Een schattig stadionnetje in de schaduw van Sclessin en onder de rook van de omliggende staalindustrie. Ingebed in een uitgegraven heuvel in de volksgemeente Saint-Nicolas, met zijn mengeling van uitgeleefde en opgefriste arbeiderswoningen. Op de heuvelrug aan de...

Een schattig stadionnetje in de schaduw van Sclessin en onder de rook van de omliggende staalindustrie. Ingebed in een uitgegraven heuvel in de volksgemeente Saint-Nicolas, met zijn mengeling van uitgeleefde en opgefriste arbeiderswoningen. Op de heuvelrug aan de korte zijde waarover vroeger weleens een trein reed, is het uitzicht verbluffend en de sfeer magisch. Het plaatselijke RFC Tilleur speelde er van 1964 tot 1967 in de hoogste klasse met een vierde plaats in 1965 als beste resultaat. De degradatie twee jaar later was echter niet het enige onheil. Datzelfde jaar bezweek het dak van de hoofdtribune onder een zware sneeuwlaag. Een massale solidariteitsactie onder de fans leverde voldoende geld op om de brokstukken te laten verwijderen en een deel van het loshangende dak te demonteren. Sportief werd het tij niet meer gekeerd. Het originele Tilleur zakte dieper weg en ging op in fusies. Een daarvan, derdeklasser Royal Tilleur Football Club Liégeois, slaagde erin om halverwege de jaren negentig Buraufosse kortstondig te laten herleven. 10.000 toeschouwers daagden op voor de bekermatch tegen RWDM en 7000 voor de promotiewedstrijd tegen Herentals. Maar als tweedeklasser zocht het vanwege de verplichtingen waaraan het stadion moest voldoen, zijn toevlucht in Seraing, aan de andere kant van de Maas.