Juni 1956, Real Madrid-Stade de Reims 4-3. Raymond Kopa stond in het verliezende kamp en had het daar moeilijk mee. Want: Raymond wilde altijd winnen. Verwend door het succes, dat ook, maar voetbal was de enige weg naar een beter leven voor de zoon van de Poolse migrantenfamilie Kopaszewski die in de Noord-Franse mijnen werkten. 'Een vreselijk vooruitzicht, maar op mijn veertiende had ik geen keuze. Ik moest geld verdienen en ging - net als mijn grootvader, vader en broer - ook onder de grond.' Hij voetbalde in zijn geboortedorp, bij Noeux-les-Mines FC, en deed er na een zwaar werkongeval waarbij hij een vinger verloor alles aan om de kolenschop voor de bal in te ruilen. Met succes. Via een nationale talentenwedstrijd belandde hij in Angers - tweede klasse -, twee jaar later (1951) werd hij door Stade de Reims opgepikt. Op dat moment een grootmacht van het Franse voetbal - landskampioen (1949) en bekerwinnaar (1950). Dat was ooit anders.

De eerste voetballers dartelden in de champagnestreek rond in gouden truien en groene broeken, een verwijzing naar de kleuren van de flessen van Champagne Pommery, het gerenommeerde huis dat in 1910 Société sportive du Parc Pommery - voetbal, turnen, rugby, atletiek en wielrennen - had opgericht. Sommigen werkten al in de vignobles of de kuiperij, anderen kregen er een baantje omdat ze goede voeten hadden. Niet meer dan veredeld amateurvoetbal, tot de voetbalafdeling vanaf 1931 als Stade de Reims autonoom aan een nieuw en ambitieuzer leven begon. Na de eerste successen leidde de kleine (1m69) en sterke dribbelaar de club - aan de zijde van onder anderen René Jacquet, Robert Jonquet en Michel Hidalgo - naar twee nieuwe titels (1953, 1955).

Les rouges et blancs domineerden in 1955 verrassend de Copa Latina - een toernooi tussen de kampioenen van Frankrijk, Portugal, Italië en Spanje - en plaatsten zich een jaar erna voor de finale van de eerste editie van Europacup I. Kopa: 'We speelden verzorgd en aanvallend - champagnevoetbal - en waren over heel Frankrijk immens populair.' Maar één team was nóg beter: Real Madrid. 'Daar wilde ik spelen. Om nog meer te winnen.' Hij verkaste naar de Koninklijke, waarmee hij drie keer de finale zou winnen, met het transferbedrag haalde de club drie internationals naar het Stade Auguste-Delaune: Roger Piantoni, Jean Vincent en topschutter Just Fontaine, die op het WK in 1958 13 keer zou scoren in 6 matchen - nog altijd een record. Op dat WK, waar Les Bleus derde werden, was Stade de Reims met zes spelers en een trainer ( Albert Batteux) hofleverancier. Geen toeval, de club uit het noordoosten had in eigen land de dubbel gepakt.

Het botste in 1959 nog maar eens op Real Madrid (2-0), maar enkele maanden erna trok Kopa opnieuw het rood-witte shirt aan. Trainer Albert Batteux pakte zijn vierde (1960) en vijfde (1962) landstitel - de zesde in totaal -, maar werd wegens te duur doorgestuurd. Een kantelmoment voor de club. Twee jaar na de laatste titel voetbalde Stade de Reims in tweede klasse en was het champagnevoetbal verhuisd naar AS Saint-Étienne, dat onder Batteux drie opeenvolgende titels won.

Financieel en sportief wanbeleid duwde de ooit zo trotse club naar de rafelranden van het Franse voetbal. Met het seizoen 1993/94 als absoluut dieptepunt: La Ligue de Champagne-Ardenne, het zesde niveau... Om te overleven werden alle trofeeën verkocht - en voor een symbolische euro teruggekocht -, maar lokale zakenman Jean-Pierre Caillot leidde midden de jaren negentig het eerherstel in. 'Reims moet opnieuw naar de Ligue 1', klonk het zweverig in 1993, toen hij shirtsponsor werd. Net geen 20 jaar later, in 2012, slaagde de voorzitter in zijn missie.

Stade de Reims

Opgericht 18 juni 1931

stad Reims (183.000 inwoners)

Kleuren rood-wit

Stadion Stade Auguste-Delaune (21.684)

Juni 1956, Real Madrid-Stade de Reims 4-3. Raymond Kopa stond in het verliezende kamp en had het daar moeilijk mee. Want: Raymond wilde altijd winnen. Verwend door het succes, dat ook, maar voetbal was de enige weg naar een beter leven voor de zoon van de Poolse migrantenfamilie Kopaszewski die in de Noord-Franse mijnen werkten. 'Een vreselijk vooruitzicht, maar op mijn veertiende had ik geen keuze. Ik moest geld verdienen en ging - net als mijn grootvader, vader en broer - ook onder de grond.' Hij voetbalde in zijn geboortedorp, bij Noeux-les-Mines FC, en deed er na een zwaar werkongeval waarbij hij een vinger verloor alles aan om de kolenschop voor de bal in te ruilen. Met succes. Via een nationale talentenwedstrijd belandde hij in Angers - tweede klasse -, twee jaar later (1951) werd hij door Stade de Reims opgepikt. Op dat moment een grootmacht van het Franse voetbal - landskampioen (1949) en bekerwinnaar (1950). Dat was ooit anders. De eerste voetballers dartelden in de champagnestreek rond in gouden truien en groene broeken, een verwijzing naar de kleuren van de flessen van Champagne Pommery, het gerenommeerde huis dat in 1910 Société sportive du Parc Pommery - voetbal, turnen, rugby, atletiek en wielrennen - had opgericht. Sommigen werkten al in de vignobles of de kuiperij, anderen kregen er een baantje omdat ze goede voeten hadden. Niet meer dan veredeld amateurvoetbal, tot de voetbalafdeling vanaf 1931 als Stade de Reims autonoom aan een nieuw en ambitieuzer leven begon. Na de eerste successen leidde de kleine (1m69) en sterke dribbelaar de club - aan de zijde van onder anderen René Jacquet, Robert Jonquet en Michel Hidalgo - naar twee nieuwe titels (1953, 1955). Les rouges et blancs domineerden in 1955 verrassend de Copa Latina - een toernooi tussen de kampioenen van Frankrijk, Portugal, Italië en Spanje - en plaatsten zich een jaar erna voor de finale van de eerste editie van Europacup I. Kopa: 'We speelden verzorgd en aanvallend - champagnevoetbal - en waren over heel Frankrijk immens populair.' Maar één team was nóg beter: Real Madrid. 'Daar wilde ik spelen. Om nog meer te winnen.' Hij verkaste naar de Koninklijke, waarmee hij drie keer de finale zou winnen, met het transferbedrag haalde de club drie internationals naar het Stade Auguste-Delaune: Roger Piantoni, Jean Vincent en topschutter Just Fontaine, die op het WK in 1958 13 keer zou scoren in 6 matchen - nog altijd een record. Op dat WK, waar Les Bleus derde werden, was Stade de Reims met zes spelers en een trainer ( Albert Batteux) hofleverancier. Geen toeval, de club uit het noordoosten had in eigen land de dubbel gepakt. Het botste in 1959 nog maar eens op Real Madrid (2-0), maar enkele maanden erna trok Kopa opnieuw het rood-witte shirt aan. Trainer Albert Batteux pakte zijn vierde (1960) en vijfde (1962) landstitel - de zesde in totaal -, maar werd wegens te duur doorgestuurd. Een kantelmoment voor de club. Twee jaar na de laatste titel voetbalde Stade de Reims in tweede klasse en was het champagnevoetbal verhuisd naar AS Saint-Étienne, dat onder Batteux drie opeenvolgende titels won. Financieel en sportief wanbeleid duwde de ooit zo trotse club naar de rafelranden van het Franse voetbal. Met het seizoen 1993/94 als absoluut dieptepunt: La Ligue de Champagne-Ardenne, het zesde niveau... Om te overleven werden alle trofeeën verkocht - en voor een symbolische euro teruggekocht -, maar lokale zakenman Jean-Pierre Caillot leidde midden de jaren negentig het eerherstel in. 'Reims moet opnieuw naar de Ligue 1', klonk het zweverig in 1993, toen hij shirtsponsor werd. Net geen 20 jaar later, in 2012, slaagde de voorzitter in zijn missie.