafés toch aanspreken en meeleven. Bijna vergelijkbaar met de beleving rond de Rode Duivels op het WK." Vorig seizoen zakten gemiddeld 5000 toeschouwers af naar Stayen, met een piek tot 8000 voor de competitiewedstrijd tegen Antwerp. "In Sint-Truiden wonen ongeveer 40.000 inwoners, doordrenkt van het voetbal en enorm trots op hun club, maar tegelijk ook bijzonder kritisch en negatief als het niet 'marcheert'. Zoals in die allerlaatste match in de eindronde: 10.000 toeschouwers, op veertig minuten van eerste klasse, maar achteraf was iedereen kwaad en gefrustreerd. Er is geen tussenweg, het is zwart of wit. Maar dat is in de cultuur van ons voetbal ingebakken. Op het veld ondergaat STVV de tegenstand niet, maar is het weerbaar. Onze supporters willen karaktervoetbal zien. Er was al veel te doen over ons synthetisch veld, maar ook op kunstgras kun je vechten en inzet tonen." De constructie van Duchâtelet is simpel: de opbrengsten van de exploitatie tijdens de week zijn voor de nv Stayen, wat het voetbal genereert gaat naar de club. Maar in tweede klasse zijn die inkomsten beperkt. Het laatste seizoen in eerste (2011/12) bedroeg het budget nog 4 miljoen euro, vorig seizoen was dat bedrag gezakt tot 1,6 miljoen, straks moet STVV met 1,2 miljoen euro zien rond te komen en moet het na het afhaken van Belisol ook naar een nieuwe hoofsponsor op zoek. Geen mooi vooruitzicht, ook al omdat de jaarlijkse huurprijs voor de grasmat van 250.000 naar 400.000 euro zou stijgen. Coninx: "Dat was in de beste der werelden: eerste klasse en veel punten pakken. De nv Stayen heeft er helemaal geen belang bij om de club een gigantisch hoog bedrag te laten betalen, want uiteindelijk zijn we twee kinderen van dezelfde familie. Plus: de club krijgt een bepaald percentage op de matchgerelateerde inkomsten, die hoger zijn als er 8000 in plaats van 800 mensen na de wedstrijd blijven 'plakken'. Maar daarvoor moet je succes hebben. "Als ik zie welke inspanningen Bart Verhaeghe de voorbije jaren gedaan heeft om met Club Brugge kampioen te worden en daar voorlopig niet in slaagt, dan moeten wij - hoe moeilijk dat ook is - nederig zijn. Alleen is tweede klasse wurgend: het budget loopt achteruit, de loonlast moet inkrimpen en hoe langer we in tweede blijven hangen, hoe groter de kans dat we semiprofs worden." Sint-Truiden zit gevangen in de driehoek Luik-Genk-Leuven, met de concurrentie van twee Belgische topclubs en (straks) een tweedeklasser. "Ik gun hen sportief alle succes, maar economisch is de degradatie van OHL voor ons geen slechte zaak." Het verhaal van vissen in een te klein vijvertje. Coninx: "Zuid-Limburg blijft een industriearme streek, met heel weinig potentiële sponsors. We hebben nog altijd de ambitie om te promoveren, want de voorbije dertig jaar was het voetballandschap in Limburg een slagveld. Waterschei, Winterslag, Lommel, Beringen en Tongeren, allemaal verdwenen of diep weggezakt. Dat mag in Sint-Truiden niet gebeuren." DOOR CHRIS TETAERT - BEELDEN BELGAIMAGE"Onze supporters willen karaktervoetbal zien. Er was al veel te doen over ons synthetisch veld, maar ook op kunstgras kun je vechten en inzet tonen." "De nv Stayen heeft er helemaal geen belang bij om de club een gigantisch hoge huur te laten betalen, want uiteindelijk zijn we twee kinderen van dezelfde familie."