S inds september 2004 heeft de UCI grote inspanningen geleverd om een constructief gesprek te voeren met de ASO (Aumary Sports Organisation). Daartoe heeft de UCI als een loyale gesprekspartner talrijke compromissen aanvaard met de bedoeling een overeenkomst te bereiken die aanvaardbaar zou zijn voor beide partijen. Helaas, telkens de UCI een toegeving deed, wilde de ASO nog méér. (...) De UCI moet nu aanvaarden dat alle pogingen om te onderhandelen gefaald hebben.
...

S inds september 2004 heeft de UCI grote inspanningen geleverd om een constructief gesprek te voeren met de ASO (Aumary Sports Organisation). Daartoe heeft de UCI als een loyale gesprekspartner talrijke compromissen aanvaard met de bedoeling een overeenkomst te bereiken die aanvaardbaar zou zijn voor beide partijen. Helaas, telkens de UCI een toegeving deed, wilde de ASO nog méér. (...) De UCI moet nu aanvaarden dat alle pogingen om te onderhandelen gefaald hebben. Zelden zo'n vlammend communiqué gelezen als hetgeen de UCI tien dagen geleden de wereld in stuurde. Zijn de UCI en de ASO voor eens en voor altijd uitgepraat ? Afgelopen maandag, na het ter perse gaan van dit blad, moest blijken of de twee vechtende partijen tegemoet kwamen aan de smeekbede van de ploegen om toch nog eens samen rond de tafel te gaan zitten. Twee weken geleden besliste ASO om Parijs-Nice terug te trekken uit de internationale UCI-kalender en er een nationale wedstrijd van te maken. Parijs-Nice werd daarmee de facto gedegradeerd tot een kermiskoers waar geen UCI-commissarissen of internationale dopingcontroleurs aanwezig zijn. Ook Pro Tourploegen en professionele continentale ploegen hebben er volgens het UCI-reglement niets te zoeken en de UCI dreigde dan ook met zware sancties voor alle ploegen die er toch zouden rijden. Daarop chanteerde de ASO de ploegen dan weer met de boodschap dat wie verstek liet gaan voor Parijs-Nice, ook niet op een uitnodiging moest rekenen voor de Tour. Daarmee is het conflict rond de Pro Tour, dat al twee jaar woedt tussen UCI en de drie organisatoren van de grote rondes, geëscaleerd tot op een punt waar de professionele wielersport in Europa dreigt lamgelegd te worden. En zeggen dat het allemaal zo veelbelovend begon. Wanneer toenmalig UCI-voorzitter Hein Verbruggen eind 2003 op het WK in het Canadese Hamilton zijn plannen voor de Pro Tour ontvouwt, schreeuwen alle betrokken partijen moord en brand. Terwijl Hein Verbruggen niet weet waar hij eerst moet blussen, komt ASO-voorzitter Patrice Clerc met een verrassende mededeling : "Wij steunen volledig de vernieuwingen die op stapel staan. Er moet een duidelijke, stabiele kalender opgesteld worden met een duidelijke hiërarchie en met de grootste renners die deelnemen aan de grootste wedstrijden." Korte tijd later treden ook Giro-organisator RCS Sport en Vuelta-organisator Unipublic toe tot de fanclub van de Pro Tour. Allemaal hebben ze hun redenen. RCS Sport onderhandelt volop over een nieuw contract met tv-zender RAI. De besprekingen verlopen bijzonder moeizaam, want de Italiaanse zender raakt de beelden van de Giro, langzaam maar zeker afgegleden naar een Italiaans onderonsje badend in de dopingschandalen, aan de straatstenen niet kwijt. Toetreding tot de Pro Tour, met de gegarandeerde aanwezigheid van een twintigtal topteams in de Giro, kunnen de onderhandelingen weer vlot trekken. Unipublic heeft van haar kant de Vuelta al een tijdje in de etalage staan, en het etiketje 'Pro Tour' kan de verkoopprijs danig de hoogte injagen. De ASO, die volgens de UCI al in 2001 bij de besprekingen rond de Pro Tour betrokken werd, ziet de Pro Tour vooral als een handigheidje om een aantal van haar wedstrijden een commerciële boost te geven. De Ronde van Frankrijk mag dan wel veel geld in het laatje brengen, Parijs-Nice en Parijs-Tours doen dat niet. De steun van de Grote Drie aan de Pro Tour is evenwel bijzonder fragiel en dwingt Hein Verbruggen tot een aartsmoeilijke evenwichtsoefening. Enerzijds wil hij van de Pro Tour een sterk merk met eigen sponsors maken, anderzijds eisen de ASO, RCS Sport en Unipublic totale commerciële onafhankelijkheid. Sponsorinkomsten en tv-gelden, zo weet Verbruggen, zijn verboden terrein. Precies daarom gaat de Brabander zowat tegen het plafond wanneer dit blad hem in juni 2004 vraagt of de ploegen niet een deel van de tv-gelden van de Tour moeten krijgen, zoals voetbalploegen in de Champions League : "Weet je, dat geld dat de UEFA ieder jaar aan al die voetbalploegen geeft, staat gelijk aan - en dat mag u noteren - ka-pi-taals-vernietiging. Want wat gebeurt er ? Meneer Beckham verdient in plaats van vijf, tien miljoen. Halleluja ! (...) De rechten van de televisie behoren toe aan de organisator. Hij heeft een firma, hij neemt het risico. Níemand lult erover wanneer een organisator verlies lijdt." Wanneer de Grote Drie hem echter blijven bestoken met 'adviezen' omtrent de Pro Tour, raakt Verbruggen het spelletje beu. We schrijven intussen zomer 2004 en de voorzitter wil lekker opschieten met de uitwerking van de Pro Tour, die over minder dan een half jaar van start gaat. De kalender ligt vast, een deel van de licenties zijn uitgereikt : tijd om de puntjes op de 'i' te zetten, denkt Verbruggen, en hij laat een ballonnetje op over de merchandising en marketing van de Pro Tour. Hoe en waar dat ballonnetje precies de lucht ingaat, is niet duidelijk, maar dat het inslaat als een bom, staat vast. Patrice Clerc (ASO), Angelo Zomegnan (RCS Sport) en Eduardo Franco (Unipublic) raken er plots van overtuigd dat de UCI aan hun geld zit en houden crisisberaad in Madrid. De uitkomst van de vergadering valt enkele dagen later in de vorm van een brief in de bus bij het UCI-hoofdkantoor in het Zwitserse Aigle : de heren doen niet langer mee aan de Pro Tour. In het hoofd van Hein Verbruggen vechten ratio en toorn om de overmacht. De een maant hem aan om de start van de Pro Tour uit te stellen tot het conflict is uitgeklaard, de ander fezelt dat er met Hein Verbruggen niet gedanst wordt. De toorn haalt het : op 1 januari 2005 gaat de Pro Tour officieel van start, met twintig ploegen en bijbehorende sponsors die denken dat ze met hun dure Pro Tourlicentie een toegangsticket in handen hebben voor alle 27 wedstrijden van de Pro Tour. . In de twee jaar die volgen zal de Pro Tour ontaarden in een nietsontziende machtsstrijd tussen UCI en ASO, met een eindeloze reeks pesterijen over en weer. Een illustratief, doch verre van exhaustief overzicht. December 2004. De Grote Drie stellen dat de Pro Tourteams hun wedstrijden mogen rijden, maar dat ze zich aan geen enkel reglement van de Pro Tour wensen te houden. April 2005. De UCI ontheft de ploegen van de verplichting om te starten in de Giro en de Vuelta nadat er een dispuut is ontstaan over de startpremies. September 2005. Op aangeven van Unipublic vraagt de Spaanse wielerbond in kortgeding om de UCI-voorzittersverkiezingen onder curatele te stellen omdat Hein Verbruggen als uittredend voorzitter niet objectief zou zijn. Daarop ordonneert Verbruggen zijn voltallige managementcomité naar Genève, waardoor de top van de UCI afwezig is bij de openingsceremonie van het WK. December 2005. ASO, RCS Sport en Unipublic maken kersvers UCI-voorzitter Pat McQuaid meteen duidelijk hoe de kaarten liggen door zonder de toestemming van de UCI een nieuwe 'Trofee der Drie Grote Ronden' in het leven te roepen. Teams die aan de drie grote rondes deelnemen, krijgen elk 100.000 euro en de eerste zeven ploegen in het eindklassement mogen twee miljoen euro verdelen. In 2006 mogen alle Pro Tourteams starten, maar in 2007 zijn slechts veertien onder hen nog zeker van een plaats. Januari 2006. In een gezamenlijke brief met de UCI maken de ploegen duidelijk dat ze zich niet laten omkopen door de organisatoren van de grote ronden. Oktober 2006. Kersvers wereldkampioen Paolo Bettini weigert om als winnaar van de Ronde van Lombardije op het podium te komen. Aanleiding is de kleinzielige houding van organisator RCS Sport, die weigert om Pro Tourwinnaar Alejandro Valverde te huldigen aan het eind van het seizoen. November 2006. Op aangeven van de ASO dient de vereniging van wedstrijdenorganisatoren (AIOCC) een klacht in bij de Europese Commissie tegen de Pro Tour wegens concurrentievervalsing. Januari 2007. De UCI dient een klacht in bij de Europese Commissie tegen ASO, RCS Sport en Unipublic wegens kartelvorming. Februari 2007. ASO en RCS Sport laten weten dat Pro Tourploeg Unibet.com niet welkom is in hun wedstrijden, zelfs niet als de ploeg zich aanpast aan de wet op buitenlandse gokkantoren door met een vraagteken op het shirt te rijden. Februari 2007. ASO haalt Parijs-Nice van de UCI-kalender. De UCI verbiedt daarop de ploegen om deel te nemen aan de wedstrijd en dreigt met zware sancties. Tussen al het gekoeioneer door komt het een paar keer tot onderhandelingen tussen UCI en de Grote Drie, maar die springen telkens weer af. Schijnbaar omwille van details - achttien of twintig ploegen, een systeem van promotie en degradatie of niet, startpremies, licenties, wildcards - maar dat zijn louter drogredenen. Macht en geld, daar draait het om. In 2005 leverden de wedstrijden van de Pro Tour in totaal 95 miljoen euro aan tv-gelden op : 63 procent van dat geld verdween in de zakken van de ASO, nog eens 32 procent was voor RCS Sport en Unipublic. Samen slokken de Grote Drie dus 95 procent van de tv-gelden op en dat willen ze graag zo houden. Met de creatie van de Pro Tour wil de UCI de koek groter maken, zodat iedereen mee kan profiteren : ploegen, organisatoren, en ook de UCI zelf uiteraard. Bij de ASO zijn ze echter niet geïnteresseerd in de koek van iemand anders, alleen de grootte van hun eigen koek telt. Bovendien leeft bij de Fransen het idee dat de zak met ingrediënten om koek te maken - lees : sponsors en tv-gelden - niet bodemloos is en dus willen ze er zeker van zijn dat al die ingrediënten in hún koek terechtkomen. Voor de ASO is de situatie ideaal wanneer de anderen helemaal geen koek krijgen. Concreet : bij de ASO zien ze liever niet dat bijvoorbeeld de Ronde van Duitsland een commercieel succesverhaal wordt. Waarom dan RCS Sport en Unipublic aan boord houden ? Om een stevig front te vormen tegen de UCI, maar ook (en vooral) om ervoor te zorgen dat de UCI geen alternatief voor de Tour vindt in de Giro of de Vuelta. Als je druk bezig bent om zoveel mogelijk koek te verzamelen, moet je wel opletten dat iemand anders achter je rug jouw koek niet inpikt. Naarmate het conflict tussen UCI en ASO verder escaleert, begint het UCI-voorzitter Pat McQuaid te dagen dat Patrice Clerc op zijn postje uit is : "Het is nu duidelijk dat de ASO de Pro Tour wil doen mislukken om vervolgens zijn deel van de macht in het wielrennen in handen te krijgen. De ASO wil zich ontdoen van de UCI, wiens autoriteit ze niet erkent. Deze situatie is gevaarlijk en leidt onmiddellijk naar een staat van anarchie. Geen enkele partij, ook al is het de organisator van de grootste wielerwedstrijd ter wereld, kan zich de autoriteit van de internationale federatie toe-eigenen."Is de ASO hiertoe in staat ? De machtspositie van de Tourorganisator in het huidige wielerbestel kan in ieder geval moeilijk onderschat worden. De ASO vertegenwoordigt momenteel een marktaandeel van zeventig procent in het wielrennen. De Tour alleen zet jaarlijks meer dan tachtig miljoen euro om, dat is het vierdubbele van het volledige UCI-budget. Los van de financiële slagkracht wist de ASO zich de afgelopen jaren te omringen met machtige bondgenoten. De Franse wielerbond koos openlijk de kant van de ASO in de zaak rond Parijs-Nice en ook de Spaanse en Italiaanse wielerfederaties kozen de kant van hun grote rondes. En toen de ASO vorig jaar de AIOCC overtuigde om klacht in te dienen bij de Europese Commissie tegen de Pro Tour, stemden 70 van de 87 aanwezige organisatoren voor. Een pijnlijke illustratie van de diepe onvrede die er onder organisatoren heerst over de Pro Tour en bij uitbreiding de hele UCI. En als het voetvolk mort, is een staatsgreep nooit ver weg. Met de rug tegen de muur speelde de UCI vorige week haar laatste troefkaart : de ploegen. Zonder clowns kan zelfs de ASO geen circus maken en dus gooide Pat McQuaid zeshonderd renners in de strijd toen de ASO Parijs-Nice terug trok uit de internationale UCI-kalender. Hij haalde UCI-reglement 2.1.009 uit de kast, dat stipuleert dat Pro Tourploegen en professionele continentale teams niet mogen deelnemen aan wedstrijden met een nationaal statuut. De anders zo minzame Ier speelt bijzonder hoog spel : de autoriteit van de UCI als regelgevend orgaan binnen het wielrennen is nu afhankelijk van het aantal ploegen dat aan de start staat in Issy-les-Moulineaux. Als daar komende zaterdag een meerderheid van de Pro Tourploegen komt opdagen, is de staatsgreep door de ASO een feit. Hoewel er voor de renners op het eerste gezicht weinig verandert, draait een dergelijke machtswissel de klok in de wielersport letterlijk twintig jaar terug. De UCI en haar voorzitters mogen veel fouten hebben, maar er was wel altijd de intentie om de wielersport vooruit te helpen. Veel renners zijn beter geworden van het minimumloon, het pensioenfonds en het standaardcontract. Als er vandaag geen Tour meer wordt verreden van meer dan vierduizend kilometer verspreid over 22 ritten, dan is dat dankzij de UCI-reglementen. Ook in de aanpak van de dopingproblematiek speelt de UCI de laatste jaren een absolute voortrekkersrol en met de Pro Tour wilde de wielerunie de ploegen en dus de renners meer financiële zekerheid bieden. Wat blijft er van dit alles overeind wanneer de ploegen, net als in de jaren tachtig, overgeleverd worden aan de willekeur van de grote organisatoren, waar winstbejag primeert op sportief en sociaal belang ? Op de crisisvergadering van de IPCT, afgelopen vrijdag in België, stonden de ploegen dus voor de keuze. Wie zich aansloot bij de ASO, mag in juli op de nodige welwillendheid rekenen wanneer de toegangstickets voor de Tour worden uitgedeeld. Wie trouw blijft aan de UCI, helpt mee de toekomst van het wielrennen verzekeren. Het was een fundamentele keuze tussen korte en lange termijn, tussen egoïsme en altruïsme. Vier Franse ploegen - AG2R, Française des Jeux, Bouygues Telecom en Cofidis - kozen al voor de vergadering eieren voor hun geld en lieten weten dat ze sowieso zouden starten in Parijs-Nice. De overige Pro Tourploegen, sommigen zwaar onder druk gezet door hun sponsors, kwamen niet verder dan een ultieme bede om een overleg dat bij voorbaat gedoemd lijkt om te mislukken. IPCT-voorzitter Patrick Lefevere liet in het midden of de ploegen zaterdag gaan starten of niet, maar het feit dat alle teams afreizen naar Frankrijk, geeft wel een stevige indicatie welke richting het uit gaat. Als de ploegen capituleren in Parijs-Nice, missen ze een unieke kans om hun lot in eigen handen te nemen. Natúúrlijk hijgt de sponsor in hun nek, natúúrlijk gaat het om een hoop geld en veel jobs, maar aan het eind van het verhaal komt het enkel hierop neer : je bent moedig, of je bent het niet. S Door Loes Geuens